Onze missie, visie en strategie

Op een onbewaakt moment, tussen twee golven in, waren er studenten van de Innovatiehub bij ons op kantoor. Ze zouden gaan nadenken over de behoefte van de klant vandaag de dag én in de toekomst. Of ik iets wilde vertellen over ons bedrijf en onze koers. Dat wilde ik wel en dus ging ik voor de groep staan.

Wat onze missie was? En de visie? De bedrijfsstrategie, kon ik daar iets over vertellen misschien? Ze keken me nieuwsgierig aan.

Bij de start van Mensink in 1994 was er niets. Geen missie, geen visie, geen strategie, alleen de noodzaak om geld te verdienen omdat het bedrijf van mijn vader niet genoeg inkomen bood om meerdere gezinnen van te onderhouden. De start was voortvarend. Via via regelden mijn broer en ik werk. Daarna kwam de groei en vanaf dat moment ging alles opeens minder vanzelf. Hoe hield ik ons personeel aan de gang?

In 2004, tijdens een regionaal ondernemerscongres in Zwolle, sprak ik André Oliesalger, kopstuk van een zuivelgigant en een van de sprekers die dag. Hij had net zijn wc laten verbouwen en zich verbaasd over hoe de loodgieter steeds weer zijn probleem bij hem in de schoenen wilde schuiven. ‘Dat doen jullie toch wel anders?’ vroeg hij mij. ‘Zorg alsjeblieft dat je je klant tevreden achterlaat. En zorg dat je vraag creëert naar je product, zodat je jezelf ontslaat van deelname aan die verschrikkelijke prijsoorlog.’

Vol inspiratie keerde ik huiswaarts. Nog steeds zonder visie en missie, maar wel met een plan: we zouden ons gaan onderscheiden. In datzelfde jaar haakte Marten aan. Al snel begreep ik dat zijn ontwerpen, de huizen die hij tekent, een manier zijn om een specifiek deel van de markt te bedienen. Reisuurtjes die Marten en ik samen maakten gebruikten we om te sparren. We besloten de ontwerpafdeling los te knippen van het bedrijf, omdat we merkten dat klanten het lastig vinden om direct met een bouwbedrijf aan tafel te zitten. We spraken de ambitie uit voorop te willen lopen en aandacht te hebben en houden voor de menselijke kant van bouwen. En zo waren er nog wat zaken. 

De studenten keken me nog steeds vragend aan. 

Daar stond ik dan. Zonder PowerPoint en zonder boekwerk in mijn handen. Onze bureaulades zijn leeg. We werken papierloos. Nergens vind je lades met versies van bedrijfsplannen. Daar zijn we überhaupt niet van. En toch was ik staat om de vragen van de studenten te beantwoorden. Terwijl ik vertelde over Mensink concludeerde ik tevreden dat er zich door de jaren heen iets van een visie en missie gevormd heeft. Dat we inderdaad een strategie hebben. En dat het werkt.

De aandrang om zoiets te vangen in woorden voel ik niet. We zijn voortdurend in beweging. Net zoals de bouw. Als er zich dit jaar een nieuwe groep studenten meldt, vertel ik een ander verhaal, een geüpdate versie van het verhaal dat ik afgelopen jaar vertelde. Onze visie is dat onze visie voortdurend in ontwikkeling is. En onze missie is om dat vooral zo te houden. Als dat geen strategie is?

Nieuw talent uit Innovatiehub bij Mensink

Op de foto van links naar rechts: Gwendoline, Sophie en Jorn (Ruben bleef niet plakken).

In 2019 richtten we met drie andere bouw/technische bedrijven de Innovatiehub Salland op, een platform waar we knappe koppen de kans geven. De talenten in de Innovatiehub brachten ons de afgelopen jaren op goede, nieuwe en slimme ideeën. Sommigen zijn er nog steeds, anderen zetten nu elders een volgende stap in hun carrière. Nieuwe aanwas is er ook. Sinds kort hebben we Gwendolyne, Sophie, Ruben en Jorn namelijk in ons midden. Even voorstellen.

Hoi! Mijn naam is Gwendolyne Versteegh. Ik ben een negentienjarige student uit Apeldoorn. Ik zit nu in mijn tweede jaar op de Jan des Bouvrie Academie waar ik Interior Design And Styling studeer, kortom ik studeer om interieurontwerper te worden. Tijdens mijn stage ga ik meedenken voor interieurconcepten en deze uitwerken tot een passend interieur in een 3D model.

Ik ben Sophie Wichers Schreur, 22 jaar en ik kom uit Heeten. Ik doe de studie Creative Media and Game Technologies bij Saxion Hogeschool in Enschede. Tijdens mijn afstudeerstage ga ik bezig met de offertes van Nijhof en Mensink, om deze interactief en visueel aantrekkelijker te maken.

