Mensen van Mensink #4: Michel

‘Mensink is een verzameling vakmensen.’ Mooie woorden, maar wie zijn ze, waar zijn ze goed in en waarom doen ze wat ze doen? Het is de hoogste tijd voor antwoorden. Vandaag: Michel Tigelaar (44), service timmerman.

 

Michel, hoe laat gaat ‘s ochtends je wekker?

‘Om zes uur, al ben ik in 95 procent van de gevallen voor de wekker wakker. Thuis maak ik een cappuccino en kijk ik alvast of er klanten zijn die mij laat op de avond of vroeg in de ochtend een verzoek hebben gestuurd. Sinds een paar jaar staat mijn telefoonnummer op de website, zodat klanten met reparatieverzoeken mij rechtstreeks kunnen benaderen. Dat kan van alles zijn: een losgekomen koplat, een beschadiging of de montage van nagekomen onderdelen. Om zeven uur drink ik een kop koffie met mijn collega’s. Dat is fijn, want zo blijf ik goed op de hoogte van wat er speelt op de verschillende bouwplaatsen. Na de koffie ga ik mijn eigen weg. Als service timmerman beheer ik min of meer mijn eigen toko binnen Mensink.’

Hoe zien je werkdagen eruit?

‘Afwisselend. Geen dag is hetzelfde. Op maandagen bespreek ik met de werkvoorbereiders op kantoor de binnengekomen opleverpunten, service werken en speciale verzoeken. Vervolgens maak ik een globale planning voor de hele week. Ik probeer clusters te maken per gebied, want ik heb een hekel aan rijden voor niets. Tijd is geld en ik heb een hekel aan geld verspillen. Vandaag heb ik twee gesneuvelde sloten gerepareerd en een vastgelopen draaikiepraam weer draaiend gemaakt. Daarna ben ik teruggegaan naar kantoor om een opleverrapport op te stellen. En nu zit ik hier met jou.’

Hoe ben je in deze rol beland?

‘Ik werk sinds 1999 bij Mensink. Jurgen de Groot, de neef van een maatje van mij, vroeg of ik hier wilde werken. Het verhaal van Gonard klopte: ik kon hier een prima loon krijgen, mocht mijn timmeropleiding afmaken en er lagen kansen om veel te leren. In de eerste jaren waren we met een klein clubje. We deden alles: timmeren, metselen, stukadoren, voegen, schilderen. Als het nodig was hielpen we zelfs op de boerderij, want Mensink was destijds ook boer. Door alles te doen wordt je vanzelf handig, we waren niet bang. Ik ontdekte dat ik een allrounder ben én een pietje precies. Ik kan er niet tegen als de puntjes op de i ontbreken. De rol van service timmerman past me als een jas.’

'De mensen moeten tevreden zijn,
Dat is het belangrijkste. '

Zei je op een dag: ‘Ik wil service timmerman worden?’

‘Nee, zo ging het niet. Dat is geleidelijk ontstaan. Ik werd steeds vaker ingeschakeld voor de moeilijke vragen en precieze klusjes. Vlak voor de kredietcrisis besloot ik met mijn vader een forelvisserij te beginnen. Ik nam afscheid van Mensink, maar Gonard zei: “Je kan altijd terugkomen.” En zo geschiedde. Door omstandigheden zijn we met de visserij gestopt, waarna ik met open armen werd ontvangen bij Mensink. Sindsdien ben ik geleidelijk in deze rol gegroeid.’

Je werkt al drieëntwintig jaar bij hetzelfde bedrijf. Heb je er nooit genoeg van?

‘Deze rol krijg ik niet snel bij een andere aannemer. Je moet doen waar je goed in bent, vind ik. En ik ben goed in werken afmaken, service verlenen en de puntjes op de i zetten.’

Krijg je wel eens een verzoek waarvoor je geen oplossing hebt?

‘Arjan zegt altijd: “Als Michel het niet kan, kan niemand het.” Ik weet niet of het waar is, maar ik ga de uitdaging altijd aan. Een tijd geleden belde een klant op. Met het verhuizen van meubels was een vervelende deuk ontstaan in een dure hardhouten trapleuning. Of ik daar iets mee kon. Daar heb ik wel even bij staan kijken. Hoe gaan we dit doen? Ik wilde de klant niet op kosten jagen. Uiteindelijk heb ik de deuk gevuld met houtvuller, en met kleurpotloden van mijn kinderen het hout en de nerven nagetekend. Tot slot heb ik de plek voorzien van een transparante laklaag. Je zag er helemaal niets meer van. Soms moet je creatief zijn.’

Waar haal je voldoening uit in je werk?

‘Ik ben blij als onze klant supertevreden is, ik met voldoening kan terugkijken op een werk en we goede reclame maken voor Mensink. Ik wil dingen oplossen en afmaken. De mensen moeten tevreden zijn, dat is het belangrijkste.’

Een jaar geleden vluchtte ik naar de bouwplaats, dit is wat ik leerde

Buiten wordt een feestterrein opgebouwd. Jorn, Michiel en Joeri van de feestcommissie sjouwen met hekken die nieuwsgierige ogen vanmiddag en vanavond op afstand moeten houden. Binnen die hekken: een zandstrand, loungebanken van pallets, watertanks gevuld met lampjes die dienst zullen doen als statafels, vlaggetjes, twee hot tubs en een plateau gemaakt van steigerbuizen, waar de broer van een medewerker aan knopjes zal draaien. Het bouwvakfeest begint over een paar uur en dit is het eerste wat ik hoor of zie over de invulling. ‘Kijk aan,’ mompel ik onwennig. ‘Goed bezig.’

Straks, als de vakantie is afgelopen, is het precies een jaar geleden dat ik naar de bouwplaats vluchtte. Mijn hoofd functioneerde niet meer helder en mijn handen trilden als ik een muis vasthield. Het mocht wel wat minder, dat vond mijn vrouw ook. Bovendien was ik buiten harder nodig dan binnen – althans, dat dacht ik. Ik sloeg met ‘Team Brent’ aan het timmeren – eindelijk weer naar buiten! – en gaf de jongens en meisjes op kantoor alle ruimte. 

In mijn blogs berichtte ik over de voortgang. In februari: ‘Er zit een zwarte substantie op mijn handen en ik krijg het er niet af. Ik ben weer bouwvakker.’ Terloops liet ik ook mijn licht schijnen over de huidige beslommeringen in de bouw: personeelstekorten, oplopend verzuim, prijsstijgingen en toegenomen levertijden veroorzaken pijn. ‘Ik vrees dat het pas beter wordt in de bouw wanneer iedereen de pijn voelt,’ zei ik, daarmee refererend aan mijn Oekraïense buurman die ik hard zie werken omdat hij een bestaan wil opbouwen. 

