Duurzaam bouwen: kijk verder dan de terugverdientijd

'Een houtvergasser leek me wel wat, dagelijks komt er schoon resthout terug van bouwplaatsen.'

Jarenlang adviseerde ik opdrachtgevers, bekenden en mijzelf: neem een afwachtende houding aan ten aanzien van nieuwe energietechniek. Wees niet de eerste met een warmtepomp, sta niet vooraan zodra de nieuwe Tesla beschikbaar komt. Wacht liever af. Laat anderen het leergeld betalen en geef kinderziektes de tijd om boven te komen drijven. Zonnepanelen, die kun je met een gerust hart aanschaffen, die techniek is bewezen en de prijs is laag. ‘Maar,’ en dit heb ik echt gezegd, ‘schaf gerust een nieuwe combiketel aan. Er is geen goedkopere manier om je huis te verwarmen.’

Feitelijk klopt het. Afwachten, niet de eerste zijn is economisch gezien een verstandige keuze. Maar inmiddels weet ik dat dit niet het hele verhaal is. 

Vorig jaar namen we intrek in ons nieuwe kantoor. De techniek waarmee we het gebouw (en de naastgelegen woonhuizen van mijn gezin en mijn ouders) verwarmen – een houtvergasser – kostte inclusief de installatie vijftigduizend euro. Het bedrag zag ik pas op de factuur, want toen de installateur het bedrag noemde stopte ik in beide oren een vinger.  

Het leek me wel wat. Dagelijks komt er schoon resthout terug van bouwplaatsen. Het is hout dat zo de kachel in kan. Oké, soms moet de zaag erin, maar de schone verbranding van deze reststroom scheelt tijd (transport) en geld (stortkosten). Dat is drie keer winst. Om je een idee te geven: in 2020 hebben we 45 ton resthout afgevoerd, allemaal gratis warmte.

(Tekst gaat verder onder de foto.)

De houtvergasser, zo weet ik inmiddels, doet het geweldig. Het apparaat zorgt voor een behaaglijk klimaat op de gebouwen op ons terrein. 

Is het financieel ook interessant? Het antwoord op de vraag is ja. Onze energiekosten zijn gezakt van 950 naar 50 euro per maand. Een snelle rekensom (50.000 delen door 900) leert dat het 55 maanden duurt voordat ik de investering heb terugverdiend, zo’n viereneenhalf jaar. Als we de stortkosten die we besparen meetellen is het nog minder, als we de uren die er voor nodig zijn om het hout te sorteren en te verzagen meetellen misschien wat meer. Hoe dan ook: het kan uit. 

Maar om heel eerlijk te zijn interesseert het antwoord op bovenstaande vraag me nog nauwelijks. Er stroomt water van 28 graden door onze leidingen richting ons nieuwe kantoor en het is overal behaaglijk. Met veel plezier laat ik de techniek zien aan opdrachtgevers die op bezoek komen. Kijk, het is een wonder! Groen, behaaglijk, goed voor de beestjes en plantjes. Ik ben trots op onze installatie.

Een van onze opdrachtgevers verving de oude houten balkenvloer in zijn woning vorig jaar door een vloer van schuimbeton met vloerverwarming. Hij had helemaal niet nagedacht over de terugverdientijd liet hij me recent weten. ‘Het binnenklimaat is geweldig, het comfort perfect. Wat wil je nog meer?’ 

Er is meer dan terugverdientijd. Beleving vertegenwoordigt ook een waarde.

New year, new Mensink

New year, new Mensink. Wij starten het nieuwe jaar met een volledig nieuwe huisstijl en een nieuwe website. Hiermee bezegelen we de ontwikkeling die we de afgelopen jaren hebben doorgemaakt.

Gonard: ‘De afgelopen jaren is er veel veranderd. Het aantal medewerkers is flink gegroeid en in 2020 hebben we ons nieuwe energieneutrale kantoorgebouw in gebruik genomen, dat we bouwden op de fundering van een oude varkensstal, tot dat moment ons kantoor. Aan ons logo hebben we sinds onze oprichting in 1994 nooit iets gedaan. Onze communicatiemedewerker zei dat het tijd was voor iets nieuws. Ik sputterde eerst tegen, maar hij bleef aandringen. Toen zijn we maar overstag gegaan.’

We hebben afscheid genomen van de vlammen in het oude logo en zeggen ook de kleur oranje vaarwel. Daarvoor in de plaats komt een krachtig beeldmerk en een nieuw kleurenpalet met aubergine als basiskleur. Het logo is ontworpen door Buro Naomi, een ontwerpbureau uit Raalte. Marten lacht: ‘Tijden veranderen. En wij trouwens ook. Onze huisstijl begon een beetje af te steken bij de ontwikkeling die we hebben doorgemaakt. Bovendien hebben we de ambitie om Mensink nog meer neer te zetten als een merk, een partner bij wie je terecht kunt als je echt iets moois en unieks wilt bouwen.’

Met het nieuwe logo borduren we verder borduren op de reeds ingeslagen weg. Gonard: ‘Kijk, zo’n nieuwe huisstijl is leuk. De jongens hebben een nieuwe trui, de busjes zijn opnieuw bestickerd en we hebben direct maar even onze website aangepakt. Maar verder gaan we natuurlijk gewoon verder met dat wat we al deden: mooie, kwalitatieve woningen en bedrijfsgebouwen maken voor onze klanten. Daar gaat het nieuwe logo weinig aan veranderen.’