Mijn naam is Ruben Goedhart! Ik ben 21 jaar oud en momenteel zit ik in mijn laatste jaar van Technische Bedrijfskunde aan Hogeschool Saxion in Deventer, de stad waar ik ook woon. Ik ga mij bezig houden met het optimaliseren van de logistieke bewegingen en de reductie van CO2/stikstofuitstoot van Nijhof en Mensink.

Ik ben Jorn Riezebos. Ik ben 18 jaar wonend in Wesepe en studeer ruimtelijk vormgever op het Cibap in Zwolle. Naast stagelopen werk ik bij een supermarkt en sta ik als barista op festivals. Ik help hier met het ontwikkelen en realiseren van huizen in de 3D wereld, ik maak renderingen op Lumion om zo de klant een breder beeld te geven hoe het huis eruit komt te zien.

Dank Gwendolyne, Sophie, Ruben en Jorn! We zijn benieuwd naar jullie ideeën. Veel succes.

Gezocht: Freek Vonk voor de bouw

‘Bouwen is sjouwen zeggen ze weleens. Dat adagium is achterhaald.'

We kennen hem allemaal: die oom die in een vorig leven timmerman of metselaar was, zo’n een die tijdens de vorige crisis vervroegd met pensioen mocht. Met een beetje pech vertelt hij op verjaardagen verzuurd hoe zwaar zijn werk was: zakken cement van vijftig kilo, stenen met de hand van de vrachtwagen pakken, beton maken met de hand. ‘De botten doen me nog zeer.’

De gemiddelde veertien- of vijftienjarige ziet de verbitterde blik in de ogen, de kromme rug, de krakende handen en concludeert: dit is niet mijn wereld. Laatst zat ik met de zoon van mijn broer in de auto. Hij vertelde me dat hij werd uitgelachen door zijn vrienden over zijn keuze om in de bouw te werken. ‘Ze denken allemaal dat ik achterlijk ben geworden’, zei hij. En voegde daar aan toe: ‘Of terug ga in de tijd.’

Nee, de bouw is niet bepaald hot en sexy. Sterker nog: de bouw heeft een groot imagoprobleem.

Begrijpelijk? Een volmondig ja. Terecht? Een volmondig nee! 

Ook de bouwwereld heeft een revolutie doorgemaakt. Zakken cement wegen nog maar de helft, daken timmeren we op voorhand in elkaar om ze vervolgens met een hijskraan op de plek te brengen en we maken gebruik van door robots gemetselde muren bij nieuwbouwwoningen. Gereedschap, materialen, technieken: alles (ver)werkt beter, lichter en gemakkelijker. Onze voormannen hebben een iPad met daarin alle informatie over een bouw. Bestellingen geven zij vanaf de bouwplaats via diezelfde iPad rechtstreeks door aan onze leveranciers. We gebruiken drones, doen aan 3D scanning, geven klanten via de VR-bril een kijkje in de toekomst en zo kan ik nog wel even doorgaan. 

‘Bouwen is sjouwen’ zeggen ze weleens. Het adagium is achterhaald, met dank aan de bouwkraan, de bouwlift, de betonpomp en wat dies meer zei. Een bouwvakker is vandaag de dag een coördinator, maatvoerder, creatieveling en probleemoplosser in één. Iemand die verstand heeft van luchtdicht bouwen, koudebruggen en triple beglazing met hielafdichting. En hij is het aanspreekpunt voor de klant. Een soort zelfstandig ondernemer dus, maar dan met een Mensink-logo op zijn rug. 

Helaas is er geen oom die dát op verjaardagen vertelt. Iemand zei eens tegen mij dat de bouw een Freek Vonk nodig heeft, iemand die vertelt wat het werkelijk betekent om in 2021 als timmerman te werken. Diegene heeft gelijk. Maar zo’n type is er niet. En dus wachten we maar tot de markt een correctie pleegt. Het tekort aan bouwvakkers is enorm, terwijl de vraag naar woningen nog nooit zo hoog was. Het is wachten tot de tarieven omhoog schieten, ook in de cao. Dat het gebeurt is een zekerheid, de vraag is alleen wanneer.

Een paar jaar geleden zeiden ze op school: leer Mandarijn of verdiep je in programmeren. Ik zou zeggen: meld je aan bij Bouwmensen en kom werken in een sector die zoveel meer is dan je oom je wil doen geloven.

Rens en Chiel: bouwkundestudenten met frisse energie

'De werkcultuur is nogal informeel. Dat viel ons beiden op toen we begonnen.'

