Bouwen is geen technisch kunstje

Bouwen is geen technisch kunstje, maar een samenwerkingsdienst (en zo houden we het leuk)

Voor ons is bouwen dagelijkse kost. Voor toekomstige bewoners is het een once (soms twice) in a lifetime ervaring. Het gaat over hun woning, over veel geld. Drie weken vertraging is voor ons een planningspuzzel, voor de ander betekent het verhuisstress en onrust aan de keukentafel.

Iemand vertelde me ooit over de vier W’s: Wonen, Werken, Wederhelft en Welzijn. Als het bij Wonen stormt, waait het op al die andere vlakken mee. Onze belangrijkste taak is daarom veranderd. Wij zijn niet meer alleen bouwers, we zijn op de eerste plaats rustbewaarders.

 ‘Wij zijn niet meer alleen bouwers, we zijn op de eerste plaats rustbewaarders.’

Waarom de rust bewaren niet meevalt

De rust bewaren is de afgelopen jaren een stuk ingewikkelder geworden. De bouw is namelijk veranderd in een oerwoud van regels, rapporten en belangen. Niemand heeft ooit bewust besloten om bouwen ingewikkeld te maken – iedereen heeft er op zijn eigen eilandje simpelweg iets verstandigs aan toegevoegd.

Neem natuurinclusief bouwen. Prima dat er nestvoorzieningen voor vogels in de gevel moeten. Maar tegelijkertijd stelt de bouwtechniek allerlei strenge eisen aan diezelfde gevel. Uiteindelijk lukt het, maar dan komt de specht langs en die besluit een gat in een gevelplank te boren.

Een andere realiteit: banken eisen op dag één volledige zekerheid, terwijl de markt en de prijzen continu bewegen. Omdat prefab vloeren een levertijd van twintig weken hebben, moeten wij mensen al vragen waar de lampen en de keuken komen. Op een moment dat de kavel soms nog moet worden ingemeten.

Tijd is de meest onderschatte kostenpost geworden. Als een proces maanden stilstaat voor rapporten of losse goedkeuringen, loopt de spanning op. En de enige die de échte rekening betaalt van al die vertraging, is de consument.

Geen klachten is iets anders dan een goede ervaring

Als we bouwen voor mensen leuk en behapbaar willen houden, moeten we onder ogen zien dat de wereld veranderd is. Bouwen is geen technisch kunstje meer waarbij partijen hun eigen straatje schoonvegen en risico’s over de schutting gooien. Het is een intensieve samenwerkingsdienst.

Ik wil niet dat mensen achteraf zeggen: ‘Het huis is mooi geworden, maar het proces wil ik nooit meer meemaken.’ Geen klachten hebben is namelijk iets heel anders dan een écht goede ervaring.

‘Bouwen is geen technisch kunstje meer waarbij partijen hun eigen straatje schoonvegen en risico’s over de schutting gooien. Het is een intensieve samenwerkingsdienst.’ 

Vanaf dag 1 samen aan tafel

De ouderwetse reflex is om eerst een architect te laten tekenen, dan een heel vergunningstraject te doorlopen, en pas aan het einde een aannemer te zoeken voor een prijs. Maar dan is de spanning al opgelopen en de speelruimte weg. Als een installateur pas zes maanden later aanschuift en zegt dat een installatie een halfjaar levertijd heeft, staat iedereen weer stil.

De oplossing is even eenvoudig als doeltreffend: zoek elkaar zo vroeg mogelijk op.

Haal de aannemer niet pas binnen als de stempels al op papier staan, maar vorm vanaf dag één een bouwteam. Zet toekomstige bewoners, architect, aannemer en de belangrijkste ketenpartners direct samen aan tafel. Het voorkomt dat we verzanden in stapels overbodige rapporten en wachttijden. Aan die tafel brengen we wensen, budget en technische werkelijkheid direct met elkaar in balans.