Antwoorden op de belangrijkste vragen over gasloos bouwen

René Klein Ovink

‘Ik was laatst bij een opdrachtgever die drieduizend kuub gas verstookt in een woning van nog geen vier jaar oud. De woning was zo lek als een mandje. Daar kan een warmtepomp niet tegenop werken.’

Nieuw te bouwen woningen moeten sinds 1 juli 2018 aardgasvrij zijn. En dus gaan we samen met onze opdrachtgevers op zoek naar alternatieven. Samen met onze installatiepartner René Klein Ovink van Spekschate geeft Gonard antwoord op de belangrijkste vragen over het gasloze tijdperk. ‘Het vraagt om een gedragsverandering.’

Wat is het belangrijkste verschil tussen een combiketel en een warmtepomp als warmtebron?

Gonard: ‘Hoewel de gasvoorraad beperkt is, levert een combiketel vooralsnog onbeperkt warm water: snel, goedkoop en stabiel. Een warmtepomp haalt warmte uit de lucht of bodem en is beperkt in zijn prestaties. De aanvoertemperatuur van het warme water van een warmtepomp ligt een stuk lager: rond de 55 graden in plaats van soms wel 80 graden bij een combiketel.’

René: ‘Wie een warmtepomp gebruikt kan met behulp van een boilervat slechts een paar honderd liter warm water op voorraad houden. Een huis in korte tijd even flink opstoken is er niet bij. Een warmtepomp verwarmt constant en gelijkmatig op een lage temperatuur. Dit vraagt om een gedragsverandering.’

Waar moet je rekening mee houden als je kiest voor aard- of luchtwarmtepomp?

R: ‘Veel mensen draaien de thermostaat terug als ze de deur uitgaan. Met een warmtepomp is dat geen goed idee, omdat het systeem er lang over doet om een afgekoeld huis weer op te warmen. Het is veel slimmer om de temperatuur constant te houden. “Niet meer aankomen”, zeggen we vaak als we ergens een systeem hebben afgesteld. Dat zijn mensen niet gewend.’

G: ‘Zes mensen achter elkaar laten douchen met een boilervat van drie- of vierhonderd liter is niet mogelijk. Dat is iets om rekening mee te houden.’

R: ‘Zonder combiketel is het zaak om gelijkmatiger met warmte om te gaan. Een lucht- of aardwarmtepomp kan geen grote pieken leveren en dus kun je die ook niet vragen van het systeem.’

Is een lucht- of aardwarmtepomp minder comfort dan een combiketel?

G: ‘Dat vind ik niet. In principe zorgt een stabiel systeem, zoals een warmtepomp, voor een prettiger binnenklimaat.’

R: ‘Soms denken mensen dat het überhaupt niet mogelijk is om een huis warm te krijgen. Dat is natuurlijk niet waar. 21 graden in de woonkamer lukt prima. Mits het huis goed gebouwd is.’

Waar moet een huis aan voldoen om een warmtepomp te laten renderen?

G: ‘Alternatieven voor de combiketel worden ook wel lagetemperatuur verwarming genoemd. Isoleren en een goede kierdichting zijn hierbij sleutelfactoren. Als een huis de geleverde temperatuur goed vasthoudt, creëer je een heel prettig en constant binnenklimaat. Daarbij is het zaak om het huis optimaal te positioneren op de zon. Idealiter volgt de zon het leefritme in huis.’

R: ‘Ik was laatst bij een opdrachtgever die drieduizend kuub gas verstookt in een woning van nog geen vier jaar oud. De woning was zo lek als een mandje. Daar kan een warmtepomp niet tegenop werken.’

Zijn warmtepompen financieel aantrekkelijk?

G: ‘Een warmtepomp vraagt om een flinke investering. Een luchtwarmtepomp kost ongeveer zevenduizend euro, een aardwarmtepomp kost het dubbele. Als je zonnepanelen op je dak legt die de benodigde stroom leveren, haal je de investering er naar verloop van tijd uit. De prijs van gas gaat in de komende jaren bovendien stijgen, dus het zal aantrekkelijker worden. Nieuwe regels rondom salderen – het systeem waarbij je alleen aan een energieleverancier betaalt wat je netto verbruikt – kunnen de situatie veranderen.’

Raden jullie warmtepompen aan iedereen aan?

R: ‘Voor bestaande woningen raad ik het niet aan. Die zijn meestal niet goed genoeg geïsoleerd. Een combiketel is in zo’n geval nog steeds de beste keuze. Ik zou mensen adviseren om nog even te wachten, zodat de techniek zich verder kan ontwikkelen. Zelf heb ik thuis een hybride installatie van twee jaar oud. Die heeft in twee jaar tijd al een flinke upgrade gehad.’

G: ‘Mensen die nieuw bouwen worden als het ware gedwongen om als eerste de nieuwe auto uit de serie te kopen. Dat is nooit verstandig. Je kunt beter nog even wachten als je niet per se over hoeft op alternatieven voor de combiketel.’

10 dingen om rekening mee te houden na de oplevering van een nieuw huis

' Een te snelle opwarming verhoogt het risico op scheuren in de muren en vloeren.'

