Was ik nog maar zeventien

‘Je zou er bijna medelijden mee krijgen’, reageerde iemand op een van mijn blogs. Tja. Er was van alles aan de hand in 2021 en ik schreef er zo nu en dan over. Over de prijzen van bouwmaterialen, over leveringsproblemen en over personeel dat het elders beter dacht te kunnen krijgen. Dus een beetje medelijden lijkt me wel op z’n plaats. Maar niet heus: er viel genoeg te genieten. 

We bouwen – en dat geldt voor iedereen bij Mensink – omdat we iets willen betekenen voor anderen. Dat is de kern van het verhaal, de rest (techniek, materialen, etc.) is bijzaak. Over die bijzaken schrijf ik af en toe iets, omdat het me bezighoudt, en omdat jullie me niet geloven als ik steeds zeg hoe geweldig het allemaal is. (Daar staat LinkedIn al vol genoeg mee.)

Omdat het bijna kerst is en voor alle medelijders, dit zijn ze, mijn favoriete momenten van 2021:

Aan het begin van het jaar maakte ik kennis met een jongeman die een week kwam snuffelen (stage lopen). Aan het einde van ons gesprek zei hij. ‘Ik moest van mijn moeder zeggen dat ze jullie leuk vindt.’ Ik veerde op. ‘Ze volgt op sociale media alles wat jullie doen.’ Aha, dus we hebben fans! Hoogste tijd voor een meet en greet. Hopelijk in 2022, want we willen ons nieuwe kantoor inluiden en we bestaan al weer even 25 jaar.

Voor de bouwvak maakte ik mijn (hopelijk) laatste meters als werkvoorbereider. Met een echtpaar werd het nog even spannend. De een zei al eens over de ander: ‘Soms denk ik dat ik met een politieagent getrouwd ben.’ En toen ging er iets mis op de bouw. Ik voelde ogen op me gericht, moest met een oplossing komen. Vanuit mijn ooghoek dacht ik te zien hoe de man zijn mouwen opstroopte. Maar voor ik iets kon zeggen schoot de vrouw me te hulp: ‘Schat, wat Gonard nu gaat vertellen vind je gewoon goed!’ Ook deze keer losten we het samen op. Het komt altijd goed.

Daarna reed een stukadoor met zijn bus over de fiets van een leerling. Per ongeluk. ‘Wat is de schade?’ vroeg hij en hij gaf de jongen geld voor een nieuwe. Vervolgens vouwde hij het kromme stalen ros zo goed en kwaad als het ging in model. ‘Wat is de bedoeling?’ vroeg ik. Hij: ‘Deze fiets is voor die andere leerling van jullie. Die knul wil op vrijdag nooit patat halen omdat hij geen rijbewijs heeft. Dat is mooi opgelost zo.’ Voila, het zuiverende effect van een groep.

Na de zomer ging ik ‘naar buiten’, dus dat betekent de hele dag naar de radio luisteren. ‘Heb je ook nog wat anders?’ vroeg ik aan de timmerman die iedere dag naar Tukker FM luistert (en op vrijdag naar ‘een echte piraat’). Hij: ‘Bij klachten zet ik de radio altijd harder. En ik vind dit een klacht.’ Dus daar gingen we: oh was ik nog maar zeventien, dan zou ik je wat laten zien. Aan het einde van de week, op de dag van de piraat, kwam hij naar me toe: ‘Kan ik je niet ontslaan?’ Maar waarom dan, vroeg ik. ‘Ik vind dat je niet goed in de groep past. Zing eens mee, man!’

‘Ik ben niet handig,’ zei een hbo-stagiair van de tekenafdeling eerder dit jaar op mijn vraag wanneer hij nou eens meeging de bouw op. Toen hij klaar was met zijn opdracht vroeg hij of hij zijn volgende stage weer bij ons kon lopen, maar dan op de bouwafdeling. ‘Dat is goed,’ zei ik, ‘onder de voorwaarde dat je even de bouw op gaat.’ Inmiddels bouwt hij in ‘mijn’ team mee aan appartementen in Raalte. Laatste zei hij enthousiast: ‘Hierna wil ik een huis bouwen!’ Je hoeft niet handig te zijn, als je het maar wilt worden. Zes talenten haalden we dit jaar aan boord.

Van die talenten moeten we het hebben bij Mensink, maar op een dag ging zowaar de telefoon. Of we nog ervaren timmermannen zochten. ‘Kennen we elkaar?’ vroeg ik. ‘Nee,’ zei hij, ‘ik heb op internet een beeld gevormd van wie jullie zijn, wat jullie doen en hoe jullie met klanten omgaan. Bij zo’n bedrijf wil ik werken.’ Toen hij ophing bezocht ik onze pagina op bouwnu.nl weer eens. ‘Aha,’ mompelde ik. Inmiddels is hij in dienst. Blijkbaar hadden we onze karma-spaarkaart vol.