Maar er waren ook periodes waarin ik niets van me liet horen. April en mei waren het slimst. ‘Laat me maar even met rust,’ seinde ik de mensen om me heen in. In die maanden zat ik weer meerdere dagen per week op kantoor om puin te ruimen en teugels aan te halen, met de handen in het haar. Dat zit zo: 

Ik ben iemand die makkelijk loslaat. Een paar weken geleden nog meldden zich twee Oekraïners aan de poort. Ze wilden werken in de bouw. ‘Prima,’ zei ik. ‘Kom maar mee.’ Al na een paar dagen klonk het: ‘Maar je geeft helemaal geen aanwijzingen.’ Het is waar. Ik ben van de school ‘al doende leert men.’ Probeer, denk zelf na en vooral: dóé. 

Tegen de jongens en meisjes op kantoor had ik iets soortgelijks gezegd. ‘Hier zijn de lijsten, dit zijn de mappen: veel succes. Maak er wat van.’ Maar wat ‘buiten’ prima gaat, werkt ‘binnen’ niet. De reden: er zat van alles in mijn hoofd en dat had ik meegenomen naar buiten. Ik wist over de knelpunten, patronen. Over wie en wat en zus en zo. Ik had de televisie en de afstandsbediening afgegeven, maar de doos met de handleiding lag al lang bij het oud papier. Een excelsheet zonder context zijn maar woorden en getallen tussen een paar lijnen. 

‘Dit gaat zo niet,’ zeiden meerdere mensen op een zeker moment tegen me. En ze hadden gelijk. Het is mijn taak om de nieuwe leiders van Mensink tijd én richting te geven zodat ze in hun nieuwe rol kunnen groeien. Zoiets gaat niet vanzelf. Een handboek zal ik niet snel maken. Vraag mij waarom ik doe wat ik doe en ik zal zeggen dat ik doe wat ik doe. Maar ik kan wel pijnpunten signaleren of ingrijpen als ik zie dat iets spaak dreigt te lopen. Ook de vraag ‘Hoe zou jij dat doen?’ kan ik beantwoorden. Inmiddels zijn er meer overlegmomenten, waarin ik beetje bij beetje mijn kennis en ervaring overdraag. Wat helpt is dat ik er weer energie voor heb, mijn vitamine D-gehalte is op pijl. 

Zaterdagnacht vertrek ik met mijn vrouw naar Oostenrijk. Vakantie. ‘Ruimen ze de zooi ook weer op als het feest is afgelopen?’ vraagt ze als ze een blik op het feestterrein werpt. Haar bezorgdheid is terecht. Voorheen was ik het die op zaterdagen tot tien uur ‘s avonds de glasscherven tussen de stenen vandaan peuterde. Om een paar uur later vermoeid in de auto te stappen. Maar de feestcommissie heeft het me beloofd: ik hoef er niets aan te doen, alleen maar te komen. Zo dadelijk berg ik mijn troffel op, trek wat leuks aan en ga bier drinken met de jongens. Morgen slaap ik mijn roes uit en dan kan het maar zo zijn dat ik morgen rond middernacht uitgerust achter het stuur plaatsneem. Ineens weet ik het zeker: dit komt goed.

Mensen van Mensink #3: Aron + Henk

‘Mensink is een verzameling vakmensen.’ Mooie woorden, maar wie zijn ze, waar zijn ze goed in en waarom doen ze wat ze doen? Het is de hoogste tijd voor antwoorden. Deze keer: metselaar Henk (66) en timmerman Aron Hofstede (33), vader en zoon.

Henk, waarom koos je er ooit voor om de bouw in te gaan werken?

Henk: ‘Leren was niets voor mij. Ik ben toen ik veertien jaar was begonnen als opperman bij een kleine aannemer. Daarna heb ik het metselen geleerd. In de jaren tachtig was het crisis in de bouw, waardoor ik bij de spoorwegen belandde. Na een reorganisatie ben ik teruggekeerd in de bouw. Ik ben altijd een handige jongen geweest. Mijn vader was dakdekker. Het buitenleven, het vrije leven spreekt me aan. Binnen zitten is niets voor mij.’

Wat vind je mooi aan het ambacht metselen?

Henk: ‘Dakdekken heb ik ook wel gedaan, maar een dak ziet geen mens meer, een gevel wel. Dat is het belangrijkste verschil. Metselen is eervol werk. Geen muur is hetzelfde, elke dag is anders.’

Aron: ‘Een mooi product maken, dat is wat jij het leukste vindt.’

Henk: ‘Dat is zo. Niet alleen een steentje wegleggen, maar een mooie rollaag maken. Het metselwerk is de finishing touch, het bepaalt de uitstraling van een woning. Het moet er goed uitzien.’

Wat dacht je toen Aron zei dat hij ook de bouw in wilde?

Aron: ‘Hoe oud was ik? Vijftien, zestien? In zat in het derde jaar van het vmbo.’

Henk: ‘Ik heb een tijdje staan lachen toen hij dat vertelde. Net als mijn vrouw overigens. Aron lag het liefst de hele dag op de bank.’

Aron: ‘Of ik was buiten aan het klooien met mijn vrienden. Ik was een skater. Mijn broer is een handige jongen, die was altijd in de schuur aan het knooien. Maar goed, ik moest toch iets kiezen. Ik wilde eerst timmerman worden, maar de leraar timmeren vond ik niet leuk. Toen ben ik gaan metselen. Belachelijk eigenlijk, hè?’

'Ik was blij dat hij niet achter een bureautje ging zitten.
Het is nuttig werk, je draagt iets bij. '

Welke rol heeft je vader gespeeld bij die keuze?

Aron: ‘Geen rol. Wij praatten thuis niet over zijn werk.’

Henk: ‘Om vier uur is het werk klaar.’

Aron: ‘Ik keek wel naar mijn broer, Robin. Die was met een bouwopleiding begonnen. Ik zag wat hij deed, dat sprak me aan. Hij werkte bij een mooi bedrijf, van hem hoorde ik de verhalen. De vrijheid en het lekker buiten zijn trok me. Henk was nooit zo enthousiast.’

Henk: ‘In die tijd werkte ik nog op de grote bouwen. Dat is ook niet zo boeiend, gewoon stampen. Wat had ik dan moeten zeggen? ‘Ik heb vandaag weer duizend steentjes weggelegd.’ Alsof jullie dat wat zou interesseren.’

Aron: ‘Mijn broer gaf de doorslag. Toen ik eenmaal stage begon te lopen was ik om.’

Henk, toen je eenmaal van de schrik was bekomen, vond je het een goed idee dat je zoon de bouw in ging?

Henk: ‘Jazeker, natuurlijk wel. Het is een blijvend beroep. Ik was blij dat hij niet achter een bureautje ging zitten. Het is nuttig werk, je draagt iets bij.’

En zwaar werk.