Na maanden voorbereiden en bouwen is het grote moment dan eindelijk daar: de oplevering. De sleutels worden overhandigd, mondhoeken krullen omhoog en natuurlijk zijn er volop nieuwsgierige familie en vrienden. Je huis is af. Een mooi moment. Het grote genieten kan bijna beginnen. Maar eerst: schoonmaken, schilderen en verhuizen. In deze blog vertelt werkvoorbereider Arjan Schutte waar je rekening mee moet houden in de eerste weken na de oplevering van je huis.

1. Welkom in een huis vol bouwvocht

Geloof het of niet, maar in een nieuwbouwhuis zit vier- tot vijfduizend liter vocht. Dat zijn dertig badkuipen vol. Beton, cement en gips zijn de boosdoeners – materialen die aangemaakt worden met veel water. Daarnaast staat je huis tijdens de (ruw)bouw bloot aan allerlei weersinvloeden. Het kan best een tijd duren voordat het vocht uit je huis is. Meestal is het oppervlak na een paar weken droog – in de wintermaanden duurt het iets langer – maar in de muren zit dan nog steeds veel vocht. Een beetje afhankelijk van het huis en de gebruikte materialen kan het een jaar duren voordat al het vocht uit de woning is verdwenen.

2. Even wachten met inrichten en schilderen

Ondanks het bouwvocht dat nog lang in de woning zit, hoef je geen jaar te wachten met het inrichten van je woning. Wel adviseren we om een paar weken te wachten alvorens de schilder binnen aan slag te laten. In de winterperiode adviseren we om drie tot vijf weken te wachten. In de zomerperiode kan het vaak sneller. Vraag altijd aan de schilder of hij (heel soms is het een zij) de muren droog genoeg vindt. Geduld is hier een schone zaak. Beter en weekje langer wachten dan verf die na verloop van tijd loslaat.

3. Gebruik een bouwdroger (en volg het advies op)

Veel mensen maken gebruik van een bouwdroger om het bouwvocht uit de woning te krijgen. Ons advies is altijd om hier voorzicht mee te zijn. Een te snelle opwarming verhoogt het risico op scheuren in de muren en vloeren. Ook hier weer: wees geduldig. Bij de oplevering van een woning adviseren we altijd over hoe de bouwdroger te gebruiken. Ons advies is in dit geval om die raad op te volgen, want het gebruik van een bouwdroger luistert best nauw. We hebben inmiddels al zoveel woningen gedroogd, dat we inmiddels weten wat werkt (en niet werkt).

4. Ventileer er op los

We adviseren om ramen en ventilatieroosters na de oplevering regelmatig tegen elkaar open te zetten. De goede luchtcirculatie die daardoor op gang komt, helpt bij het drogen van de muren, vloeren en plafonds. In enkele gevallen, zoals bij erg vochtig weer, is het niet raadzaam om roosters en ramen open te zetten. Bij twijfel kun je contact met ons opnemen. Bij de oplevering adviseren we hier ook over. Sommige mensen willen liever geen ramen en roosters openzetten, omdat ze denken dat er dan meer gestookt moet worden. Dit is een misverstand. Om een vochtige woning op te warmen is namelijk veel meer energie nodig. Om energie te besparen is het slim om de woning goed te ventileren (bij voorkeur een constante, matige luchtstroom).

5. Houd binnendeuren open

Omdat muren, vloeren en plafonds tijdens het droogproces ‘werken’, raden we aan om binnendeuren (45 graden) open te laten staan in de eerste weken. Door het vocht uit de muren, vloeren en plafonds kan een deur namelijk kromtrekken.

6. Vloerverwarming: volg het opstookprotocol

Zodra de vloerverwarming is aangelegd en de afwerkvloer is aangebracht, is het belangrijk dat de twee lagen aan elkaar ‘wennen’. Het is net een relatie, direct te hart van stapel lopen is meestal vragen om problemen. Te snelle temperatuurverschillen kunnen zorgen voor scheuren in de vloer. Om dit proces goed te doorlopen levert de installateur van de vloerverwarming altijd een opstookprotocol aan. Het is belangrijk om die protocol goed te volgen. Wij raden aan om het protocol twee keer te doorlopen.

7. Tegelvloeren: laat de tegellijm uitharden

Tegelvloeren zijn in het geval van vloerverwarming een geval apart. Na het leggen van een tegelvloer als afdekvloer voor vloerverwarming, mag de vloerverwarming de eerste zes weken niet aan. De reden: de tegellijm moet eerst uitharden. In het geval van een tegelvloer in de woonkamer raden we aan om eerst het opstookprotocol te volgen en dan pas de tegelvloer te (laten) leggen. Ook in dit geval moet de tegellijm na het leggen van de vloer zes weken drogen. In deze periode kan de vloerverwarming zes weken niet gebruikt worden. Na zes weken kan de vloerverwarming rustig worden opgestookt. Take it slow.

8. Zet de mechanische ventilatie in verhoogde stand

Veel nieuwbouwhuizen zijn tegenwoordig voorzien van mechanische balansventilatie (mechanisch afzuigsysteem). Zo’n installatie zorgt ervoor dat frisse lucht wordt aangevoerd, zonder dat er warmte verloren gaat. Tijdens de bouw komt er veel bouwstof in het systeem. Dit is onoverkomelijk. Ons advies is om de mechanische ventilatie in een verhoogde stand te zetten zo lang u nog niet in het huis woont. Dit versnelt het drogingsproces (vergelijkbaar met ramen en roosters open zetten). Zodra alle werkzaamheden zijn afgerond is het tijd voor een grondige schoonmaak van het systeem.