Gonard is de vijftig reeds gepasseerd en Udo en Arjan zijn hard op weg, de vergrijzing is volop gaande bij Mensink. Maar niet getreurd: sinds afgelopen zomer waait er een frisse wind door ons kantoor. Met Chiel Ruiter (22) en Rens Jansen (26) hebben we twee jonge knapen binnen boord gehaald. Pientere jongens bovendien, want ze zijn allebei afkomstig van de opleiding bouwkunde aan het Windesheim in Zwolle. Tijd om ze voor te stellen.

Chiel en Rens – beiden Wijhenaren – werken sinds afgelopen zomer bij Mensink. Chiel komt via de Innovatiehub Salland en werkt als designer voor ons. De ontwerpen die we maken werkt Chiel tot in detail uit, zodat een klant via een VR-bril precies kan zien hoe zijn huis eruit gaat zien. Rens is in dienst van Mensink en werkt als technisch tekenaar. Hij vertaalt de ontwerpen naar technische tekeningen, die de brug vormen tussen de theorie (de tekeningen) en de praktijk (de bouw). Zowel Chiel als Rens volgde de hbo-opleiding bouwkunde aan het Windesheim in Zwolle, hoewel Chiel die opleiding niet afmaakte.

Waarom stopte je met je opleiding, Chiel?
Chiel: ‘Voor ik startte met bouwkunde heb ik een opleiding ruimtelijke vormgeving gedaan. Ik wilde verder studeren en begon met bouwkunde, maar wiskunde en mechanica zijn niet aan mij besteed. Mijn talent ligt meer op creatief gebied. Ik heb nog kort de kunstopleiding Artez gevolgd, maar dat vond ik dan weer te zweverig. Dan maar aan het werk, haha! Bij Mensink vind ik de ideale combinatie tussen creatief en concreet.’

Hoe is dat voor jou, Rens? Wat trok jou naar Mensink?
Rens: ‘Ik herken wat Chiel zegt over die middenweg. Waar hij begon als creatieveling en daar bij bouwkunde technische bagage aan toevoegde, is het bij mij net andersom gegaan. Ik ben van nature technisch onderlegd, maar ben ook geïnteresseerd in de creatieve kant. Niet voor niets koos ik bij bouwkunde voor de richting architectuur. Het is grappig om te zien dat we bij Mensink in het midden zijn uitgekomen. Ons werk is zowel creatief als technisch.’

(Tekst gaat verder onder de foto.)

Chiel (links) en Rens.

Wat valt jullie op nu jullie aan het werk zijn?

Rens: ‘School en de praktijk zijn anders. Ik ben gewend om alles tot op de millimeter nauwkeurig uit te tekenen, terwijl dat soms niet nodig is. Dan zegt Gonard: “Dat kun je wel helemaal in detail uittekenen, maar een timmerman doet dat op de bouwplaats toch op zijn eigen manier.” Het werk is pragmatischer dan ik dacht. Ik ben zelf geen timmerman geweest dus kan nog niet altijd de vertaalslag maken naar de praktijk. Dat is wennen.’
Chiel: ‘De werkcultuur is nogal informeel. Dat viel ons beiden op toen we begonnen. Er wordt veel geauwehoerd en dat werkt fijn. Wat me ook opviel: de tijdsdruk die er soms is. Dan zegt iemand: “Eh Chiel, er komt vanavond een klant. Kun jij ervoor zorgen dat die tekening helemaal wordt ingekleurd, zodat de klant vanavond via de VR-bril een realistisch beeld ziet.” Dan is het even aanpoten. Gelukkig word ik vrijgelaten in mijn werk en kan ik er mijn eigen draai aan geven.’

Waar hopen jullie over een jaar te staan?
Chiel: ‘Dan hoop ik dat het werk wat ik maak nóg realistischer is. Er is al een nieuwe computer voor mij besteld waarop ik een programma kan draaien dat ik graag wil gebruiken. Ik volg de ontwikkelingen op het gebied van visualisaties sowieso op de voet en wil eraan bijdragen dat Mensink voorop blijft lopen. Dat is mijn doel.’
Rens: ‘De werkvoorbereiding doe ik nu nog samen met ervaren mensen zoals Gonard en Udo. Over een jaar hoop ik zelfstandig projecten te draaien. De komende maanden wil ik veel ervaring opdoen. Dat gaat ook wel lukken, want ik word hier in het diepe gegooid. Het is gewoon een kwestie van doen, fouten maken, daarvan leren en weer door. Op die manier leer je het snelst.’

Trouwens, praten we hier met de toekomstige Mensink-directie?
Chiel: ‘Ehhh…’
Rens: ‘Hmm…’
In koor: ‘Geen idee.’

Primeur: eerste maatwerkwoning met prefab wanden

'Deze bouwmethode geeft minder rommel en dat is voor iedereen fijn, voor onze jongens en ook voor onze opdrachtgevers die in het weekend komen kijken.'