Kortom, er viel genoeg te genieten. We hebben gelachen en getimmerd. Jongens waar niemand een stuiver voor gaf ontwikkelden zich, er is meegezongen met smartlappen (‘Honkie tonkie pianissie op je sinaasappelkissie’) en bergen patat werden verorberd. We deden in oktober (net op tijd) met het hele team een gooi naar de snelste rondetijd bij Kartplaza en nu is het jaar alweer voorbij. De kerstborrel gaat niet door en achter het teamweekend in februari staat een groot vraagteken. Gelukkig is het op de bouw altijd feest.

Volgend jaar vrolijk verder. Namens iedereen bij Mensink wens ik je fijne feestdagen. Bedankt voor het lezen en tot in 2021, herstel: 2022. Gonard.

Timmermannen en metselaars gezocht, met of zonder ervaring

Mensink naar Porto
‘Waarom zetten we geen vacature uit?’ vroeg een collega laatst. Het antwoord: het levert doorgaans weinig op, want alle bouwbedrijven vissen in dezelfde vijver en er zwemmen steeds minder vissen. Goede mensen vinden we via via of leiden we op. Maar…
dat betekent niet dat goede vaklieden zich niet mogen melden. Graag zelfs! Daarom deze giga, allesomvattende, altijd geldende mega-vacature. Gezocht: vakmensen!

 

Zoeken we jou?

Voor gepassioneerde vaklieden met een wil om er iets moois van te maken is altijd plek bij Mensink. Zowel ervaren voormannen als talenten zijn welkom. We vinden het niet erg als je nog moet leren, met basiskennis en goede zin komen we een heel eind. Niet voor niets werken we met een poule van meer dan vijftien talenten, stuk voor stuk jongens waarin we geloven.

 

 
Wat kun je verwachten?

Werken bij Mensink betekent werken in een bedrijf dat volop in ontwikkeling is. In de afgelopen tien jaar zijn we gegroeid van een bedrijf met zo’n 30 medewerkers naar een bedrijf met meer dan 50 medewerkers. We hebben intrek genomen in ons nieuwe kantoor, ons terrein is opnieuw ingericht en we werken aan alle kanten hard om het de jongens op de bouw zo makkelijk mogelijk te maken. Daken timmeren we op voorhand in elkaar om ze vervolgens met een hijskraan op de plek te brengen en we maken gebruik van door robots gemetselde binnenmuren bij nieuwbouwwoningen. 

iPad op de bouw

Onze voormannen hebben een iPad met daarin alle informatie over een bouw. Bestellingen geven zij vanaf de bouwplaats via diezelfde iPad rechtstreeks door aan onze leveranciers. We gebruiken drones, doen aan 3D scanning, geven klanten via de VR-bril een kijkje in de toekomst en zo kunnen we nog wel even doorgaan. Als bouwvakker bij Mensink ben je coördinator, maatvoerder, creatieveling en probleemoplosser in één. Je bent (of wordt) iemand die verstand heeft van luchtdicht bouwen, koudebruggen en triple beglazing met hielafdichting.

 

 

 
Polen, Spanje en Slovenië 

Daarnaast is Mensink een heel gezellig bedrijf. Ieder jaar gaan we met het hele team een weekend weg. In 2022 ging de reis naar Porto (Portugal), 2021 ging niet door vanwege corona, in 2020 waren we in Krakau (Polen), in 2019 op Fuerteventura (Spanje) en in 2018 Ljubljana (Slovenie). We kennen een lange historie van legendarische uitjes. Daarnaast ook de moeite waard: de biertjes op vrijdagmiddag, en de befaamde (en beruchte) bouwvak- en kerstborrels. O, en er werken inmiddels meer dan vijf vrouwen bij Mensink, wat wil je nog meer? 

Solliciteren

App of bel Gonard: 0653151875. Een keer binnenlopen mag natuurlijk ook. Er is koffie en soms ook bier (afhankelijk van het moment).

 

 
Verder lezen over Mensink Bouwbedrijf

Ontstaansgeschiedenis: Mensink zag het licht in 1994. Uit nood, want Gonard wilde eigenlijk boer worden. Maar het boerenbedrijf van zijn vader leverde niet genoeg geld op voor twee gezinnen en dus schreef hij zich samen met zijn broer Eerhard in bij de Kamer van Koophandel. Lees verder.

Projecten: we bouwen unieke, veelal vrijstaande huizen die we samen met de klant ontwerpen. We hebben geen catalogus. Omdat mensen nogal verschillend zijn, is het hoogst onverstandig, ook met het oog op jouw portemonnee, om twee keer hetzelfde huis te bouwen. Bekijk onze projecten.