9. Geef muren de ruimte (om te drogen)

We raden aan om meubilair in het eerste jaar minimaal vijf centimeter van de kant af te zetten. Zo zorg je ervoor dat alle stukken muur goed kunnen drogen.

10. Wees zuinig met water tijdens de schoonmaak

Een woning wordt altijd bezemschoon opgeleverd. U moet dus zelf aan de slag om het huis echt schoon te maken. Advies is om in het eerste jaar niet te gulzig te zijn met water. De uitdaging is immers om al dat vocht uit de woning te krijgen. Een emmer water leegsoppen op de vloer vertraagd dit proces aanzienlijk. Verwijder zand en cementresten het liefst met een droge borstel of een (bouw)stofzuiger. Het advies is om het glas in de ramen wél met flink veel water schoon te maken. Het glas is in het begin namelijk nog zacht. Schoonmaken met weinig water verhoogt de kans op krassen.

Heb je nog vragen naar aanleiding van deze tips en trics? Neem gerust contact met ons op. We adviseren je graag over een soepel en probleemloos eerste jaar na de oplevering. De moraal van dit verhaal is: wees geduldig, besteed voldoende aandacht aan het drogen en wees zuinig met water tijdens het schoonmaken.

Huis op het oog? Vraag een aannemer om mee te gaan kijken.

'Iemand die elke dag op de bouwplaats loopt, weet precies waar op te letten.'

Heb je een bestaande woning op het oog, en wil je weten of het huis bouwkundig goed in elkaar steekt? Vraag eens een aannemer of timmerman om met je mee te gaan om de woning te inspecteren. Bouwvakkers doen niets anders dan bouwen en weten dus precies waar zij op moeten letten. Onafhankelijkheid is in dit kader geen toverwoord. Kies liever voor deskundigheid. Aannemers zijn druk, maar wel benaderbaar (maak daar gebruik van).

‘Gonard, we hebben een probleem. Er is zwam in onze kruipruimte geconstateerd. De verkoop van ons oude huis gaat niet door, waardoor we niet zeker weten of de bouw van ons nieuwe huis door kunnen laten gaan.’

Het belletje kwam een paar weken geleden. Een licht paniekerige opdrachtgever, voor wie we binnenkort beginnen met de bouw van een nieuw huis, belde me op. De aanstaande kopers van zijn huidige woning hadden een bureau ingeschakeld, dat een rapport had opgesteld. De vernietigende conclusie: zwam in de kruipruimte.

Zwam, schimmels die hout aantasten

Zwam is een verzamelbegrip voor 100.000 verschillende soorten schimmels die hout aantasten. De constructie van je huis kan hierdoor beschadigd raken en ernstig verzakken. De huiszwam is in staat om in een korte periode de draagkracht van een vloer met de helft te verminderen. Geloof me, dat wil je niet. Zwam bestrijden is een kostbare operatie en dus dreigden de potentiële kopers van het huis zich terug te trekken.

Blunders

In de afgelopen vierentwintig jaar heb ik dit soort telefoontjes vaker gehad. Het devies is vaak: rustig blijven en zelf gaan kijken. En dus trok ik een paar dagen later zelf de kruipruimte open van het huis in kwestie. Ik zag op het eerste gezicht inderdaad iets wits, iets schimmelachtigs. Dit was vast het moment waarop de medewerkers van het bouwadviesbureau het hokje ‘zwam’ had aangevinkt. Ik liet me, gewapend met zaklantaarn, naar beneden zakken en bekeek de zogenaamde schimmel van dichtbij.

Mijn conclusie: een witte kartonnen doos waar ooit tegels in hadden gezeten. Weliswaar een beetje verdord door de elementen in een kruipruimte (vocht), maar zeker geen zwam. Een knullige blunder, maar helaas geen uitzondering. Het komt regelmatig voor.

Deskundigheid

Dit klinkt misschien als preken voor eigen parochie, maar iedereen die een bestaand object op het oog hebt adviseer ik: neem een aannemer of timmerman mee om de staat van een huis te inspecteren. Iemand die elke dag op de bouwplaats loopt, weet namelijk precies waar op te letten. Hij (meestal geen zij) heeft veel actuele informatie en krijgt iedere dag feedback van dat wat er op de bouw goed en minder gaat. Daar kan, in dit geval, geen bouwadviesbureau tegenop.

Onafhankelijk? Misschien niet helemaal, zeker niet als je een eventuele verbouwing door diezelfde aannemer wilt laten uitvoeren. Maar hoe erg is dat eigenlijk? Je hebt toch een aannemer geselecteerd omdat je vertrouwen hebt in die club? Een onafhankelijke partij inschakelen kan altijd nog. Deskundig? Zeer zeker. Iemand die elke dag bezig is met bouwen en verbouwen (in plaats van met papierwerk) weet namelijk veel beter wat mankementen en gebreken zijn, en vooral ook: hoe deze op te lossen (en wat dit kost).

Als je een motor wilt kopen, maar geen verstand hebt van motors, vraag je toch ook het liefst iemand mee die hele dagen aan motors aan het sleutelen is. Iemand die weet waar eventuele gebreken zitten en wat er moet gebeuren om deze te verhelpen?