Henk: ‘Het was zwaar werk, inmiddels is het een stuk lichter. Het spul wordt er met de kraan bijgezet. Bovendien: je kan niet voor je kind kiezen, het is zijn keuze. Ik ben verder ook niet op een speciale manier bezig geweest met hem tijdens zijn opleiding.’

Aron: ‘Ik ben begonnen bij een metselbedrijf, maar dat vond ik vreselijk. Daarna heb ik bij een kleine aannemer mijn hele opleiding doorlopen. Totdat de crisis kwam. Na een paar maanden in de WW kwam ik opnieuw bij een metselbedrijf terecht. Via mijn vader, die hier toen al werkte, ben ik bij Mensink gekomen.’

Henk: ‘Ik had Aron een paar maanden meegenomen omdat mijn metselmaatlaarmaat was uitgevallen wegens ziekte. Gonard zei tegen mij: ‘Ik wil die jongen wel hebben.’ Dus ik zei: ‘Vraag hem zelf maar. Daar ga ik niet over.’’ 

Aron: ‘Het was een goede kans. Vrienden van mij werkten al bij Mensink. In de loop der jaren heb ik me hier ontwikkeld van metselaar tot allround timmerman. Dat vind ik ook het leukste, het werk klaar maken. Dat die ontwikkelingsruimte er was en is vind ik super.’

Henk, hoe is het om met je zoon samen te werken?

Henk: ‘Zoals met iedere andere vakman. Je moet niet denken dat we vader en zoon zijn op de bouw, nee dan zijn we gewoon Henk en Aron voor elkaar. Aron verstaat zijn vak. Ik kon hem niet zoveel leren.’

Aron, lachend: ‘Ik mijn vader wel.’

Henk: ‘Nou ja, soms. We werken geregeld samen aan een woning. Dan zegt Aron wel eens: ‘Dat moet je zo en zo doen.’ Hij is in een andere tijd opgeleid en groot geworden, ik heb altijd op de grote bouw gewerkt. Vroeger trokken we de isolatie mee omhoog als we metselden, dat moest van de baas. Het was een heel andere tijd, er werd veel gerommeld. Nu is het anders. Bij Mensink is de kwaliteit hoog en er is veel oog voor detail. Dat zit er bij mij inmiddels ook in. Ik werk hier alweer zeventien jaar.’

De nieuwe generatie Hofstedes is er al. Hopen jullie op een carrière in de bouw voor jullie zoon en kleinzoon?

Aron: ‘Mij maakt het echt helemaal niets uit.’

Henk: ‘Je kan dat toch niet dwingen.’

Aron: ‘Maar de bouw is een hartstikke gave wereld. Als je daar eenmaal inzit, je ding verstaat en je ding doet is het leuk.’

Henk, hoe lang mogen we nog van jou genieten?

Henk: ‘Eind dit jaar stop ik officieel, dan ga ik met pensioen. Maar ik zie het zo voor me dat ik nog twee dagen per week blijf werken. Helemaal stilzitten is niets voor mij. Wat zou ik dan moeten doen?’

Nog heel even en dan hebben we elkaar weer nodig

Links ons kantoor, rechts het trailerhuisje met de afgebakende tuin.

Vier weken verbleef hij met zijn naasten bij een gastgezin in Arnhem, een noodverband. Er werd gezocht naar een oplossing. En zo kwam het dat hij mijn buurman werd. Ongeveer een maand geleden namen ze intrede in het trailerhuisje dat op intitiatief van de buurt op ons terrein staat: hij, zijn vrouw en hun twee kinderen (4 en 6 jaar). De derde is op komst. 

Ik stel geen vragen. Tenminste, geen vragen over het leven dat achter hen ligt. Oekraïne, oorlog, vluchten: ik kan me er iets bij voorstellen – en tegelijkertijd helemaal niets. Wat telt is dat ze hier willen blijven, dat ze nooit meer terug willen en in Nederland een bestaan op willen bouwen. Hij wil een auto kopen. Hij wil geholpen worden aan zijn oog, moet geholpen worden aan zijn oog. Anders kan hij blind raken. Een natuurlijk een groter huis in de toekomst. Doelen zat. 

Werk had hij vrijwel meteen. Ik meen dat hij in zijn vorige leven muzikant was, zanger als ik me niet vergis (hij spreekt Pools en Oekraïens, Google Translate biedt uitkomst). Maar dat wat achter hem ligt telt niet meer. En dus werkt hij nu bij Veldman, hij legt zonnepanelen. Iedere ochtend stapt hij voor zeven uur op de fiets. Zes dagen per week. Iedere dag een stap dichterbij het verwezenlijken van zijn dromen.

De auto, operatie en het huis zijn toekomstmuziek. De spaarpot moet eerst gevuld. Wat niet kon wachten was een omheining rondom het grasveld voor het huis, zodat zijn jonge kinderen veilig kunnen spelen. Want een bouwterrein betekent busjes, aanhangers en vrachtwagens. (Je moet er niet aan denken.) Schuchter vroeg hij of hij de pallets die hij ergens in een hoek van ons terrein had zien liggen mocht gebruiken. Met wat buren hielp ik hem aan fatsoenlijk hout en samen timmerden we op een maandagavond een hek in elkaar. Een handige vent, merkte ik. Vlot. Grappig. Erg gedreven bovendien.

‘Ga je een keer mee de bouw op?’ vroeg ik toen het hek stond. Hij stemde in en voegde zich de zaterdag erop bij ons. We vlochten betonstaal, werkten hard, hadden plezier.

Die avond meldden mijn vrouw en ik ons bij zijn stulp voor een barbecue. We waren uitgenodigd. We betraden de tuin via het deurtje in de omheining. ‘Nee, nee!’ zei hij toen ik zijn loon voor die dag aan hem wilde geven. Met zijn hand maakte hij een afwerend gebaar. De hulp bij het bouwen van het hek was welkom geweest, maar dit was toch zeker niet nodig. Ik probeerde het bij zijn vrouw, maar daar kon ik de enveloppe evenmin slijten. ‘Ga zitten,’ zei ze. De man schonk wodka in, legde vlees op de de barbecue. En de avond was lang.

In bed die nacht – ik slaap al weken slecht – dacht ik na over de vorige crisis. Die van 2013, weet u nog? Er kwam een gevoel van heimwee op. Het was alle hens aan dek geweest. We hadden een gezamenlijke vijand en dus hielpen we elkaar: onderaannemers, medewerkers, opdrachtgevers. Want thuis zaten gezinnen met schoolgaande kinderen, er moesten dromen waargemaakt. We grepen iedere kans die voorbijkwam met beide handen aan en werkten hard. Er vielen geen ontslagen, we groeiden, individueel en als club. We versloegen de crisis! 