 

Waarom Gonard na 20 jaar de hamer weer ter hand heeft genomen

Toen ik dit bedrijf in 1994 begon met mijn broer Eerhard had ik meerdere petten op: ik timmerde, plande wat, stuurde eens een factuur uit en toen er meer werk binnenkwam dan we aankonden, ging ik op zoek naar een eerste medewerker. In een paar jaar veranderde er veel en al snel belandde ik op kantoor – achter het scherm.

Acht jongens buiten en ik binnen: het was efficiënt, maar vooral kwetsbaar. En dus gingen we op zoek naar meer personeel.

Volume, dat was er nodig, want ooit zou ik…

Een televisie die altijd aanstaat

In 27 jaar is Mensink uitgegroeid tot een serieus bedrijf met meer dan zestig medewerkers en (in 2020) twaalf miljoen omzet. Een prachtig proces om leiding aan te geven, maar ook knalhard werken: vroeg opstaan, even werken in alle rust, een gezamenlijke bak koffie om 7 uur, de rest van de werkdag geleefd worden door mailbox, telefoon en allerhande vragen, om ‘s avonds – zodra iedereen naar huis is – verder te gaan met je werk.

Ik hoorde eens iemand zeggen dat een eigen bedrijf hebben qua intensiteit het best te vergelijken is met een televisie die altijd aanstaat. In het weekend zet je het geluid wat zachter, maar als het nodig is grijp je meteen naar de afstandsbediening.

‘Gevlucht’ de bouw op

Nu is werken toevallig mijn hobby, maar het werd steeds erger. Ik kan me nog een moment herinneren niet zo lang geleden waarop ik Joeri bij me riep.

‘Joeri’, zei ik. ‘Je moet me even helpen met tekenen, want als ik de muis vastpak begin ik te zweten en te trillen.’

Joeri duwde me aan de kant en regelde hetgeen ik niet voor elkaar kreeg binnen een paar klikken. Daarna ging ik weer verder: mailen, bellen, appen, brandjes blussen.

Maar nu ben ik gevlucht. Naar buiten. De bouw op.

Waarom? Het is nodig! Collega’s vertrokken en leerlingen zijn zonder leermeester komen te zitten. De planning staat vol en we komen handen tekort. Ik voel me geroepen. Samen met acht leerlingen (zie foto) bouw ik aan appartementen boven een winkel in de Herenstraat in Raalte. Ik zet de lijnen uit, doe eens wat voor en zaag en hamer vrolijk mee. Vooralsnog trek ik het prima, mijn lichaam sputtert niet tegen. De stress neemt bovendien af.

Reden twee voor mijn stap, en die is belangrijker: het kan, er is ruimte. Investeringen in werkvoorbereiders en andere talenten werpen hun vruchten af. Ik kan me vinden in de vergelijking met de televisie die altijd aanstaat, maar heb altijd gestreefd naar het moment waarop ik de televisie eens uit kon zetten. Ooit… Ik heb mijn werk op kantoor nooit anders dan iets tijdelijks gezien, want diep van binnen ben ik een buitenjongen. Het verhaal is immers bekend: ik wilde boer worden.

De afgelopen maanden is het aantal klappers op mijn bureau (bij wijze van spreken, want we werken papierloos) zienderogen afgenomen. Ondanks de tien extra huizen die we dit jaar bouwen.

Zou het dan toch?

De belangrijkste les

Met een schuin oog volg ik ondertussen de verrichtingen op kantoor. De eerste ochtend dat ik op de bouw ging werken was er geen filterkoffie gezet – dat deed ik namelijk altijd – en stond er een rij bij de automaat. Maar dat euvel was al op dag twee al verholpen. Mijn zoon heeft veel van mijn taken overgenomen en de werkvoorbereiders zijn goed in vorm. Ik ben misbaar en voel dat anderen opstaan en nieuwe energie brengen. Ik zie ook wel dat er soms tijd wordt gestoken in de verkeerde dingen, maar ik laat het gaan en loop niet langer in de weg.

Nu weet ik het zeker: een bedrijf overeind houden is geen kwestie van gaten dichtlopen maar van jezelf misbaar maken. De televisie staat nog altijd dag en nacht aan, maar ik geloof dat steeds meer me ontgaat. Jongens, waar ligt de afstandsbediening?

Astrid en Johan: ‘Alsof we de loterij hebben gewonnen’

In coronatijd bouwden Wout en Mees het huis van Astrid, Johan en hun kinderen aan de Malbergerweg tussen Deventer en Wesepe. De schuurwoning is inmiddels af en het gezin woont er goed en wel. Hoogste tijd voor een terugblik van Astrid en Johan op het bouwproces. 

‘We komen uit Montfoort, bij Utrecht, maar zijn al naar het oosten verhuisd toen de bouw nog moest beginnen. Gedurende de bouw verbleven we in twee verschillende vakantiehuisjes. Best pittig, ook vanwege corona, maar één van onze kinderen ging in september 2020 voor het eerst naar de middelbare school. We wilden voorkomen dat hij na een jaar al afscheid moest nemen van zijn nieuwe klas.