Vertrouwen in de goedheid van de mens

'Zo nu en dan komen we iemand tegen die de boel moedwillig flest'

Vlak voor de zomer. Ik parkeerde mijn auto naast de boerderij en stapte uit. Meteen kwam de man naar mij toe. Hij stak zijn arm uit. In een reflex beantwoordde ik zijn uitnodiging en schudde zijn hand. Hij zei: ‘Zo, jij bent mijn aannemer.’

Ik schrok en moet verbaasd hebben gekeken.

‘Maar je doet het toch zeker wel?’ vroeg hij.

Een paar weken daarvoor was de telefoon gegaan. De man vertelde over de boerderij die hij had gekocht en zijn renovatieplannen. Hij zocht een aannemer en vroeg of we op termijn konden afspreken. Ik stemde in. Een week later had hij opnieuw gebeld. Hij was op locatie en had problemen met zijn riolering. Of ik iets voor hem kon betekenen. ‘Maar natuurlijk’, had ik gezegd en ik stuurde onze goede partner Nijhof op mijn toekomstige klant af.

De man keek me nog altijd vragend aan terwijl ik de boerderij onderwierp aan een snelle inspectie.

‘Eh…’, aarzelde ik. Maar er was geen reden voor twijfel. Dit zou een mooi, uitdagend werk worden, op tien minuten rijden van ons kantoor. Ja, ik zag het wel gebeuren. Daarom knikte ik en zei: ‘In januari hebben we tijd. De tijd die rest kunnen we goed gebruiken om plannen te maken en voorbereidingen te treffen. Is dat wat?’

‘Mooi’, zei de man. Daarna leidde hij me rond over het terrein.

Hij, een veertiger, geboren en getogen in Italië, vertelde dat hij was gestopt met werken. Hij had een ICT-bedrijf verkocht en was aanbeland bij het volgende hoofdstuk in zijn leven. Samen met zijn schoonouders zou hij – zodra alles af was – de boerderij betrekken. Ik luisterde aandachtig en knikte zo nu en dan.

Na de bouwvakantie meldde hij zich op kantoor om de tekeningen door te spreken. Het project moest nog beginnen, maar ik had er zin in. Net als hij. We zouden de laatste details verwerken, de tekeningen technisch laten controleren en vergunningen aanvragen bij de gemeente. Daarna kon het beginnen.

Tot de verkopende partij van de boerderij mij op een dag opbelde: ‘Jullie zijn voor die man bezig, hè? Stop er maar mee, want het is een oplichter. We hebben de politie ingeschakeld.’ Het woord ‘betalingsachterstand’ viel. Ik fronste mijn wenkbrauwen en bleef rustig ademen. Dergelijke verhalen hebben meestal twee kanten. Zal wel meevallen, schoot het door mij heen. 

Diezelfde middag belde de man. ‘Er is wat gedoe. Het gaat misschien niet door. We hadden vrijdag afgesproken voor de tekeningen, maar ik denk niet dat het door kan gaan.’

Toen wist ik genoeg. 

Zo nu en dan komen we iemand tegen die de boel moedwillig flest. Zenuwachtig worden we daar niet van. We hebben nog nooit overwogen om onze bedrijfsprocessen er op aan te passen, hoewel advocaten daar steeds weer op aandrongen. Aangifte, dat is wat we doen. En ons verlies nemen.

Een volgende keer gaan we gewoon weer uit van het goede van de mens.

Het is de koers die we voorlopig – en ik hoop voor altijd – blijven varen. Als iemand iets zegt dan geloven we dat. Waarom? Omdat wij bouwers niet van de kleine lettertjes en de cijfers achter de komma’s zijn. Dat schiet niet op, het is niet werkbaar. We zijn doeners. Aanpakken.  

Nog een reden: het voelt niet prettig om zo te micromanagen. Als ik bij mensen aanschuif en mijn kaarten tegen de borst houdt, contractjes op tafel leg en met lastige dingen ga schermen krijgt de samenwerking al een knauw voor deze goed en wel is begonnen. Ik zit er niet op te wachten en zij evenmin. 

Naïef? Misschien wel. Maar ik noem het liever een basisvertrouwen in de goedheid van de mens. Mensen hangen aan mensen, een band is belangrijk. Ik kan wel vastleggen dat een dakpan rood is, maar als ik in een gesprek ooit heb gezegd dat het grijs is, dan is dát leidend voor de klant. Als je elkaar met briefjes om de oren gaat slaan ben je al te ver van huis.

Kortom: zand erover en door.

Waarom wij zonder uitvoerders werken

'Middelmanagers geven bedrijven een gevoel van controle, maar het is een schijnveiligheid.'

Ik ben opgegroeid op de boerderij en hielp als dertien-, veertienjarige jongen mee op het erf en in de stallen. Mijn vader gaf me verantwoordelijkheid. Ik pakte dingen aan, zag het werk en ontfermde me over taken op het boerenbedrijf. Omdat de boerderij niet genoeg inkomsten genereerde voor meerdere gezinnen ging ik na mijn schooltijd werken in de bouw. Daar kwamen mijn werkervaring en zelfstandigheid goed van pas. Als ik aankwam op een klus zag ik wat er moest gebeuren, maakte een plan – ‘we gaan rechtsom’ – en ging aan de slag. Tot er een uitvoerder kwam kijken die zei: ‘Linksom, Gonard, we gaan linksom.’ 