Deze week zetten we in één ochtend de hele begane grond van een maatwerkwoning overeind. Met dank aan prefabricate wanden. Voor alle nieuwbouwwoningen gaan we over op deze innovatieve bouwmethode.

We volgden de ontwikkelingen al langer op de voet en besloten eind vorig jaar in te stappen. Directeur ‘mensen en bouwen’ Gonard: ‘We proberen altijd ons moment te kiezen. Toen een voorman me in een werkgroepoverleg wees op de leeftijd van drie van onze metselaars – allen zestig plus – wist ik dat de tijd rijp was. Binnen drie jaar stoppen zij, terwijl het werk alleen maar toeneemt.’

Kortere bouwtijd

Met prefab wanden verkorten we de bouwtijd met drie a vier weken. Bovendien zijn er minder handelingen op de bouwplaats nodig. Profielen stellen, metselen, puin opruimen, specie aanmaken, het is allemaal verleden tijd. Gonard: ‘Deze bouwmethode geeft minder rommel en dat is voor iedereen fijn, voor onze jongens en ook voor onze opdrachtgevers die in het weekend komen kijken. In de seriebouw is het al langer gangbaar, maar voor maatwerkwoningen zoals wij die bouwen is het vernieuwend.’

Geen kinderziektes meer

Ten opzichte van vorig jaar bouwen we in 2021 dertig procent meer woningen. Dat werk is ‘per ongeluk’ aangenomen, knipoogt Gonard. ‘De timing kon niet beter. De kinderziektes, zoals muren die breken tijdens het transport, zijn eruit. Bovendien hebben veel van onze metselaars zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot allround timmermannen. Die jongens doen liever drie klussen van drie weken dan een van negen. Bouwen is leuk als de vaart erin blijft, ook voor onze klanten.’

Bij het huis dat de primeur had, een vrijstaande woning in Wesepe, staat de begane grondverdieping inmiddels overeind. Gonard: ‘Als de verdiepingsvloer erop ligt komt het bedrijf waarmee we samenwerken nog een keer terug met de wanden voor de eerste verdieping. Daarna hijsen we het dak erop en kunnen we beginnen met de afbouw.’

Duurzaam bouwen: kijk verder dan de terugverdientijd

'Een houtvergasser leek me wel wat, dagelijks komt er schoon resthout terug van bouwplaatsen.'

Jarenlang adviseerde ik opdrachtgevers, bekenden en mijzelf: neem een afwachtende houding aan ten aanzien van nieuwe energietechniek. Wees niet de eerste met een warmtepomp, sta niet vooraan zodra de nieuwe Tesla beschikbaar komt. Wacht liever af. Laat anderen het leergeld betalen en geef kinderziektes de tijd om boven te komen drijven. Zonnepanelen, die kun je met een gerust hart aanschaffen, die techniek is bewezen en de prijs is laag. ‘Maar,’ en dit heb ik echt gezegd, ‘schaf gerust een nieuwe combiketel aan. Er is geen goedkopere manier om je huis te verwarmen.’

Feitelijk klopt het. Afwachten, niet de eerste zijn is economisch gezien een verstandige keuze. Maar inmiddels weet ik dat dit niet het hele verhaal is. 

Vorig jaar namen we intrek in ons nieuwe kantoor. De techniek waarmee we het gebouw (en de naastgelegen woonhuizen van mijn gezin en mijn ouders) verwarmen – een houtvergasser – kostte inclusief de installatie vijftigduizend euro. Het bedrag zag ik pas op de factuur, want toen de installateur het bedrag noemde stopte ik in beide oren een vinger.  

Het leek me wel wat. Dagelijks komt er schoon resthout terug van bouwplaatsen. Het is hout dat zo de kachel in kan. Oké, soms moet de zaag erin, maar de schone verbranding van deze reststroom scheelt tijd (transport) en geld (stortkosten). Dat is drie keer winst. Om je een idee te geven: in 2020 hebben we 45 ton resthout afgevoerd, allemaal gratis warmte.

(Tekst gaat verder onder de foto.)

De houtvergasser, zo weet ik inmiddels, doet het geweldig. Het apparaat zorgt voor een behaaglijk klimaat op de gebouwen op ons terrein. 

Is het financieel ook interessant? Het antwoord op de vraag is ja. Onze energiekosten zijn gezakt van 950 naar 50 euro per maand. Een snelle rekensom (50.000 delen door 900) leert dat het 55 maanden duurt voordat ik de investering heb terugverdiend, zo’n viereneenhalf jaar. Als we de stortkosten die we besparen meetellen is het nog minder, als we de uren die er voor nodig zijn om het hout te sorteren en te verzagen meetellen misschien wat meer. Hoe dan ook: het kan uit. 