‘Het voordeel was dat we de bouw van dichtbij konden volgen. Vrijwel iedere dag zijn we op de bouw gaan kijken. Dat is niet alleen leuk, het zorgt er ook voor dat je gemakkelijk keuzes kunt maken en voorkeuren kunt doorgeven.’

Flexibiliteit en korte lijntjes

Toen het fundament eenmaal lag sloeg de twijfel toe over de indeling van de benedenverdieping. Die hal die we hadden getekend, was die wel nodig? Aanpassingen doorvoeren was geen probleem, want we waren op tijd. We hebben nu geen hal, waardoor de trap middenin de woonkamer staat. We zijn blij met die keuze, het voelt nu extra ruimtelijk.
‘Die korte lijntjes en flexibiliteit, die we trouwens tijdens het hele proces hebben ervaren, waren heel fijn. Alles kon, mits we het op tijd aangaven. Daarbij was de nauwe samenwerking tussen Marten en Mensink een voordeel. Die twee zijn op elkaar ingespeeld, dat merk je aan alles.’
 
‘Toen we klaar waren bij Marten en de plannen op papier stonden heeft Arjan van Mensink het stokje van hem overgenomen. Aan hem hadden we een goede. Arjan heeft oog voor detail is erg klant- en servicegericht, maar ook eerlijk en helder. Niets lijkt hem te veel.’
 

Leerpunt: ruimer plannen

‘Intensief was het ook. Mensink bouwde ons huis, maar dan ben je er natuurlijk nog niet. We hadden ervoor gekozen om de keuken en badkamer zelf te regelen met de door ons gekozen bedrijven. Die bedrijven komen uit de buurt en kennen elkaar – een bewuste keuze – maar dan nog moet je het allemaal op elkaar afstemmen. Als het een stokt, loopt het ander in de knel. Met name ten aanzien van de nutsvoorzieningen werd het nog even spannend. Maar Wout van Mensink bleef herhalen: alles komt goed. En hij kreeg gelijk. Drie dagen voor de keuken kwam zijn we aangesloten op water en licht. 
 
‘Achteraf gezien hadden we misschien iets minder krap moeten plannen, een jaar nemen in plaats van negen maanden. Maar het ligt achter ons nu. Het huis is af, we wonen er en zijn super blij met wat er is ontstaan. Het voelt alsof we de loterij hebben gewonnen.’
 

Vijf collega’s vertrokken. En nu? Paniek?

Er zijn krachten in de bouw waar wij geen invloed op hebben. Ik schreef al eerder over materiaalprijzen. En een andere blog, over de vraag aanbod-verhouding die totaal zoek is, besloot ik uiteindelijk niet te publiceren. Ik vertelde er niets nieuws in, iedereen weet dat het momenteel een gekkenhuis is. Wekelijks staan er bedrijven bij ons op de stoep die hun (nieuwe) diensten aanbieden. De markt doet haar werk.

Een van de symptomen van deze hoogconjunctuur is dat er aan onze jongens getrokken wordt. Vijf timmerlieden zijn dit jaar vertrokken, twee ervan begonnen voor zichzelf. Word ik daar zenuwachtig van? Vervelend is het altijd, maar zenuwachtig… nee. Enerzijds omdat ik zie dat we niet de enige zijn. Collega aannemers zwijgen er liever over, maar als je ze het op de man af vraagt geven ze schoorvoetend toe dat het ook bij hen aan de hand is.

Daarbij: verloop is van alle tijden. Als het goed gaat is het wat meer (de worsten die elders in de lucht worden gehouden lijken dan groter), in crisistijd wat minder. Gezichten komen en gaan, zo werkt dat in een bedrijf. Mensen willen zich ontwikkelen, doen waar ze blij van worden. (Zelf loop ik sinds de bouwvak weer ‘buiten’, maar daarover meer in een volgend blog.)

Ieder jaar in december voeren we gesprekken met alle medewerkers. Ben je nog op je plek? Heb je voldoende uitdaging? Kunnen we iets voor je doen? Een van onze ervaren timmermannen kon bij een ander bedrijf uitvoerder worden. Wij werken niet met uitvoerders. Hij is in goed overleg gegaan en we wensen hem veel succes. Een ander heeft al langere tijd last van zijn rug en kan ergens anders minder zwaar werk doen. Iedereen heeft zijn eigen verhaal, zijn eigen creatiespiraal.

Daar komt bij dat we met een schuin oog kijken naar de volgende crisis, want die komt. Wij willen en gaan niet boven onze stand leven. Bij FC Twente hebben we gezien waar dat toe kan leiden. Het duurt jaren voordat de schade is hersteld, als je die kans überhaupt krijgt. We pakken dus niet wat we pakken kunnen, maar stemmen de hoeveelheid werken af op onze capaciteit. We hebben nee leren zeggen.