Flexibel en oplossingsgericht

‘Waarom?’ vroeg ik. Maar het had geen zin. De uitvoerder was het zo gewend. Het bedrijf ging altijd linksom, dus nu toch zeker ook. Hij stapte in zijn auto en reed weg. Met tegenzin voerde ik zijn plan uit, een plan dat geenszins paste bij de bouwtechnische uitdagingen waarvoor ik stond. Het plezier verdween snel. ‘Hoe dom is dit?’ dacht ik bij mezelf. De uitvoerder had geen idee. Ja, de tekeningen lagen op zijn bureau, maar dat was iets anders dan het werk onder ogen krijgen. Ik liep op de bouwplaats, zag meer en wist meer. Na iets meer dan een jaar diende ik mijn ontslag in en begon voor mezelf.

Afgelopen jaar bestond Mensink Bouwbedrijf 25 jaar.

Een paar weken geleden raakte ik bij de oplevering van een verbouwde schuur/garage aan de praat met opdrachtgever Gerard van Zadelhoff, voormalig data center manager. Het zei dat het hem had verbaasd hoe flexibel en oplossingsgericht de jongens waren die het werk bij hem hadden uitgevoerd: ‘Ze waren op de hoogte van de afspraken die wij hadden gemaakt, maar maakten er helemaal hun eigen project van. Daarbij kwamen ze met goede oplossingen. Steeds vroegen ze: “Waarom wil je het zo hebben?” Het werkte, het liep gesmeerd en ik vond het mooi om te zien.’ 

Middelmanagers zorgen voor schijnveiligheid

We praatten nog een even door. Tot slot concludeerde hij: ‘Dat middenkader, daar moeten we vanaf. Ik heb er altijd in geloofd en zie nu dat het kan. Middelmanagers geven bedrijven een gevoel van controle, maar het is een schijnveiligheid. Als een uitvoerder in de bouw niet weet waaróm iets gedaan moet worden, gebeurt het niet goed. Jullie jongens zien het werk en blijven nadenken. Dat komt het resultaat ten goede.’

Onderweg naar huis dacht ik aan mijn eerste maanden in de bouw, aan het bedrijf met de uitvoerder die me vertelde dat ik linksom moest. In 25 jaar Mensink Bouwbedrijf heb ik nooit tegen een timmerman gezegd hoe hij zijn werk moet doen. Ik geloof in ruimte geven en loslaten. Zoals mijn vader me op de boerderij ook de ruimte gaf. (Wat we wél doen is terugkoppelen aan onze timmermannen of projecten binnen budget en tijd zijn afgerond. De Excel-sheet is voor het hele bedrijf inzichtelijk, met als gevolg dat iedereen ook op dat gebied zijn verantwoordelijkheid neemt.)

Drie keer minder kosten (en blije klanten, minder stress en werkplezier)

Dat het werkt, daar ben ik inmiddels van overtuigd. Dit is wat het ontbreken van middelmanagers/uitvoerders ons oplevert:

  • Werkplezier. Op kantoor geven we onze timmermannen de informatie die ze nodig hebben om aan de slag te gaan, daarna mogen ze er hun eigen project van maken. Dat motiveert. We geven onze jongens de vrijheid om klanten blij te maken.
  • Minder kosten. Ik hoef niemand aannemen die de hele dag rondrijdt en niets bijdraagt aan het eindresultaat.
  • Minder kosten. Omdat onze jongens actief nadenken en oplossingen bedenken die passen bij dat wat ze tegenkomen worden er minder fouten gemaakt. Dit scheelt kosten.
  • Minder kosten. Onze tevreden timmermannen zijn trouw aan het bedrijf, waardoor we minder tijd en geld hoeven te investeren in het aannemen en opleiden van mensen.
  • Minder stress. Ik hoef niet te duwen en te trekken, want onze timmermannen motiveren zichzelf. Het is immers hun project, ze willen dat het slaagt.
  • Blije klanten. Onze klanten ervaren het bouwen over het algemeen als leuk en prettig. Waarom? Omdat er weinig gedoe is. Een keer raden hoe dat komt…

Dank je wel Gerard van Zadelhoff voor het inzicht :).

Alles over ‘KGO’s’ tijdens informatieavond Rood voor Rood

'Zo nu en dan komen we iemand tegen die de boel moedwillig flest'

Voor antwoorden op alle vragen over de Rood voor Rood regeling organiseren ontwerper Marten Jansen en landschapsontwerper Harry ten Have twee informatieavonden. Het doel: meer duidelijkheid over de regeling die particulieren de kans geeft om een mooie plek in het buitengebied te bemachtigen. ‘Iedereen profiteert.’

 

De Rood voor Rood regeling stelt (voormalig) agrariërs in staat om zonder kosten af te komen van leegstaande schuren en stallen. Ter compensatie van onder meer de sloopkosten van agrarische gebouwen kan een bouwkavel worden verkregen. Op deze manier hopen de provincie Overijssel en gemeenten de snel opkomende leegstand van schuren en stallen aan te pakken. Alleen al in Overijssel gaat het om een totale oppervlakte van enkele miljoenen vierkante meters agrarische bebouwing. Ontwerper Marten Jansen, een van de twee initiatiefnemers: ‘‘De regeling is kansrijk voor zowel agrariërs als voor particulieren die een wens hebben om in het buitengebied te wonen. Al bestaat er veel onduidelijkheid over de regeling.’