Toen alles beter werd kwam de klad erin. De afgelopen jaren hebben wij mensen ons volgevreten als een luie vakantieganger op een strandbedje in de zon: moeilijk vooruit te branden, het lichaam zwaar en ongezond. Ik merk het aan alles: het ongeduld, het gebrek aan weerbaarheid, hoe met tegenslagen wordt omgesprongen. De drive om er samen iets van te maken ontbreekt. In de bouw wordt op dit moment vooral naar elkaar gewezen, in plaats van dat we elkaar helpen.

De gevolgen komen nog slechts beperkt aan de oppervlakte, maar de crisis is al lang begonnen. Het is té lang, té goed gegaan. Om bij het voorbeeld van het strandbedje in de zon te blijven: het lichaam van de vakantieganger is ziek, de vakantieganger heeft het alleen nog niet door. Hij negeert de signalen en kijkt de andere kant op, in de hoop dat… ja waarom eigenlijk? 

Ik draai er niet omheen, directeur-eigenaar zijn van een bouwbedrijf is geen pretje op dit moment. Personeelstekorten, oplopend verzuim, prijsstijgingen en toegenomen levertijden veroorzaken de nodige pijn. Ik hoef mijn mailbox of Whatsapp maar te openen of ik word ermee geconfronteerd. Ik vrees dat het pas beter wordt wanneer iedereen de pijn voelt. Pas als we de bodem zien gaan we elkaar weer helpen, gaan we elkaar weer als mensen zien. Mijn voorspelling: nog even en dan zijn we allemaal weer net zoals hij.

Mensen van Mensink #2: Menno

‘Mensink is een verzameling vakmensen.’ Mooie woorden, maar wie zijn ze, waar zijn ze goed in en waarom doen ze wat ze doen? Kortom: wie zijn de mensen van Mensink? Het is de hoogste tijd voor antwoorden. Vandaag: Menno Nalis (42), maatvoerder.

Menno, hoe lang werk je al bij Mensink?

‘Twaalfenhalf jaar! Dat weet ik omdat ik net mijn jubileum heb gehad, inclusief fototaart.  Ik was 30 jaar toen ik bij Mensink kwam, daarvoor heb ik lang bij bij bouwbedrijf Besten gewerkt. Dat bouwbedrijf ging failliet en ik kende Gonard een beetje via mijn kameradengroep. Van het een kwam het ander. Mensink was in die tijd echt een boeren aannemer. Het was vrij en er werden veel grapjes gemaakt.’

Hoeveel mensen werkten er toen?

‘Twaalf geloof ik, er was veel saamhorigheid. Dat is er nog steeds, al is het anders nu het team vier keer zo groot is. Mensink is veel professioneler geworden en met de tijd meegegaan. Dat moet ook. Sander, Michel, Jurgen en Robin werkten er toen en werken er nog steeds, dat is wel mooi. Er is sprake van een vaste kern.’

Wat is de reden dat jij na al die jaren nog steeds bij Mensink werkt?

‘Ik ben ooit de bouw in gegaan omdat ik een buitenjongen ben. Mijn opa was timmerman en ik werk net als hem graag met mijn handen. De vrijheid in de bouw heeft me altijd aangesproken. Daarnaast is er veel veranderd, daardoor blijft het spannend. We bouwen nu met prefab wanden (elders gefabriceerde binnenmuren, red.), zijn redelijk ver met luchtdicht bouwen en passen steeds nieuwe en andere materialen toe. De woningen die we maken zijn daarnaast steeds mooier en kwalitatief hoogwaardiger geworden. Gonard vroeg een paar jaar geleden of ik maatvoerder wilde worden. Daar heb ik toen ‘ja’ tegen gezegd.’

'De bouw is veranderd. Een woning van A tot Z bouwen doen timmermannen niet meer. '

Je was ‘een beetje verzuurd’ schreef Gonard in zijn blog.

Lacht. ‘Dat is zijn kant van het verhaal. We hadden een meningsverschil over reiskosten. Ik had last van mijn knie, maar gaf dat geen rust en kreeg er meer last van. Zijn vraag kwam precies op het goede moment. Gonard zocht iemand die goed met gereedschap om kan gaan. Dat ben ik: ik onderhoud mijn spullen goed en als iets stuk gaat maak ik het zelf. Als maatvoerder ben ik hartstikke vrij en mijn werk is nog afwisselender geworden. Het was een goede oplossing voor de situatie, alles is goedgekomen.’

Wat doe je als maatvoerder?

‘Op basis van een referentiepunt, bijvoorbeeld een gebouw in de omgeving of buispaaltjes die de gemeente plaatst, zet ik allereerst het grondwerk uit met piketpaaltjes. Ik coördineer vervolgens het uitgraven van de fundering en bepaal of de ondergrond verbeterd moet worden. Daarna kom ik terug met mijn meetapparaat en bepaal ik de hoekpunten van de bekisting van de fundering. Als die klaar is teken ik de beganegrondvloer uit en als die gestort is de binnenwanden. Dan kom ik nog een keer terug voor de binnenwanden op de verdiepingsvloeren. Daarnaast maak ik alle meterkasten klaar. Kortom: ik zet de lijnen uit. Dat lijkt makkelijk, maar het heeft best wat voeten in de aarde. Mijn werk vormt de basis van iedere woning.’

Mis je het timmerwerk nog wel eens?

‘De bouw is sowieso veranderd. Een woning van A tot Z bouwen doen timmermannen niet meer. Daarbij heb ik al zoveel getimmerd in mijn leven, op een gegeven moment wordt het minder spannend. Af en toe moet je iets nieuws doen, wat dat betreft klopt het wel wat in Gonard’s stukje staat. En als je dan ook nog bij een bedrijf werkt dat met de tijd meegaat blijft het werk interessant, ook na 25 jaar. Veranderingen zullen blijven komen en dat is ook goed, er komen vanzelf weer nieuwe dingen op je pad. Als ik maar buiten kan blijven werken.’

Mensen van Mensink #1: Michiel

‘Mensink is een verzameling vakmensen.’ Mooie woorden, maar wie zijn ze, waar zijn ze goed in en waarom doen ze wat ze doen? Kortom: wie zijn de mensen van Mensink? Het is de hoogste tijd voor antwoorden. Vandaag: Michiel van den Berg (28), onze kersverse werkvoorbereider.

Michiel, hoe lang werk je al bij Mensink?

‘Even denken hoor… Ik was zestien toen ik hier kwam werken, dus dat is twaalf jaar. Meteen na mijn vmbo-3 opleiding ben ik gestart met de opleiding bij Bouwbasic, wat nu Bouwmensen heet. Ik werkte vier dagen in de week bij Mensink en ging één dag naar school, tot ik na vier jaar mijn diploma had.’

Waarom koos je voor het metselen?