Maar om heel eerlijk te zijn interesseert het antwoord op bovenstaande vraag me nog nauwelijks. Er stroomt water van 28 graden door onze leidingen richting ons nieuwe kantoor en het is overal behaaglijk. Met veel plezier laat ik de techniek zien aan opdrachtgevers die op bezoek komen. Kijk, het is een wonder! Groen, behaaglijk, goed voor de beestjes en plantjes. Ik ben trots op onze installatie.

Een van onze opdrachtgevers verving de oude houten balkenvloer in zijn woning vorig jaar door een vloer van schuimbeton met vloerverwarming. Hij had helemaal niet nagedacht over de terugverdientijd liet hij me recent weten. ‘Het binnenklimaat is geweldig, het comfort perfect. Wat wil je nog meer?’ 

Er is meer dan terugverdientijd. Beleving vertegenwoordigt ook een waarde.

New year, new Mensink

New year, new Mensink. Wij starten het nieuwe jaar met een volledig nieuwe huisstijl en een nieuwe website. Hiermee bezegelen we de ontwikkeling die we de afgelopen jaren hebben doorgemaakt.

Gonard: ‘De afgelopen jaren is er veel veranderd. Het aantal medewerkers is flink gegroeid en in 2020 hebben we ons nieuwe energieneutrale kantoorgebouw in gebruik genomen, dat we bouwden op de fundering van een oude varkensstal, tot dat moment ons kantoor. Aan ons logo hebben we sinds onze oprichting in 1994 nooit iets gedaan. Onze communicatiemedewerker zei dat het tijd was voor iets nieuws. Ik sputterde eerst tegen, maar hij bleef aandringen. Toen zijn we maar overstag gegaan.’

We hebben afscheid genomen van de vlammen in het oude logo en zeggen ook de kleur oranje vaarwel. Daarvoor in de plaats komt een krachtig beeldmerk en een nieuw kleurenpalet met aubergine als basiskleur. Het logo is ontworpen door Buro Naomi, een ontwerpbureau uit Raalte. Marten lacht: ‘Tijden veranderen. En wij trouwens ook. Onze huisstijl begon een beetje af te steken bij de ontwikkeling die we hebben doorgemaakt. Bovendien hebben we de ambitie om Mensink nog meer neer te zetten als een merk, een partner bij wie je terecht kunt als je echt iets moois en unieks wilt bouwen.’

Met het nieuwe logo borduren we verder borduren op de reeds ingeslagen weg. Gonard: ‘Kijk, zo’n nieuwe huisstijl is leuk. De jongens hebben een nieuwe trui, de busjes zijn opnieuw bestickerd en we hebben direct maar even onze website aangepakt. Maar verder gaan we natuurlijk gewoon verder met dat wat we al deden: mooie, kwalitatieve woningen en bedrijfsgebouwen maken voor onze klanten. Daar gaat het nieuwe logo weinig aan veranderen.’

Antwoorden op de belangrijkste vragen over gasloos bouwen

René Klein Ovink

‘Ik was laatst bij een opdrachtgever die drieduizend kuub gas verstookt in een woning van nog geen vier jaar oud. De woning was zo lek als een mandje. Daar kan een warmtepomp niet tegenop werken.’

Nieuw te bouwen woningen moeten sinds 1 juli 2018 aardgasvrij zijn. En dus gaan we samen met onze opdrachtgevers op zoek naar alternatieven. Samen met onze installatiepartner René Klein Ovink van Spekschate geeft Gonard antwoord op de belangrijkste vragen over het gasloze tijdperk. ‘Het vraagt om een gedragsverandering.’

Wat is het belangrijkste verschil tussen een combiketel en een warmtepomp als warmtebron?

Gonard: ‘Hoewel de gasvoorraad beperkt is, levert een combiketel vooralsnog onbeperkt warm water: snel, goedkoop en stabiel. Een warmtepomp haalt warmte uit de lucht of bodem en is beperkt in zijn prestaties. De aanvoertemperatuur van het warme water van een warmtepomp ligt een stuk lager: rond de 55 graden in plaats van soms wel 80 graden bij een combiketel.’

René: ‘Wie een warmtepomp gebruikt kan met behulp van een boilervat slechts een paar honderd liter warm water op voorraad houden. Een huis in korte tijd even flink opstoken is er niet bij. Een warmtepomp verwarmt constant en gelijkmatig op een lage temperatuur. Dit vraagt om een gedragsverandering.’

Waar moet je rekening mee houden als je kiest voor aard- of luchtwarmtepomp?