‘Rood voor Rood brengt vraag en aanbod bij elkaar’

Daarom organiseren Jansen en landschapsontwerper Harry ten Have de informatieavonden, een voor agrariërs en een voor particulieren. Want hoe werkt de regeling in de praktijk? Wat mag er wel en niet? En hoe zit het met de sloopkosten? Ten Have: ‘Om een voorbeeld te geven: sloopmeters kunnen ook worden ingezet voor bouwkavels op andere locaties. Dat maakt het er niet overzichtelijker op. Marten en ik gaan uitleggen hoe het zit, want we hebben de afgelopen jaren meerdere Rood voor Rood trajecten begeleid. We zien veel potentie en willen onze kennis graag met geïnteresseerden delen.’

Volgens Jansen is de Rood voor Rood regeling de sleutel naar een leefbaar en aantrekkelijk buitengebied. ‘De uitdaging is aanzienlijk, want er is veel leegstand en die neemt alleen nog maar verder toe. Maar de oplossing is voorhanden. Rood voor Rood brengt vraag en aanbod bij elkaar en kent alleen maar winnaars. Veel mensen dromen van een mooie plek om te wonen in het buitengebied. En voor agrariërs en voormalig agrariërs is de regeling een aantrekkelijke manier om zonder kosten van oude stallen en schuren af te komen. Het landschap knapt er ook van op en dus profiteert iedereen.’

Landschappelijke inpassing

Uitdagingen zijn er desalniettemin genoeg volgens Jansen en Ten Have. Laatstgenoemde: ‘Het resultaat van de regeling moet een kwaliteitsimpuls zijn voor de groene omgeving, een KGO. Om dat te bereiken is een zorgvuldig plan nodig. Aan de hand van enkele praktijkvoorbeelden zullen Marten en ik laten zien hoe we dat in het verleden hebben gedaan. Want onze stelling is: mits zorgvuldig aangepakt biedt de Rood voor Rood regeling uitkomst voor zowel agrariërs als particulieren.’

Mits zorgvuldig aangepakt biedt de regeling uitkomst voor zowel agrariërs als particulieren.

De informatieavonden vinden plaats op dinsdagavond 29 september (voor agrariërs) en 6 oktober (voor particulieren), beide om 19.30 uur in Broekland. Aanmelden is gratis en kan via www.martenontwerpt.nl/workshops. De avonden bieden plek aan een beperkt aantal deelnemers, vinden plaats in de buitenlucht en zijn ‘corona-proof’.

Zo laat je je huis achter als je op vakantie gaat

De zomervakantie komt er aan. Nog een paar weekjes en dan begint de bouwvak. Ook de scholen krijgen snel (of hebben al) vakantie. Wij kunnen niet wachten. Op vrijdag 4 augustus hebben we onze jaarlijkse (besloten, sorry mensen) bouwvak-borrel en daarna zijn we een paar weekjes ‘uit de lucht’. Met de kont in het zand, net zoals de rest van Nederland. Ga je je huis uit voor een paar weken? Lees dan onderstaande tips.

1. Vertel tegen je buren dat je op vakantie gaat

Beter een goede buur dan een verre vriend. Een beetje sociale controle kan geen kwaad als je de keet een paar dagen of weken onbeheerd achterlaat. Vertel je buren daarom over je vakantieplannen. Woon je buitenaf? Vraag de buren dan om af en toe jullie oprit in te rijden om even bij het huis te kijken. Hebben de buren een tweede auto? Vraag dan of zij die auto op jouw oprit willen parkeren. Het lijkt net echt.

 

2. Schakel het ventilatiesysteem uit

Veel moderne woningen hebben mechanische ventilatie om de lucht in de woning fris te houden. Ben je er niet? Dan zal de lucht ook niet zo snel vervuilen. Schakel daarom de mechanische ventilatie uit en zet ten minste twee roosters open. Zo bespaar je op elektriciteit. Hetzelfde geldt voor de koelkast en de vriezer. Een vakantie kan een mooie aanleiding zijn om een grote schoonmaak te doen en oude producten weg te gooien. Werd het niet eens tijd dat je de vriezer ontdooide?

 

3. Laat niet aan jan en alleman weten dat je op vakantie gaat

Als inbrekers weten dat je op vakantie bent, dan is de kans op een inbraak groter. Maak het hen dus niet te makkelijk. Stel geen overdreven afwezigheidsmeldingen (mail/telefoon) in en loop ook niet met je vakantie te koop op social media. Je leest ook nog wel eens dat dieven adreslabels aflezen op vliegvelden. Houd het daarom bij een telefoonnummer en mailadres op je adreslabel. Een gewaarschuwd mens telt voor twee.

 

4. Doe de boel op slot

Het klinkt misschien als een inkoppertje, maar goed hang en sluitwerk heeft natuurlijk alleen zin als je het ook goed gebruikt. Maak een rondje voordat je de laatste deur achter je dichttrekt. Controleer daarbij ook de zolder en de berging. Laat geen sleutels aan de binnenzijde van de sloten zitten. En nee, sloten in de tuin of onder de deurmat zijn ook niet het beste idee. Een reservesleutel afgeven bij de buren kan natuurlijk wel. Als je het lief vraagt willen ze de planten misschien ook nog wel voorzien van een wekelijkse douche.