‘Bij Bouwbasic vertelden ze me: timmeren leer je wel op de bouw, metselen moet je kunnen. Dat bleek ook, want na vijf jaar te hebben gemetseld begon ik steeds meer te timmeren, tot ik uiteindelijk voorman werd en een eigen bus had. Maar andersom kan ook prima. Dat is ook het leuke aan Mensink, iedereen heeft zijn specialisme maar we zijn multi-inzetbaar. Timmermannen metselen en metselaars timmeren. We doen het echt samen.’

Van wie heb je veel geleerd?

‘Van Patrick leerde ik timmeren. Hoe maak je een dak, compleet met hoek- en kilkepers? Van Aron leerde ik beter metselen en tegelen. Hij heeft me geleerd om secuur te blijven en te zorgen dat alles netjes opgelost wordt en kwalitatief goed is. En ik heb met Roy gewerkt, hij kwam van de grote bouw en leerde me de snelheid erin te krijgen. Dat bleek uiteindelijk ook een kwestie van je eigen ritme vinden. Je komt er vanzelf achter wat bij je past.’

'Iedereen binnen Mensink heeft zijn specialisme, maar we zijn multi-inzetbaar.'

Waarom wilde je ook timmeren?

‘Ik zocht uitdaging, wilde meer kunnen en mezelf verbreden. Dat ging eigenlijk vanzelf. Ik werkte samen met Patrick, hij was erg van: we beginnen ergens aan en maken de bouw af totdat alles klopt. Die benadering spreekt me erg aan en zo kom je automatisch met alle disciplines van bouwen in aanraking. Toen Patrick me had klaargestoomd werd ik voorman. Ik nam Gijs onder mijn hoede, die het stokje nu van mij overneemt. Zo geven we onze kennis en ervaring steeds door.’

Jij bent sinds kort werkvoorbereider. Vanwaar die keuze?

‘Een van onze werkvoorbereiders vertrok, er was een vacante positie. Ik heb altijd gezegd dat ik me verder wil verbreden. Bovendien ben ik een lange jongen, ik heb me altijd afgevraagd of mijn lichaam op de lange termijn geschikt is voor de bouw. Ik had de stap eigenlijk later in gedachten, maar dergelijke kansen komen niet vaak voorbij. Liever zo dan over een paar jaar naar een ander bouwbedrijf om daar werkvoorbereider te worden. Mensink bevalt me goed, als het hier kan dan liever hier.’

Wat ga je het meeste missen aan de bouw?

‘Werken met je handen, dat is waarom ik voor de bouw koos. Het geouwehoer met de jongens ga ik missen, net als lekker buiten werken. Maar gelukkig kan ik nog op zaterdag en in de avonden beunhazen. En die jongens blijf ik wel zien, voor sommigen bereid ik het werk nu voor.’

'Ik zocht uitdaging, wilde meer kunnen en mezelf verbreden.'

Waar moet je het meest aan wennen in je nieuwe functie?

‘Er gaat meer vooraf aan de eerste schop in de grond dan ik dacht. Er is best veel nodig om alles goed op papier te krijgen. Dat heeft wellicht ook te maken met de huidige crisis in de bouw. De schaarste heeft het niet makkelijker gemaakt.’

Wat wordt je grootste uitdaging als werkvoorbereider?

‘Het contact met klanten heb ik altijd uitdagend gevonden, al ging dat de laatste jaren, toen ik voorman was, veel beter. De eerste paar weken vond ik het lastig, maar nu ik de opdrachtgevers van de projecten die ik onder mijn hoede heb een beetje ken gaat het soepeler. Het is eigenlijk hetzelfde als buiten: je ouwehoert wat en dan komt een gesprek vanzelf op gang.’

Kun je al merken dat je minder breed geschouderd bent nu je weer binnen werkt?

‘Haha! Toevallig zei mijn vriendin het deze week. Zelf zie ik het nog niet. Als ik echt veel smaller wordt is de sportschool misschien niet overbodig. We zullen zien.’

Nieuwe werkwijze: vanaf nu flexibele prijzen

We zijn de grip op wat de markt doet kwijt. 

We gaan het anders doen. Noodgedwongen. Offertes die we opstellen zijn vanaf nu flexibel, het worden begrotingen. De reden: onvoorspelbare prijsstijgingen van bouwmaterialen. In de glazen bol kijken lukt niet langer, het risico alleen dragen is onverantwoord.

We schreven vorig jaar ook al over prijsstijgingen in de bouw. Door goed te anticiperen lukte het ons maar net om zwarte cijfers te schrijven over 2021. Nog geen jaar later is de markt de gekte voorbij. Prijzen van bouwmaterialen stijgen door – en niet zo’n beetje ook. Onze leverancier van bedekking voor platte daken belde: ‘Vanaf maandag wordt alles 15% duurder, en de maandag erop doen we er opnieuw 15% bij.’ Berichten zoals deze komen aan de lopende band binnen. Op een bouw in Deventer werken we samen met een bedrijf dat heipalen boort. Kort voor ze begonnen kwam de melding: ‘De palen zijn een euro per strekkende meter duurder geworden.’ Daar gingen weer honderden euro’s.

Sinds er een oorlog woedt in Oekraïne gaan de energieprijzen door het dak. Voor veel producten die we in woningen verwerken worden fossiele brandstoffen gebruikt. Olie voor isolatiematerialen, gas voor de hitte die nodig is om pannen en stenen te maken. De energieprijzen zijn mede bepalend voor de kostprijs van een huis. Leveranciers zijn logischerwijs niet langer bereid om prijzen voor een paar maanden vast te zetten en kunnen evenmin vertellen wat materiaalprijzen over een paar maanden, laat staan een jaar, zullen zijn. Het werkt van onderaf door. Net zoals de prijs van brood stijgt, omdat graan duurder wordt. 

We zijn de grip op wat de markt doet kwijt. 

De afgelopen vijf jaar zijn huizen vijftig procent duurder geworden. En sinds de oorlog in Oekraïne is de kostprijs voor een tussenwoning opnieuw met twintig procent omhoog gegaan (bron: Volker Wessels). Als we lijdzaam toekijken vreten we ons bedrijf langzaam op. Ons houden aan gemaakte offertes – berekeningen worden doorgaans één tot anderhalf jaar voor de start van de bouw gemaakt – betekent grote verliezen lijden. De marges verdampen dan waar we bijstaan: meijers hier, ruggen daar. Dat wat vorig jaar gebeurde, maar dan in veelvoud.

Vijf procent winst, dat is ons streven. We hoeven niet rijk te worden, maar willen mooie dingen maken met een gezond bedrijf. Vorig jaar lukte het een jaar niet, zoals het wel vaker niet lukte. Dat is spijtig, maar niet meteen rampzalig. Alleen: wat nu gebeurt is van een andere orde. ‘Sometimes you win, sometimes you loose’ gaat niet langer op. We kunnen het (ondernemers)risico niet langer alleen dragen.