R: ‘Veel mensen draaien de thermostaat terug als ze de deur uitgaan. Met een warmtepomp is dat geen goed idee, omdat het systeem er lang over doet om een afgekoeld huis weer op te warmen. Het is veel slimmer om de temperatuur constant te houden. “Niet meer aankomen”, zeggen we vaak als we ergens een systeem hebben afgesteld. Dat zijn mensen niet gewend.’

G: ‘Zes mensen achter elkaar laten douchen met een boilervat van drie- of vierhonderd liter is niet mogelijk. Dat is iets om rekening mee te houden.’

R: ‘Zonder combiketel is het zaak om gelijkmatiger met warmte om te gaan. Een lucht- of aardwarmtepomp kan geen grote pieken leveren en dus kun je die ook niet vragen van het systeem.’

Is een lucht- of aardwarmtepomp minder comfort dan een combiketel?

G: ‘Dat vind ik niet. In principe zorgt een stabiel systeem, zoals een warmtepomp, voor een prettiger binnenklimaat.’

R: ‘Soms denken mensen dat het überhaupt niet mogelijk is om een huis warm te krijgen. Dat is natuurlijk niet waar. 21 graden in de woonkamer lukt prima. Mits het huis goed gebouwd is.’

Waar moet een huis aan voldoen om een warmtepomp te laten renderen?

G: ‘Alternatieven voor de combiketel worden ook wel lagetemperatuur verwarming genoemd. Isoleren en een goede kierdichting zijn hierbij sleutelfactoren. Als een huis de geleverde temperatuur goed vasthoudt, creëer je een heel prettig en constant binnenklimaat. Daarbij is het zaak om het huis optimaal te positioneren op de zon. Idealiter volgt de zon het leefritme in huis.’

R: ‘Ik was laatst bij een opdrachtgever die drieduizend kuub gas verstookt in een woning van nog geen vier jaar oud. De woning was zo lek als een mandje. Daar kan een warmtepomp niet tegenop werken.’

Zijn warmtepompen financieel aantrekkelijk?

G: ‘Een warmtepomp vraagt om een flinke investering. Een luchtwarmtepomp kost ongeveer zevenduizend euro, een aardwarmtepomp kost het dubbele. Als je zonnepanelen op je dak legt die de benodigde stroom leveren, haal je de investering er naar verloop van tijd uit. De prijs van gas gaat in de komende jaren bovendien stijgen, dus het zal aantrekkelijker worden. Nieuwe regels rondom salderen – het systeem waarbij je alleen aan een energieleverancier betaalt wat je netto verbruikt – kunnen de situatie veranderen.’

Raden jullie warmtepompen aan iedereen aan?

R: ‘Voor bestaande woningen raad ik het niet aan. Die zijn meestal niet goed genoeg geïsoleerd. Een combiketel is in zo’n geval nog steeds de beste keuze. Ik zou mensen adviseren om nog even te wachten, zodat de techniek zich verder kan ontwikkelen. Zelf heb ik thuis een hybride installatie van twee jaar oud. Die heeft in twee jaar tijd al een flinke upgrade gehad.’

G: ‘Mensen die nieuw bouwen worden als het ware gedwongen om als eerste de nieuwe auto uit de serie te kopen. Dat is nooit verstandig. Je kunt beter nog even wachten als je niet per se over hoeft op alternatieven voor de combiketel.’

10 dingen om rekening mee te houden na de oplevering van een nieuw huis

' Een te snelle opwarming verhoogt het risico op scheuren in de muren en vloeren.'

Na maanden voorbereiden en bouwen is het grote moment dan eindelijk daar: de oplevering. De sleutels worden overhandigd, mondhoeken krullen omhoog en natuurlijk zijn er volop nieuwsgierige familie en vrienden. Je huis is af. Een mooi moment. Het grote genieten kan bijna beginnen. Maar eerst: schoonmaken, schilderen en verhuizen. In deze blog vertelt werkvoorbereider Arjan Schutte waar je rekening mee moet houden in de eerste weken na de oplevering van je huis.

1. Welkom in een huis vol bouwvocht

Geloof het of niet, maar in een nieuwbouwhuis zit vier- tot vijfduizend liter vocht. Dat zijn dertig badkuipen vol. Beton, cement en gips zijn de boosdoeners – materialen die aangemaakt worden met veel water. Daarnaast staat je huis tijdens de (ruw)bouw bloot aan allerlei weersinvloeden. Het kan best een tijd duren voordat het vocht uit je huis is. Meestal is het oppervlak na een paar weken droog – in de wintermaanden duurt het iets langer – maar in de muren zit dan nog steeds veel vocht. Een beetje afhankelijk van het huis en de gebruikte materialen kan het een jaar duren voordat al het vocht uit de woning is verdwenen.