 

5. Maak er geen overduidelijk vakantiehuis van

De gordijnen twee weken dicht, alle planten uit de vensterbank, uitpuilende brievenbussen, het zijn allemaal typische wij-zijn-niet-thuis signalen. Vraag liever iemand om de gordijnen af en toe open en dicht te doen en om de brievenbus te legen. Met tijdsschakelaars op de lampen kun je dieven ook op het verkeerde been zetten.

Waarom wij geen catalogus hebben

'Een op maat gemaakte woning: zoveel mogelijk woonplezier tegen zo laag mogelijke kosten'

Via het contactformulier op onze site krijgen we regelmatig de vraag of we onze catalogus willen sturen. Veel mensen gaan er vanuit dat ieder bouwbedrijf zo’n catalogus heeft. Maar je leest het al in de titel van dit stuk: wij hebben geen catalogus. Daar zit een gedachte achter, die we graag met je delen.

Eigenlijk hebben we niet zoveel woorden nodig om uit te leggen waarom we geen catalogus hebben. Het zit namelijk zo: we bouwen graag een huis waar jij blij van wordt. Een huis dat past bij jouw leven, bij jouw hobby’s en bij je gezinssamenstelling. En omdat mensen nogal verschillend zijn, is het hoogst onverstandig, ook met het oog op jouw portemonnee, om twee keer hetzelfde huis te bouwen. Een custom made huis komt namelijk het dichts bij jouw wensen. Daarmee heb je het meeste waar voor je geld. Simpel toch?

Zoveel mensen, zoveel wensen

Laten we eens verder inzoomen op twee factoren: woonplezier en kosten. In het ideale geval heb je zo veel mogelijk woonplezier tegen zo laag mogelijke kosten. Toch? Oké, laten we nu eens twee vergelijkbare (virtuele) families nemen, beiden met nieuwbouwplannen.

Familie Stoops

  • Vader Tom (42), moeder Henriette (43)
  • Drie kinderen in de leeftijd van 8 tot 14 jaar
  • De familie is helemaal in de ban van muziek maken
  • Moeder Henriette houdt van tuinieren
  • Vader Tom klust graag aan zijn oldtimer
  • Het favoriete moment van de familie Stoops: samen ontbijten op zondagochtend
  • Het kavel van de familie Stoops is aan de noord-, oost- en westkant omringd door buren, maar aan de zuidzijde hebben zij vrij zicht

Familie Ter Graag

  • Hier wonen vader Eric (39), moeder Hanny (37) en twee kinderen (4 en 7 jaar)
  • Een derde kind is niet uitgesloten
  • Dit is een echte sportfamilie: Eric houdt van mountainbiken, Hanny tennist twee keer per week en de kinderen zitten op voetbal en handbal
  • Het favoriete moment van de familie Ter Graag: uitgebreid koken voor vrienden op vrijdag- en zaterdagavond
  • Het kavel van de familie is georiënteerd op het westen. Veel last van de buren hebben zij niet, omdat het kavel in de hoek van het plan is gepositioneerd

Om voor de familie Stoops en de familie Ter Graag een huis te bouwen met zoveel mogelijk woonplezier tegen zo laag mogelijke kosten, is het hoogst onverstandig om voor beide families dezelfde woning te bouwen. Neem alleen al de hobby van Tom Stoops of de dinertjes van Eric en Hanny ter Graag. Wat heeft de familie Ter Graag aan een garage ruim genoeg voor een oldtimer? En waarom zou de familie Stoops een joekel van een keuken willen, als dit ten koste gaat van ruimte om muziek te maken in de woonkamer? Zomaar een paar voorbeelden.

Zoveel mensen, zoveel wensen. Twee keer hetzelfde huis bouwen, zou er toe leiden dat zowel de familie Stoops als de familie Ter Graag een huis krijgt wat niet 100% is afgestemd op hun wensen. Het worden huizen vol concessies en loze ruimtes. Daarmee ben je relatief duurder uit.

Wat kost dat wel niet?

Maar een cataloguswoning is toch goedkoper (schaalvoordeel), waardoor je relatief meer kubieke meters krijgt voor je budget? Ja, dat klopt. Maar wat heb je aan een grotere woning voor hetzelfde geld als die extra ruimte niet is afgestemd op jouw leven en niet past bij jouw kavel en de omgeving? Daarbij zijn de verschillen minder groot dan je misschien denkt. Uiteindelijk wordt ook een custom made huis berekend op basis van de materialen en uren en deze heb je ook nodig voor een cataloguswoning.

Om tot een fijn huis te komen, bouwen we het liefst een huis dat past bij jouw leven en dat van je medebewoners. Daarbij kijken we ook goed naar het kavel. Want elk kavel heeft sterke en minder sterke kant. Neem alleen al de zon, waarvan we de warmte en licht allemaal maar wat graag in huis willen hebben. Huizen worden in alle windrichtingen gebouwd. Ook om die reden zou twee keer hetzelfde huis bouwen heel onverstandig zijn.

Maximaal woonplezier, minimale kosten

De conclusie: een op maat gemaakte woning is de meest efficiënte manier om zoveel mogelijk woonplezier te krijgen tegen zo laag mogelijke kosten. Een huis dat voor jou is ontworpen, past immers bij jouw leven. Vraag ons dus niet naar een catalogus, maar laat ons weten waar jij van droomt en waar jij en je medebewoners blij van worden. Dan zorgen wij voor een huis dat daarbij past. Binnen je budget. Ook dat nog.