Het gaat nu over de vijf collega’s die vertrokken, maar de lijst met jongens die momenteel bij ons in opleiding is is veel langer. Er staan achttien namen op, het resultaat van onder meer onze Innovatiehub en het platform gaeenswerken.nu, langetermijninvesteringen. Het vertrek van enkele ervaren timmerlieden betekent perspectief voor deze jongens. Er zijn (basis)plaatsen vrijgekomen. Groeimogelijkheden! Spelmakers gezocht! Bussen vol gereedschap staan te wachten op nieuwe bestuurders. De formatie wijzigt, nieuwe jongens zijn tot voorman benoemd, talent schuift door.

Een van onze leerlingen wil later aannemer worden, het plan is dat hij het bedrijf van zijn familie overneemt als de tijd daar rijp voor is. Het advies van zijn ouders: leer eerst maar eens timmeren. Dat gaat hij bij ons doen. Dat hij op termijn weer vertrekt is dus een zekerheidje, maar dat is voor ons geen reden om hem niet op weg te helpen.

Nog regelmatig denk ik terug aan kundige timmerlieden die ons in de loop der jaren hebben verlaten, zoals Ron (een timmerman pur sang) en Jelmer (een gangmaker en op en top communicator), maar ook zij bleken uiteindelijk misbaar (sorry Ron en Jelmer). Ik weet nog dat we een paar jaar geleden met het bedrijf in Malaga waren, vlak na het vertrek van enkele ervaren collega’s. Marten en ik liepen achteraan. ‘Zie je dat?’ zei ik tegen hem. ‘Deze groep heeft geen leider.’ Dat gemis werd niet lang daarna opgevangen, anderen stonden op. Zo zal het nu ook weer gaan. Een groep is altijd in beweging.

Aan de slag met jonge knapen: van onbewust naar bewust onbekwaam

Toen het bedrijfserf van Mensink nog een boerenerf was hadden mijn vader en ik zaterdaghulpen. De vaak jonge knapen stelden ons in staat om onze tijd goed te benutten in de stal en op het land. Eenmaal in de bouw – de boerderij leverde niet genoeg op voor twee gezinnen – maakte ik opnieuw gebruik van hulpen. Tot mijn vrouw me terugriep. Hulptroepen hebben aansturing nodig, ik was altijd aan het werk. Ik zegde de hulpen af in de hoop dat ik vaker thuis zou zijn. (Het zette geen zoden aan de dijk, maar dat terzijde.)

Bij de bouw van ons kantoor in 2019 en 2020 had ik opnieuw zaterdaghulpen nodig. Ik vroeg aan mijn zoon of hij nog mensen kende, waarop hij zijn vrienden optrommelde. Het werkte geweldig. Met een vaste club bouwden we stap voor stap ons kantoor en aan het einde van de dag dronken we samen een biertje. Anderhalf jaar lang was de zaterdag mijn favoriete dag in de week. Toen alles klaar was meldden twee jongens uit de ploeg zich aan bij Bouwmensen. Ze werken inmiddels bij Mensink.

In die periode verscheen er ook een mail van Uitzendbureau Salland in mijn inbox. Ze wilden een platform opzetten voor bijbanen in de techniek. Tachtig procent van de jongeren heeft een bijbaan, maar de meesten vullen vakken of brengen kranten rond. Kon dat niet anders? ‘Goed idee!’ schreef ik terug. Met de goede ervaring met de vrienden van van mijn zoon nog vers in mijn geheugen meldden we ons aan met een vacature. Gezocht: Vakman IDD

En toen kwamen ze. Eerst een, toen twee, vijf en inmiddels tien jonge knapen meldden zich aan de poorten van ons terrein. Ze laden en lossen aanhangers, ruimen het terrein op, schilderen stelkozijnen, stippen roestplekjes aan en zagen hout op maat voor onze houtvergasser.

Gaat dat ze goed af? Nou, niet bepaald. 

Wanneer die gasten hier binnenkomen kunnen ze niets. Ik verbaas me er iedere keer weer over. Ze zetten spullen neer op plekken waar gelopen wordt, halen weersbestendige materialen naar binnen en laten gereedschap in de regen staan. Er deugt niets van, het is echt overweldigend hoe weinig ze kunnen. De logica ontbreekt. En het zit maar te teuten en te prutten. Je blijft roepen: 

‘Maak het jezelf makkelijk!’

‘Zorg dat je het niet tig keer in de vingers hebt.’

‘Werk er in één keer mee af.’

‘Hieperdekiep naar binnen met die koffie, je hebt maar 15 min pauze!’

Maar nu komt het: na een maand of drie trekt het bij. 