Daarom gaan we het anders doen. Vanaf nu gaan we flexibele overeenkomsten aan met opdrachtgevers. We rekenen de bouw van een nieuwe woning, een verbouwing of een bedrijfspand nog wel door, maar genoemde prijzen worden stelposten. Zo’n begroting laat zien wat je huis kost als de schop nu in de grond zou gaan. Een indicatie dus.

De vraag die ongetwijfeld bij je opkomt is: ‘Welke zekerheden heb ik nog?’ Hier kun je van op aan:

  • We delen alles wat we weten, we zijn – zoals altijd – transparant.
  • We schuiven de pijn niet één op één naar je door. We willen dat de huidige situatie voor alle partijen dragelijk blijft. We accepteren dus ook dat vijf procent winst over 2022 een lastig verhaal wordt. Jouw (woon)dromen laten uitkomen en mooie dingen maken is ons hoofddoel.
  • Zo lang je wacht tot de schop in de grond gaat houden we je op de hoogte van eventuele prijsstijgingen.
  • Dit doen we voor grote kostenposten, zoals dakpannen, gevelstenen en gevelplanken. Over schroefjes die duurder worden doen we niet moeilijk, we zijn niet pietluttig. 
  • We bieden alternatieven. Zijn de dakpannen die je voor ogen had flink duurder geworden? ‘Kijk hier dan eens naar, deze zijn voordeliger en vallen wellicht ook in de smaak.’
  • Eventuele meevallers verwerken we uiteraard ook op de begroting. Zoals we al zeiden: het zijn zeer onvoorspelbare tijden. De oorlog in Oekraïne gaat vroeg of laat eindigen.

En bouwmaterialen alvast inkopen? Dat is geen optie, om meerdere redenen. Allereerst kunnen we de materialen niet kwijt op onze werf, bovendien zijn de meeste bouwmaterialen niet geschikt om lange tijd onverwerkt buiten te liggen. Tot slot laat de markt het niet toe: materialen zijn schaars en leveranciers doen er alles aan om hamstergedrag te voorkomen. De markt heeft behoefte aan stabiliteit. Hamstergedrag past daar niet bij.

We hopen op je begrip. Heb je vragen? Aarzel niet om contact met ons op te nemen.

CoBouw: “Bouwdirecteur Gonard Mensink timmert weer zelf”

‘De blogs van Gonard over hoe hij zich misbaar heeft gemaakt op kantoor en weer aan het timmeren is wekten de interesse van CoBouw. Ze waren wel eens benieuwd hoe Gonard dat nou heeft gedaan en hoe dat heeft uitgepakt voor hemzelf én voor het bouwbedrijf. Ton Verheijen van CoBouw ging met Gonard in gesprek en schreef daar in december onderstaand online artikel over. Ditzelfde artikel verscheen vorige week in de CoBouw krant.

Directeur is hij nog steeds. Toch zien zijn medewerkers hem nog zelden op kantoor. Gonard Mensink had er genoeg van. Hij maakte zichzelf overbodig op kantoor en ging weer buiten timmeren en zagen. En passant neemt hij acht leerlingen op sleeptouw.

Personeelstekort? Hoezo personeelstekort? Gonard Mensink (53) doet niet aan personeelstekorten. Ondernemers met een tekort aan personeel hebben feitelijk gewoon te veel werk. En dat is een direct gevolg van slecht strategisch beleid. Gonard: “Ze halen zich van alles op de hals en nemen tussendoor klussen aan die misschien niet helemaal bij het bedrijf passen. Dan trekt de economie aan en hebben ze te veel opdrachten. Doseren is de kunst.”

Tegendraadse meningen optekenen uit de mond van Gonard Mensink is niet moeilijk. Hij heeft, zeg maar, een abonnement op het onverwachtse. Dat begon al bij de start van zijn bedrijf in 1994. Gonard had geen ambities als aannemer. Hij wilde zijn vader achterna en boer worden. Dat lukte, maar het boerenbedrijf van zijn vader leverde niet genoeg geld op voor twee gezinnen. Daarom schreven hij en zijn broer Eerhard zich als aannemers in bij de KvK. Lange tijd gingen bouwen en boeren hand in hand. Tot 2011, toen het laatste vee uit de stallen verdween. Sindsdien bouwen ze fulltime, met Gonard voornamelijk op kantoor.

Mensink Bouwbedrijf (omzet: 12 miljoen euro) uit Broekland is goed in woningbouw voor particulieren, zowel nieuwbouw als renovatie. Op de website zien we wat dat oplevert met onder meer een 2018-versie van een jarenzeventigbungalow, een gerenoveerde Sallandse IJsselhoeve, energieneutrale woning in 2020-stijl en een vernieuwd grachtenpand in het centrum van Zwolle. Alles ziet er picobello uit, strak in de verf en met onberispelijke zichtlijnen.

Brandjes blussen

“Wij tekenen alles zelf”, aldus Gonard. “We zijn van nature nieuwsgierig naar hoe dingen mooier, beter, sneller en efficiënter kunnen. Aan de tekentafel, op kantoor en op de bouwplaats. Oké, we zijn geen James Watt of Leonardo da Vinci, maar we zorgen er wel voor dat we op tijd aanhaken als de knappe koppen van deze tijd iets nieuws uitvinden. We volgen de ontwikkelingen op de voet en kiezen het juiste moment om aan te haken. Voor de metselrobot is het nog te vroeg. Maar prefab-binnenmuren testen we al volop. En met 3D-brillen geven we klanten nog voordat de bouw begint een rondleiding door hun nieuwe woning.”

“Zolang ik op kantoor zit komen crises op mijn bureau terecht”

Hartstikke leuk allemaal. Maar achter de schermen is het gewoon buffelen bij Mensink: vroeg opstaan, geleefd worden door de mailbox, brandjes blussen en plooien gladstrijken. Hoe lang hou je dat vol? Gonard kwam er vorig jaar achter dat voor hem na een kwart eeuw de rek er een beetje uit begon te raken. Hij vertelt: “Hoe hard mensen ook hun best doen, zolang ik op kantoor zit komen crises op mijn bureau terecht want ik ben eindverantwoordelijk, achtervang en reddingsboei. Omdat het volume van ons werk en ontwikkelingen in de bouw zoals leveringsproblemen en prijsstijgingen zorgden voor problemen, werd het aantal dossiers me te veel. Ik ervoer stress.”

Geen geteut

Gonard Mensink heeft zijn werk op kantoor altijd als tijdelijk gezien: “Diep van binnen ben ik een buitenjongen.” Maar hij zat de hele dag naar dat schermpje te turen. Het was mooi geweest. Mensink zag nieuwe mogelijkheden en dit was het juiste moment. Investeringen in werkvoorbereiders en andere talenten hadden hun vruchten afgeworpen. En  door het vertrek van enkele collega’s zaten leerlingen buiten zonder leermeester. De planning stond vol en buiten kwamen ze handen tekort. Mensink voelde zich geroepen. Hij besloot zichzelf uit de organisatie te werken en “misbaar” te maken.