Ja, de bouw is veel en soms ingewikkeld geworden. Maar als we de menselijke maat centraal stellen, elkaar niet loslaten en vanaf dag één als één team aan tafel zitten, komen we er altijd uit. Dan wordt het bouwproces precies wat het hoort te zijn: een mooi avontuur naar een nieuw thuis.

‘De oplossing is even eenvoudig als doeltreffend: zoek elkaar zo vroeg mogelijk op.’ 

Mensen van Mensink #30: Abd

Mensen van Mensink #30: Abd

Abd: ‘We werkten in de zomer voor ons eten in de winter’‘

De mensen van Mensink: wie zijn ze, waar zijn ze goed in en waarom doen ze wat ze doen? Vandaag metselaar Abd (33), die vanuit Syrië via Turkije en Griekenland in Nederland belandde en nu dagelijks met Hans samenwerkt.

Afgelopen zomer was Abd voor het eerst sinds elf jaar weer in Jableh, een historische havenstad aan de Middellandse Zee in het noordwesten van Syrië. Abd is er geboren en getogen. Het eeuwenoude Romeinse theater staat er nog altijd en is de Syrische burgeroorlog gelukkig grotendeels ongeschonden doorgekomen.

Als jonge jongen ging Abd in Jableh niet graag naar school. Hij was er niet goed in en had er simpelweg geen interesse in. Op zijn dertiende vond hij het wel mooi geweest. Via vrienden belandde hij als metselaar in de bouw. Daarmee verdiende hij al snel meer dan zijn moeder, die een ervaren docent was.

Vluchten en overleven in Turkije

In 2015 – het jaar van ‘Wir schaffen das’ – besloten Abd en zijn broer te vluchten, net als miljoenen andere Syriërs. Abd vluchtte omdat zijn militaire dienst aanstaande was, zijn broer omdat hij niet langer aan zijn dienstplicht wilde voldoen.

Abd en zijn broer trokken naar Turkije. Ze werkten er als metselaar, maar de omstandigheden waren zwaar. Op de vraag wie hij in Turkije was, geeft hij een veelzeggend antwoord: ‘Niemand.’

‘‘We hadden er niets. We werkten in de zomer voor ons eten in de winter en soms werden we niet eens betaald voor ons werk,’‘

Een nieuw begin in Salland

Na vier jaar trokken ze door naar Griekenland met als eindbestemming Nederland. ‘Hier moet je zijn,’ hadden vrienden gezegd. Abd en zijn broer belandden in het azc in Almelo. Nadat ze hun verblijfsvergunning ontvingen, kregen ze allebei een woning toegewezen in Raalte. Abd woont samen met zijn vrouw en zoontje. Gezinsuitbreiding is aanstaande: ze verwachten een dochtertje.

Tegen de gemeentemedewerker zei hij: ‘Ik wil weer werken als metselaar.’ De gemeente hielp hem op weg en bracht hem in contact met Sallandse Wegenbouw, waar hij twee jaar lang een of twee dagen per week werkte. Zij stelden hem vervolgens voor aan Mensink. Tegenwoordig werkt hij bijna dagelijks samen met Hans, ‘echt een goede man.’ Ze vormen een goed duo. 

‘Het is erg leuk werken met hem’

Zekerheid en afwisseling

33 is hij inmiddels, maar voor het eerst in zijn leven heeft hij een officiële werkgever. ‘In Syrië en Turkije werkte ik voor mannetjes, niet voor bedrijven.’ Met zijn huidige jaarcontract heeft hij meer zekerheid dan ooit en hij hoopt dat het verlengd wordt. Ook het werk zelf bevalt hem uitstekend: ‘In Syrië en Turkije was al het metselwerk hetzelfde, of je nu aan een huis, bedrijfspand of ziekenhuis werkte. Hier heb ik veel meer afwisseling.’

 

Met een baan en een inkomen, kon hij afgelopen bouwvak eindelijk op bezoek in Jableh. Daar sloot hij zijn ouders en familie na al die jaren weer in de armen. Als hij over dat moment vertelt, raakt het hem zichtbaar. Hij had zijn familie al die tijd op de hoogte gehouden van zijn leven in Nederland. Ze hadden gehoord over het dorp Raalte en het bedrijf Mensink. Hij hoefde ze niets meer uit te leggen, alleen maar vast te houden. Met een glimlach: ‘Nu Assad weg is, kan dat elke zomer.’