Dan beginnen ze op te letten, elkaar te helpen. Maar dat is leuk! Onbewust onbekwaam wordt dan ineens bewust onbekwaam. Nog steeds kunnen ze vrij weinig, maar ze beginnen te snappen dat ze iets kunnen bereiken door te leren en te doen. Ze worden hongerig naar informatie. Ze gaan beter kijken en oplossingen bedenken. Daar hoort ook schaamte bij. Soms druipt er eens iemand af, uit pure wanhoop. Op zo’n moment roep ik zo’n jongen bij me en duw ik hem de goede kant uit.

Inmiddels weet ik echt wel dat dit soort trajecten een hoop tijd en geld kosten. Daar hoeven we niet omheen te draaien. Maar ik heb in vijfentwintig jaar Mensink nog nooit iemand te vroeg afgeschreven. Pas geleden meldde zich hier een knaap van 15 jaar. “Ik snap er niets van”, zei hij halverwege zijn snuffeldag. Die zien we nooit meer terug, dacht ik. Maar de volgende dag appte hij. Of hij vaker kon komen. ‘Prima’, stuurde ik terug. ‘Wanneer zien we je?’ Hij kwam. En hij pakte dingen op, werd handig. De ontwikkeling die hij sindsdien doormaakt is geweldig om te zien. 

En dat is precies de reden waarom we het doen. Natuurlijk, met een beetje geluk maken ze zich nuttig en lopen er wat toekomstige timmermannen tussen. Maar je kunt mij niet blijer maken met ouders die langskomen op het bedrijf om te vertellen dat ze hun zoon niet weer kennen. Een huis bouwen is mooi, maar mensen zien opbloeien nog veel mooier.

Nieuw talent uit Innovatiehub bij Mensink

Op de foto van links naar rechts: Gwendoline, Sophie en Jorn (Ruben bleef niet plakken).

In 2019 richtten we met drie andere bouw/technische bedrijven de Innovatiehub Salland op, een platform waar we knappe koppen de kans geven. De talenten in de Innovatiehub brachten ons de afgelopen jaren op goede, nieuwe en slimme ideeën. Sommigen zijn er nog steeds, anderen zetten nu elders een volgende stap in hun carrière. Nieuwe aanwas is er ook. Sinds kort hebben we Gwendolyne, Sophie, Ruben en Jorn namelijk in ons midden. Even voorstellen.

Hoi! Mijn naam is Gwendolyne Versteegh. Ik ben een negentienjarige student uit Apeldoorn. Ik zit nu in mijn tweede jaar op de Jan des Bouvrie Academie waar ik Interior Design And Styling studeer, kortom ik studeer om interieurontwerper te worden. Tijdens mijn stage ga ik meedenken voor interieurconcepten en deze uitwerken tot een passend interieur in een 3D model.

Ik ben Sophie Wichers Schreur, 22 jaar en ik kom uit Heeten. Ik doe de studie Creative Media and Game Technologies bij Saxion Hogeschool in Enschede. Tijdens mijn afstudeerstage ga ik bezig met de offertes van Nijhof en Mensink, om deze interactief en visueel aantrekkelijker te maken.

Mijn naam is Ruben Goedhart! Ik ben 21 jaar oud en momenteel zit ik in mijn laatste jaar van Technische Bedrijfskunde aan Hogeschool Saxion in Deventer, de stad waar ik ook woon. Ik ga mij bezig houden met het optimaliseren van de logistieke bewegingen en de reductie van CO2/stikstofuitstoot van Nijhof en Mensink.

Ik ben Jorn Riezebos. Ik ben 18 jaar wonend in Wesepe en studeer ruimtelijk vormgever op het Cibap in Zwolle. Naast stagelopen werk ik bij een supermarkt en sta ik als barista op festivals. Ik help hier met het ontwikkelen en realiseren van huizen in de 3D wereld, ik maak renderingen op Lumion om zo de klant een breder beeld te geven hoe het huis eruit komt te zien.

Dank Gwendolyne, Sophie, Ruben en Jorn! We zijn benieuwd naar jullie ideeën. Veel succes.

Gezocht: Freek Vonk voor de bouw

‘Bouwen is sjouwen zeggen ze weleens. Dat adagium is achterhaald.'

We kennen hem allemaal: die oom die in een vorig leven timmerman of metselaar was, zo’n een die tijdens de vorige crisis vervroegd met pensioen mocht. Met een beetje pech vertelt hij op verjaardagen verzuurd hoe zwaar zijn werk was: zakken cement van vijftig kilo, stenen met de hand van de vrachtwagen pakken, beton maken met de hand. ‘De botten doen me nog zeer.’

De gemiddelde veertien- of vijftienjarige ziet de verbitterde blik in de ogen, de kromme rug, de krakende handen en concludeert: dit is niet mijn wereld. Laatst zat ik met de zoon van mijn broer in de auto. Hij vertelde me dat hij werd uitgelachen door zijn vrienden over zijn keuze om in de bouw te werken. ‘Ze denken allemaal dat ik achterlijk ben geworden’, zei hij. En voegde daar aan toe: ‘Of terug ga in de tijd.’