2. Even wachten met inrichten en schilderen

Ondanks het bouwvocht dat nog lang in de woning zit, hoef je geen jaar te wachten met het inrichten van je woning. Wel adviseren we om een paar weken te wachten alvorens de schilder binnen aan slag te laten. In de winterperiode adviseren we om drie tot vijf weken te wachten. In de zomerperiode kan het vaak sneller. Vraag altijd aan de schilder of hij (heel soms is het een zij) de muren droog genoeg vindt. Geduld is hier een schone zaak. Beter en weekje langer wachten dan verf die na verloop van tijd loslaat.

3. Gebruik een bouwdroger (en volg het advies op)

Veel mensen maken gebruik van een bouwdroger om het bouwvocht uit de woning te krijgen. Ons advies is altijd om hier voorzicht mee te zijn. Een te snelle opwarming verhoogt het risico op scheuren in de muren en vloeren. Ook hier weer: wees geduldig. Bij de oplevering van een woning adviseren we altijd over hoe de bouwdroger te gebruiken. Ons advies is in dit geval om die raad op te volgen, want het gebruik van een bouwdroger luistert best nauw. We hebben inmiddels al zoveel woningen gedroogd, dat we inmiddels weten wat werkt (en niet werkt).

4. Ventileer er op los

We adviseren om ramen en ventilatieroosters na de oplevering regelmatig tegen elkaar open te zetten. De goede luchtcirculatie die daardoor op gang komt, helpt bij het drogen van de muren, vloeren en plafonds. In enkele gevallen, zoals bij erg vochtig weer, is het niet raadzaam om roosters en ramen open te zetten. Bij twijfel kun je contact met ons opnemen. Bij de oplevering adviseren we hier ook over. Sommige mensen willen liever geen ramen en roosters openzetten, omdat ze denken dat er dan meer gestookt moet worden. Dit is een misverstand. Om een vochtige woning op te warmen is namelijk veel meer energie nodig. Om energie te besparen is het slim om de woning goed te ventileren (bij voorkeur een constante, matige luchtstroom).

5. Houd binnendeuren open

Omdat muren, vloeren en plafonds tijdens het droogproces ‘werken’, raden we aan om binnendeuren (45 graden) open te laten staan in de eerste weken. Door het vocht uit de muren, vloeren en plafonds kan een deur namelijk kromtrekken.

6. Vloerverwarming: volg het opstookprotocol

Zodra de vloerverwarming is aangelegd en de afwerkvloer is aangebracht, is het belangrijk dat de twee lagen aan elkaar ‘wennen’. Het is net een relatie, direct te hart van stapel lopen is meestal vragen om problemen. Te snelle temperatuurverschillen kunnen zorgen voor scheuren in de vloer. Om dit proces goed te doorlopen levert de installateur van de vloerverwarming altijd een opstookprotocol aan. Het is belangrijk om die protocol goed te volgen. Wij raden aan om het protocol twee keer te doorlopen.

7. Tegelvloeren: laat de tegellijm uitharden

Tegelvloeren zijn in het geval van vloerverwarming een geval apart. Na het leggen van een tegelvloer als afdekvloer voor vloerverwarming, mag de vloerverwarming de eerste zes weken niet aan. De reden: de tegellijm moet eerst uitharden. In het geval van een tegelvloer in de woonkamer raden we aan om eerst het opstookprotocol te volgen en dan pas de tegelvloer te (laten) leggen. Ook in dit geval moet de tegellijm na het leggen van de vloer zes weken drogen. In deze periode kan de vloerverwarming zes weken niet gebruikt worden. Na zes weken kan de vloerverwarming rustig worden opgestookt. Take it slow.

8. Zet de mechanische ventilatie in verhoogde stand

Veel nieuwbouwhuizen zijn tegenwoordig voorzien van mechanische balansventilatie (mechanisch afzuigsysteem). Zo’n installatie zorgt ervoor dat frisse lucht wordt aangevoerd, zonder dat er warmte verloren gaat. Tijdens de bouw komt er veel bouwstof in het systeem. Dit is onoverkomelijk. Ons advies is om de mechanische ventilatie in een verhoogde stand te zetten zo lang u nog niet in het huis woont. Dit versnelt het drogingsproces (vergelijkbaar met ramen en roosters open zetten). Zodra alle werkzaamheden zijn afgerond is het tijd voor een grondige schoonmaak van het systeem.

9. Geef muren de ruimte (om te drogen)

We raden aan om meubilair in het eerste jaar minimaal vijf centimeter van de kant af te zetten. Zo zorg je ervoor dat alle stukken muur goed kunnen drogen.