Van leerling naar collega!

Stefan, Tio, Sam, Bart en Wout: zelf opgeleid en nu in dienst

Ze lopen al een tijdje bij ons rond, maar droegen regelmatig een shirtje van Bouwmensen. Nu Stefan, Tio, Sam, Bart en Wout zijn geslaagd voor de opleiding Allround Timmerman begint het echte werk: een dienstverband bij Mensink. Tristan is er blij mee: ‘We zijn blij dat we deze zelf opgeleide jongens voor ons bedrijf kunnen behouden.’

‘Het doel is voorman worden, maar eerst nog een paar jaar lekker timmeren’

Zo’n zes jaar geleden kwam Sam Arling (22) binnen bij Mensink. Hij werkte als vakkenvuller bij Albert Heijn en dat was hij zat. Drie uurtjes werken per week, vaak ook nog voor school, dat schoot niet op. Sam keek en vroeg rond en hoorde over de zaterdagploeg van Mensink. Sam: ‘Zo had ik en een leuke bijbaan én ik ontdekte wat ik wilde na de middelbare: timmerman worden.’ Van de zaterdagploeg rolde hij het team binnen, als leerling. Inmiddels heeft hij zijn papieren op zak. Inmiddels heeft hij zijn papieren op zak.

Werkt nu met: ‘Jorn en Bjorn. We verbouwen nu een kantoorpand in Borculo. Alle kantoorhokjes zijn inmiddels gesloopt, we zijn begonnen met opbouwen. De buitenkant pakken we later ook nog aan.’

Nog te leren: ‘Hoek- en kilkepers blijven altijd lastig. Maar eigenlijk kan ik me op elk gebied nog ontwikkelen. Alles kan altijd beter en sneller.’

Over 5 jaar: ‘Het doel is voorman worden. Maar eerst wil ik nog een paar jaar lekker door timmeren. Als de tijd rijp is lijkt het me erg mooi om een eigen klus te doen, maar daar komt nog best wat bij kijken.’

Hoogtepunt bij Mensink: ‘Ik moet denken aan een huis voor de familie Marsman met veel bijzondere details. En de buitenlandreizen natuurlijk. Lissabon vond ik het mooist.’ 

‘Door fouten te maken kom je erachter wat je de volgende keer anders gaat doen’

Na de middelbare school begon Stefan Kleinlugtenbeld (24) aan een rechtenstudie. Dat beviel niet, hij stapte over naar bouwkunde. Dat was het ook niet. ‘De bouw wel, maar de computer niet.’ Hij ging bij Mensink werken. In 2021 was dat. Dat beviel dusdanig dat Stefan dacht: ik wil blijven timmeren. Toen zei Gonard: dan moet je wel je papieren halen. Zo belandde hij in het 21+ klasje van Bouwmensen. De benodige papieren heeft hij inmiddels binnen en hij is blij dat hij kan timmeren. 

Werkt nu met: ‘Robin, momenteel zijn we bezig met een aan- en verbouw in Zwolle. Een klusje van op papier twee maanden. Het is weer eens wat anders dan een hele woning uit de grond trekken. Afwisseling is altijd goed.’

Nog te leren: ‘Het regelwerk eromheen. Maar timmeren is een ervaringsvak. Door fouten te maken kom je erachter wat je de volgende keer anders gaat doen.’

Over 5 jaar: ‘Ik denk dat ik tegen die tijd wel voorman ben.’

Hoogtepunt bij Mensink: ‘Het besef dat er veel meer bij bouwen komt kijken dan ik dacht toen ik hieraan begon. Eerst schrok ik ervan, maar het maakt het werk juist leuk.’