Nee, de bouw is niet bepaald hot en sexy. Sterker nog: de bouw heeft een groot imagoprobleem.

Begrijpelijk? Een volmondig ja. Terecht? Een volmondig nee! 

Ook de bouwwereld heeft een revolutie doorgemaakt. Zakken cement wegen nog maar de helft, daken timmeren we op voorhand in elkaar om ze vervolgens met een hijskraan op de plek te brengen en we maken gebruik van door robots gemetselde muren bij nieuwbouwwoningen. Gereedschap, materialen, technieken: alles (ver)werkt beter, lichter en gemakkelijker. Onze voormannen hebben een iPad met daarin alle informatie over een bouw. Bestellingen geven zij vanaf de bouwplaats via diezelfde iPad rechtstreeks door aan onze leveranciers. We gebruiken drones, doen aan 3D scanning, geven klanten via de VR-bril een kijkje in de toekomst en zo kan ik nog wel even doorgaan. 

‘Bouwen is sjouwen’ zeggen ze weleens. Het adagium is achterhaald, met dank aan de bouwkraan, de bouwlift, de betonpomp en wat dies meer zei. Een bouwvakker is vandaag de dag een coördinator, maatvoerder, creatieveling en probleemoplosser in één. Iemand die verstand heeft van luchtdicht bouwen, koudebruggen en triple beglazing met hielafdichting. En hij is het aanspreekpunt voor de klant. Een soort zelfstandig ondernemer dus, maar dan met een Mensink-logo op zijn rug. 

Helaas is er geen oom die dát op verjaardagen vertelt. Iemand zei eens tegen mij dat de bouw een Freek Vonk nodig heeft, iemand die vertelt wat het werkelijk betekent om in 2021 als timmerman te werken. Diegene heeft gelijk. Maar zo’n type is er niet. En dus wachten we maar tot de markt een correctie pleegt. Het tekort aan bouwvakkers is enorm, terwijl de vraag naar woningen nog nooit zo hoog was. Het is wachten tot de tarieven omhoog schieten, ook in de cao. Dat het gebeurt is een zekerheid, de vraag is alleen wanneer.

Een paar jaar geleden zeiden ze op school: leer Mandarijn of verdiep je in programmeren. Ik zou zeggen: meld je aan bij Bouwmensen en kom werken in een sector die zoveel meer is dan je oom je wil doen geloven.

Rens en Chiel: bouwkundestudenten met frisse energie

'De werkcultuur is nogal informeel. Dat viel ons beiden op toen we begonnen.'

Gonard is de vijftig reeds gepasseerd en Udo en Arjan zijn hard op weg, de vergrijzing is volop gaande bij Mensink. Maar niet getreurd: sinds afgelopen zomer waait er een frisse wind door ons kantoor. Met Chiel Ruiter (22) en Rens Jansen (26) hebben we twee jonge knapen binnen boord gehaald. Pientere jongens bovendien, want ze zijn allebei afkomstig van de opleiding bouwkunde aan het Windesheim in Zwolle. Tijd om ze voor te stellen.

Chiel en Rens – beiden Wijhenaren – werken sinds afgelopen zomer bij Mensink. Chiel komt via de Innovatiehub Salland en werkt als designer voor ons. De ontwerpen die we maken werkt Chiel tot in detail uit, zodat een klant via een VR-bril precies kan zien hoe zijn huis eruit gaat zien. Rens is in dienst van Mensink en werkt als technisch tekenaar. Hij vertaalt de ontwerpen naar technische tekeningen, die de brug vormen tussen de theorie (de tekeningen) en de praktijk (de bouw). Zowel Chiel als Rens volgde de hbo-opleiding bouwkunde aan het Windesheim in Zwolle, hoewel Chiel die opleiding niet afmaakte.

Waarom stopte je met je opleiding, Chiel?
Chiel: ‘Voor ik startte met bouwkunde heb ik een opleiding ruimtelijke vormgeving gedaan. Ik wilde verder studeren en begon met bouwkunde, maar wiskunde en mechanica zijn niet aan mij besteed. Mijn talent ligt meer op creatief gebied. Ik heb nog kort de kunstopleiding Artez gevolgd, maar dat vond ik dan weer te zweverig. Dan maar aan het werk, haha! Bij Mensink vind ik de ideale combinatie tussen creatief en concreet.’

Hoe is dat voor jou, Rens? Wat trok jou naar Mensink?
Rens: ‘Ik herken wat Chiel zegt over die middenweg. Waar hij begon als creatieveling en daar bij bouwkunde technische bagage aan toevoegde, is het bij mij net andersom gegaan. Ik ben van nature technisch onderlegd, maar ben ook geïnteresseerd in de creatieve kant. Niet voor niets koos ik bij bouwkunde voor de richting architectuur. Het is grappig om te zien dat we bij Mensink in het midden zijn uitgekomen. Ons werk is zowel creatief als technisch.’