Sinds de bouwvak van 2020 is hij weer bouwvakker. Wat ontwerper (en mede-eigenaar) Marten Jansen samen met opdrachtgevers bedenkt, bouwt Gonard buiten met acht leerlingen. Momenteel maken ze een appartementencomplex boven een winkel in Raalte. Gonard zet de lijnen uit: “Ik doe eens wat voor en zaag en hamer vrolijk mee. Geen geteut hoor, aanpakken! Ze mogen bewijzen wat ze kunnen. Ik laat het ook zomaar mislukken, daar leren ze het meest van.”

Opleiden van jongeren is momenteel hard nodig. Gonard: “De pareltjes redden zich altijd wel. De meesten hebben wat meer begeleiding nodig. Ze hebben van huis uit misschien minder  meegekregen. Dan komt mijn rol als geroepen. Ik ben niet vergeten hoe het was toen ik zelf jong was. Ook ik had aandacht nodig en dat kost gewoon tijd. Opleiden duurt sowieso te lang en kost sowieso te veel. Maar als je het plezier erin weet te houden, en je verdient een paar centen, dan kom je er samen wel doorheen.”

Mentale stress

Vooralsnog trekt hij het prima. Zijn lichaam sputtert niet tegen en de mentale stress neemt af. Daarom weet hij het zeker: een bedrijf overeind houden is geen kwestie van gaten dichtlopen maar van jezelf overbodig maken. Zijn zoon heeft veel van zijn taken overgenomen en de  werkvoorbereiders zijn volgens hem “goed in vorm”. Ze brengen nieuwe energie. Met een schuin oog volgt hij nog hun verrichtingen en soms ziet hij ze tijd steken in de verkeerde dingen. “Ik laat het gaan.”

Van een plan naar een vernieuwd clubhuis

Wat ooit begon met ‘wat doen we toch met die lelijke hal en dat rare schuifraam met lamellen’, en vele gesprekken, tekeningen, lekkages en reparaties later, is er nu een clubhuis waar het goed toeven is. Een clubhuis voor de Sallandsche Golfclub. In haar eigen blad “de Eik” schreef de club over de verbouwing. Een mooi stuk over het proces en we voelden ons toch wel vereerd met de positieve vermelding. Lees het hele verhaal hieronder.

Op een herfstige woensdagmiddag in oktober is het nog zoeken naar de ingang van het clubhuis. In
de zomereditie van De Eik heeft onze architect Harry van ’t Hof de verbouwplannen toegelicht, voor deze wintereditie staat het bouwteam in de spotlights.

Vandaar de zoektocht naar de ingang, voor een interview: maar nee, een ingang is er nog niet. Althans, om binnen te komen moet je omlopen. De contouren van de toekomstige nieuwe entree tekenen zich al wel duidelijk af, net zoals de gemetselde bloembakken. Op moment van uitgave van dit blad zullen die gevuld zijn met aarde en beplanting. Het dak van zowel de stokkenloods als de winkel moeten nog onder handen genomen worden. De nieuwe, diepzwarte dakpannen liggen op de grond om op het dak gelegd te worden. Het geraamte voor de uitbreiding van de stokkenloods staat en de shop is al voorzien van een nieuwe glimmende verflaag.

Foto links Het bouwteam, van links naar rechts: Bart van Hees, Koos Slootweg en Jan Uittien

Het bouwteam
Even verderop zijn Jan Uittien en Bart van Hees druk in gesprek met Bram, de voorman van bouwbedrijf Mensink. We hebben in het clubhuis afgesproken en een moment later complementeert Koos Slootweg het drietal: zie hier het bouwteam van de Sallandsche! Aansluitend aan het bouwoverleg op vrijdag is dit interview gepland, en meteen het fotomoment op de bouwplaats met clubbladfotograaf Lucrees van Groningen. In december, wanneer het blad op de deurmat ligt, kun je zo nog eens terugkijken hoe het er toen uitzag. Met een drankje erbij gaan we in gesprek. Tweewekelijks bouwoverleg Het bouwteam van de Sallandsche werkt in goede sfeer samen. Ze vullen elkaar vanuit hun voormalige professie goed aan. Jan Uittien brengt zijn bouwkennis in, als oudaannemer, Koos Slootweg heeft voor een installatiebedrijf gewerkt, en Bart van Hees brengt de wereld in aan projectervaring vanuit zijn Shell-verleden. Voor het begeleiden van de bouw ontmoeten ze elkaar – naast de reguliere golfontmoetingen – in een tweewekelijks overleg met bouwer, installateur en/of schilder. Waar nodig komen ze op afroep naar de club.

"In deze tijd, dat een planning vaak lastig is door een tekort aan mensen en materialen, valt juist dat creatieve meedenken op."

‘Een fantastische aannemer’
Het drietal is zeer te spreken over de aannemer. Eenstemmig zijn ze in het predicaat dat ze Mensink geven, zonder dralen valt het woord ‘fantastisch’. Echte onverwachte zaken hebben zich gelukkig niet voorgedaan, dat scheelt natuurlijk. Het is fijn werken met een aannemer die meedenkt in oplossingen en initiatief toont. In deze tijd dat een planning vaak lastig is door een tekort aan mensen en materialen valt juist dat creatieve meedenken op. Aangevuld met Spekschate, het installatiebedrijf, en Wolters, de schilder, prijzen ze vooral ook de steun van Miranda van onze administratie. Zij is een topaanvulling als coördinator, ziet wat er moet gebeuren en is bereid om af en toe de handen uit de mouwen te steken. Of soms de verfbus op te pakken om de looproute groot op een triplex plaat te spuiten. Omlopen!

Wist je dat …
Onze bouwer Mensink tijdens de voormalige Rode Kruis golfwedstrijd een team gesponsord heeft? Op vrijdag 17 september organiseerde Stichting Deventer Bijzonder een sponsorgolftoernooi op de Sallandsche, een toernooi dat voorheen bekendstond als het Rode Kruis Golftoernooi.

Van een plan naar een vernieuwd clubhuis
Als ik vraag wat ze nu het beste uit de verf vinden komen, heeft elk van de drie zo zijn voorkeuren. Koos geeft aan dat het totaalplaatje voor hem belangrijk is, en de eenheid van het geheel. Entreeverbetering en de uitstraling naar de baan, somt Jan op, daar is hij trots op. Bart vult graag aan, hij roemt vooral de gezelligheid van de nieuwe veranda. In de aanloop naar de verbouwing is er genoeg reuring geweest, maar toen de verbouwing vorderde, draaide de publieke opinie veelal 180 graden. Vooral de enthousiaste reacties van leden die toch eerst wat sceptisch waren, raken de drie mannen. Ze hebben heel wat uurtjes geïnvesteerd in een project waar ze erg in geloven, en zijn zichtbaar blij dat het nu zo goed uitpakt.