10. Wees zuinig met water tijdens de schoonmaak

Een woning wordt altijd bezemschoon opgeleverd. U moet dus zelf aan de slag om het huis echt schoon te maken. Advies is om in het eerste jaar niet te gulzig te zijn met water. De uitdaging is immers om al dat vocht uit de woning te krijgen. Een emmer water leegsoppen op de vloer vertraagd dit proces aanzienlijk. Verwijder zand en cementresten het liefst met een droge borstel of een (bouw)stofzuiger. Het advies is om het glas in de ramen wél met flink veel water schoon te maken. Het glas is in het begin namelijk nog zacht. Schoonmaken met weinig water verhoogt de kans op krassen.

Heb je nog vragen naar aanleiding van deze tips en trics? Neem gerust contact met ons op. We adviseren je graag over een soepel en probleemloos eerste jaar na de oplevering. De moraal van dit verhaal is: wees geduldig, besteed voldoende aandacht aan het drogen en wees zuinig met water tijdens het schoonmaken.

Huis op het oog? Vraag een aannemer om mee te gaan kijken.

'Iemand die elke dag op de bouwplaats loopt, weet precies waar op te letten.'

Heb je een bestaande woning op het oog, en wil je weten of het huis bouwkundig goed in elkaar steekt? Vraag eens een aannemer of timmerman om met je mee te gaan om de woning te inspecteren. Bouwvakkers doen niets anders dan bouwen en weten dus precies waar zij op moeten letten. Onafhankelijkheid is in dit kader geen toverwoord. Kies liever voor deskundigheid. Aannemers zijn druk, maar wel benaderbaar (maak daar gebruik van).

‘Gonard, we hebben een probleem. Er is zwam in onze kruipruimte geconstateerd. De verkoop van ons oude huis gaat niet door, waardoor we niet zeker weten of de bouw van ons nieuwe huis door kunnen laten gaan.’

Het belletje kwam een paar weken geleden. Een licht paniekerige opdrachtgever, voor wie we binnenkort beginnen met de bouw van een nieuw huis, belde me op. De aanstaande kopers van zijn huidige woning hadden een bureau ingeschakeld, dat een rapport had opgesteld. De vernietigende conclusie: zwam in de kruipruimte.

Zwam, schimmels die hout aantasten

Zwam is een verzamelbegrip voor 100.000 verschillende soorten schimmels die hout aantasten. De constructie van je huis kan hierdoor beschadigd raken en ernstig verzakken. De huiszwam is in staat om in een korte periode de draagkracht van een vloer met de helft te verminderen. Geloof me, dat wil je niet. Zwam bestrijden is een kostbare operatie en dus dreigden de potentiële kopers van het huis zich terug te trekken.

Blunders

In de afgelopen vierentwintig jaar heb ik dit soort telefoontjes vaker gehad. Het devies is vaak: rustig blijven en zelf gaan kijken. En dus trok ik een paar dagen later zelf de kruipruimte open van het huis in kwestie. Ik zag op het eerste gezicht inderdaad iets wits, iets schimmelachtigs. Dit was vast het moment waarop de medewerkers van het bouwadviesbureau het hokje ‘zwam’ had aangevinkt. Ik liet me, gewapend met zaklantaarn, naar beneden zakken en bekeek de zogenaamde schimmel van dichtbij.

Mijn conclusie: een witte kartonnen doos waar ooit tegels in hadden gezeten. Weliswaar een beetje verdord door de elementen in een kruipruimte (vocht), maar zeker geen zwam. Een knullige blunder, maar helaas geen uitzondering. Het komt regelmatig voor.

Deskundigheid

Dit klinkt misschien als preken voor eigen parochie, maar iedereen die een bestaand object op het oog hebt adviseer ik: neem een aannemer of timmerman mee om de staat van een huis te inspecteren. Iemand die elke dag op de bouwplaats loopt, weet namelijk precies waar op te letten. Hij (meestal geen zij) heeft veel actuele informatie en krijgt iedere dag feedback van dat wat er op de bouw goed en minder gaat. Daar kan, in dit geval, geen bouwadviesbureau tegenop.

Onafhankelijk? Misschien niet helemaal, zeker niet als je een eventuele verbouwing door diezelfde aannemer wilt laten uitvoeren. Maar hoe erg is dat eigenlijk? Je hebt toch een aannemer geselecteerd omdat je vertrouwen hebt in die club? Een onafhankelijke partij inschakelen kan altijd nog. Deskundig? Zeer zeker. Iemand die elke dag bezig is met bouwen en verbouwen (in plaats van met papierwerk) weet namelijk veel beter wat mankementen en gebreken zijn, en vooral ook: hoe deze op te lossen (en wat dit kost).

Als je een motor wilt kopen, maar geen verstand hebt van motors, vraag je toch ook het liefst iemand mee die hele dagen aan motors aan het sleutelen is. Iemand die weet waar eventuele gebreken zitten en wat er moet gebeuren om deze te verhelpen?