(Tekst gaat verder onder de foto.)

Chiel (links) en Rens.

Wat valt jullie op nu jullie aan het werk zijn?

Rens: ‘School en de praktijk zijn anders. Ik ben gewend om alles tot op de millimeter nauwkeurig uit te tekenen, terwijl dat soms niet nodig is. Dan zegt Gonard: “Dat kun je wel helemaal in detail uittekenen, maar een timmerman doet dat op de bouwplaats toch op zijn eigen manier.” Het werk is pragmatischer dan ik dacht. Ik ben zelf geen timmerman geweest dus kan nog niet altijd de vertaalslag maken naar de praktijk. Dat is wennen.’
Chiel: ‘De werkcultuur is nogal informeel. Dat viel ons beiden op toen we begonnen. Er wordt veel geauwehoerd en dat werkt fijn. Wat me ook opviel: de tijdsdruk die er soms is. Dan zegt iemand: “Eh Chiel, er komt vanavond een klant. Kun jij ervoor zorgen dat die tekening helemaal wordt ingekleurd, zodat de klant vanavond via de VR-bril een realistisch beeld ziet.” Dan is het even aanpoten. Gelukkig word ik vrijgelaten in mijn werk en kan ik er mijn eigen draai aan geven.’

Waar hopen jullie over een jaar te staan?
Chiel: ‘Dan hoop ik dat het werk wat ik maak nóg realistischer is. Er is al een nieuwe computer voor mij besteld waarop ik een programma kan draaien dat ik graag wil gebruiken. Ik volg de ontwikkelingen op het gebied van visualisaties sowieso op de voet en wil eraan bijdragen dat Mensink voorop blijft lopen. Dat is mijn doel.’
Rens: ‘De werkvoorbereiding doe ik nu nog samen met ervaren mensen zoals Gonard en Udo. Over een jaar hoop ik zelfstandig projecten te draaien. De komende maanden wil ik veel ervaring opdoen. Dat gaat ook wel lukken, want ik word hier in het diepe gegooid. Het is gewoon een kwestie van doen, fouten maken, daarvan leren en weer door. Op die manier leer je het snelst.’

Trouwens, praten we hier met de toekomstige Mensink-directie?
Chiel: ‘Ehhh…’
Rens: ‘Hmm…’
In koor: ‘Geen idee.’

Primeur: eerste maatwerkwoning met prefab wanden

'Deze bouwmethode geeft minder rommel en dat is voor iedereen fijn, voor onze jongens en ook voor onze opdrachtgevers die in het weekend komen kijken.'

Deze week zetten we in één ochtend de hele begane grond van een maatwerkwoning overeind. Met dank aan prefabricate wanden. Voor alle nieuwbouwwoningen gaan we over op deze innovatieve bouwmethode.

We volgden de ontwikkelingen al langer op de voet en besloten eind vorig jaar in te stappen. Directeur ‘mensen en bouwen’ Gonard: ‘We proberen altijd ons moment te kiezen. Toen een voorman me in een werkgroepoverleg wees op de leeftijd van drie van onze metselaars – allen zestig plus – wist ik dat de tijd rijp was. Binnen drie jaar stoppen zij, terwijl het werk alleen maar toeneemt.’

Kortere bouwtijd

Met prefab wanden verkorten we de bouwtijd met drie a vier weken. Bovendien zijn er minder handelingen op de bouwplaats nodig. Profielen stellen, metselen, puin opruimen, specie aanmaken, het is allemaal verleden tijd. Gonard: ‘Deze bouwmethode geeft minder rommel en dat is voor iedereen fijn, voor onze jongens en ook voor onze opdrachtgevers die in het weekend komen kijken. In de seriebouw is het al langer gangbaar, maar voor maatwerkwoningen zoals wij die bouwen is het vernieuwend.’

Geen kinderziektes meer

Ten opzichte van vorig jaar bouwen we in 2021 dertig procent meer woningen. Dat werk is ‘per ongeluk’ aangenomen, knipoogt Gonard. ‘De timing kon niet beter. De kinderziektes, zoals muren die breken tijdens het transport, zijn eruit. Bovendien hebben veel van onze metselaars zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot allround timmermannen. Die jongens doen liever drie klussen van drie weken dan een van negen. Bouwen is leuk als de vaart erin blijft, ook voor onze klanten.’

Bij het huis dat de primeur had, een vrijstaande woning in Wesepe, staat de begane grondverdieping inmiddels overeind. Gonard: ‘Als de verdiepingsvloer erop ligt komt het bedrijf waarmee we samenwerken nog een keer terug met de wanden voor de eerste verdieping. Daarna hijsen we het dak erop en kunnen we beginnen met de afbouw.’