"In de aanloop naar de verbouwing is er genoeg reuring geweest, maar toen de verbouwing vorderde, draaide de publieke opinie veelal 180 graden. "

Zonnepanelen, isolatie en lichtsensoren
Verschillende acties ter verduurzaming van het clubhuis zullen hun rendement gaan opleveren. Het plaatsen van zonnepanelen is er één van. Menig lid heeft al een keertje de zonnepanelen geteld op het dak. De te verwachten opbrengst van de zonnepanelen wordt nu geschat op een kwart van het gebruik van de club. Opmerkelijk is dat een van de grootverbruikers van energie de accu’s van de electrokarren zijn. Naast het plaatsen van panelen is het dak ook geïsoleerd. Dit zal naar verwachting een verdere besparing van het gasgebruik van 30% opleveren. Het plaatsen van lichtsensoren zal ook besparend werken. En loop je ’s avonds na een gezellige avond of een commissievergadering naar buiten, dan floept het licht aan en blijft minimaal een kwartier branden. Ook dit levert een kostenreductie op.

Fase 1 – Fase 2
Fase 2 omvat de uitbreiding van de kleedkamers, toiletgroepen, de vergader- en bergruimtes. Deze fase kan van start na raadpleging en toestemming van de Algemene Ledenvergadering. Tijdens de ALV (zie verslag pagina 6) geeft Bart van Hees als bestuurslid tekst en uitleg over de doorlopen eerste fase, en vraagt hij toestemming om door te mogen gaan naar fase 2. De tweede fase zal dan zijn doorstart vinden in november 2022. Een bewuste keuze, zodat pas na de zomerperiode de douches ontmanteld worden, om weer klaar te zijn voor gebruik bij de start van de competitie voorjaar 2023.

‘Hierna gaan we een huis bouwen’

Er zit een zwarte substantie op mijn handen en ik krijg het er niet af. Ik ben weer bouwvakker. ‘Wanneer kom je terug naar kantoor?’ vraagt mijn omgeving. Het is tegen beter weten in. Ik doe weer wat ik leuk vind, voel me goed en werk de stress hoopje voor hoopje mijn lichaam uit.

Met ‘Team Brent’ werkte ik aan een project boven een winkel in de Herenstraat in Raalte. Het resultaat: vijf nieuwe appartementen en acht timmermannen die uit hun schulp kropen. Ik word blij van fysieke arbeid en creëren, maar nog meer van jongelui die een ontwikkeling doormaken, zichzelf vinden en uiteindelijk volmondig zeggen: ‘Hierna gaan we een huis bouwen.’

'Laat ze het ergens anders maar leren.'

De basis voor succes is plezier. De daarvoor benodigde ingrediënten – sociaal aanhaken en zelfvertrouwen – staan alleen op gespannen voet met de cultuur op de bouw. De bouw, da’s hard: grote sterke kerels die doorgaans geen blad voor de mond nemen. Zo is het altijd geweest, het heeft z’n charme. Maar voor een zestienjarige BBL-leerling zonder al te veel handigheid geen gedroomde omgeving om snel te landen. Alsof je meteen in het eerste elftal moet presteren. Een knauw is snel uitgedeeld.

Mijn oom, die ook een bouwbedrijf had, zei altijd: ‘Laat ze het ergens anders maar leren.’ Ik hoor het nog steeds om me heen: we zijn druk en hebben nú handjes nodig. Meteen beloond worden, meteen resultaat, het lijkt de norm. (‘Je had het al klaar moeten hebben!’) Maar die norm dateert uit het tijdperk van mijn oom. De nieuwe wereld is geen wereld van winstmaximalisatie, maar van delen, van iets bijdragen. 

'Wekenlang zag ik hem stoeien, mijn oom zou hem al lang naar huis hebben gestuurd.'

In De Volkskrant las ik vol bewondering over Johan Middelkamp, directeur van Sallandse Wegenbouw in Haarle, met wie ik sinds kort zitting neem in de Bouwtafel Zwolle. In zijn bedrijf zijn uitvallers van het ROC welkom. Voor hem geen participatiegeld, maar een even heldere als simpele opvatting: ‘Dat jongeren hier gewoon mogen komen. En dat ze dan uiteindelijk een baan vinden of een opleiding.’ 

Waartoe zijn we op aarde? Die vraag kan iedereen voor zichzelf beantwoorden. Wat mij betreft probeer je de boel beter achter te laten dan dat je het aantrof. Met een bouwbedrijf doe je dat per definitie: we bouwen. Bij Mensink proberen we daarnaast geduld te hebben met nieuwe aanwas, we laten jongens niet vallen. Omdat we zo toekomstige voormannen ontdekken, maar nog meer omdat het een taak is, een vanzelfsprekendheid. 

Bij de bouw van de appartementen in Raalte heb ik van alles mis zien gaan. Geknooi met gipswandjes, gemartel met lewisplaatjes. Ik stuurde Sander naar een rustig hoekje en zei: ‘Probeer het maar, ga het maar doen.’ Wekenlang zag ik hem stoeien, mijn oom zou hem al lang naar huis hebben gestuurd. Maar hij bleef en zette door. Het kon hem iets schelen, hij wílde het kunnen. Na een paar maanden kreeg hij de slag te pakken.

'Wat erin zit komt er vanzelf uit. Vroeg of laat.'

Zoals Sander waren er meer: Lars, Brent, Stefan. De twee verdiepingen boven het winkelpand in Raalte groeide uit tot een veilige omgeving. Waar ben ik goed in? Hoe gedraag ik me? De jongens kweekten zelfvertrouwen, maakten kennis met de bouwcultuur (‘Hieperdekiep naar binnen met die koffie’), leerden dat ze bouwen voor de klant en niet voor de baas, groeiden in de breedte en toonden uiteindelijk ook interesse in die andere enge kerels van Mensink bouwbedrijf – en vice versa (‘Kan ik die een keer meekrijgen?’).

Is dit project verlieslatend, vanwege het betaalde leergeld? Het eerlijke antwoord is dat ik het nog niet precies weet en dat het geen ramp is als het zo zou zijn. Natuurlijk streven we naar zwarte cijfers aan het einde van het jaar, omdat we de tent anders zouden moeten sluiten, verder proberen we gewoon plezier te maken en ons oordeel uit te stellen. Wat erin zit komt er vanzelf uit. Vroeg of laat. Inmiddels is ‘Team Brent’ verder getrokken. We zijn bezig met het isoleren van het dak van een oude boerderij en werken aan de fundering van vijf nog te bouwen woningen in Deventer. En hierna? Hierna gaan we een huis bouwen.