‘Ik heb veel lol gehad door de jaren heen, dat vind ik heel belangrijk’

Vier jaar geleden begon Tio Dijkman (22) aan de leren en werken-opleiding van Bouwmensen. Werkervaring deed hij op bij bouwbedrijf Meijer, maar na een jaar stapte hij over naar Mensink. ‘Woningbouw leek me toch leuker en ik ken Gijs. Hij heeft me overgehaald.’ Nu hij de benodigde papieren in de tas heeft kijkt hij alweer verder. ‘Ik denk na over HBO bouwkunde. Een rol als technisch tekenaar in de toekomst lijkt me interessant.’ Maar eerst nog even timmeren. 

Werkt nu met: ‘Sander. Hoewel hij veel meer ervaring heeft trekken we redelijk gezamenlijk op. We bespreken wat er moet gebeuren en maken een plan.’

Nog te leren: ‘Ik kan me redelijk redden. Sander moest natuurlijk eerst vertrouwen in mij krijgen, dat is de afgelopen tijd gegroeid.’

Over 5 jaar: ‘Heb ik hbo Bouwkunde afgerond. Ik wil er niet te lang mee wachten, van uitstel komt meestal afstel.’ 

Hoogtepunt bij Mensink: ‘Ik heb veel lol gehad door de jaren heen. Dat vind ik heel belangrijk en dat is het leuke aan Mensink.’

‘Bij zelf een project leiden komt meer kijken dan alleen timmeren’

Vier jaar geleden begon Bart Kloosterman (21) als leerling bij Mensink. Inmiddels heeft hij Bouwmensen niveau 2 en 3 afgerond. Daarmee is hij ‘allround timmerman’. Verder leren zou kunnen, want er bestaat ook een opleiding ‘Middenkaderfunctionaris Bouw’, maar dat ziet Bart niet per se zitten. ‘Daar ben ik het type niet voor.’ Liever steekt hij zijn handen uit de mouwen, bijvoorbeeld om een oude boerderij op te knappen.

Werkt nu met: ‘Alex. Die doet bijna alleen maar grote verbouwingen, vaak van oude boerderijen. Dat vind ik mooi en uitdagend om te doen. Omdat je nooit weet wat je tegenkomt.’

Nog te leren: ‘Zelf een project leiden. Daar komt meer bij kijken dan alleen timmeren. Denk aan vooruitdenken en zorgen dat alle materialen er op het juiste moment zijn.’

Over 5 jaar: ‘Voorman worden is het doel, maar ik heb geen idee wanneer. Dat maakt me ook niet uit. Ik wil het in de praktijk leren.’

Hoogtepunt bij Mensink: ‘De jaarlijkse buitenlandse reis is altijd een hoogtepunt. Op zo’n moment leer je collega’s op een andere manier kennen. En je praat er het hele jaar nog over.’

Mensen van Mensink #29: Dylano

Mensen van Mensink Dylano

Mensen van Mensink #29: Dylano

Dylano: ‘De bouw is anders dan voetballen bij PEC, al ben ik nog steeds veel buiten’

De mensen van Mensink: wie zijn ze, waar zijn ze goed in en waarom doen ze wat ze doen? Vandaag: Dylano (16), die jarenlang in de jeugdopleiding van PEC voetbalde en nu leerling timmerman is.

‘Kleine Gijs’ noemen ze hem bij Mensink. Of ‘mini Gijs’. Omdat hij via de andere Gijs, ook een Heetenaar, bij Mensink terechtkwam. De vader van Dylano had de grote Gijs aangesproken op een feest. Hij zei: mijn zoon wil de bouw in. En toen had Gijs gezegd: dan kunnen wij hem misschien wel gebruiken. Dylano: ‘Ik had nog niet gesolliciteerd of ik had al een bijnaam.’

Na het vmbo schreef hij zich in bij Bouwmensen. Dat klinkt als een normale stap voor jongeren met bouwambities, maar voor Dylano zat het anders. Want hij voetbalde jarenlang in de jeugdopleiding van PEC Zwolle. Voor en na school. Op zijn zesde werd hij gescout. Bij PEC werd hij winger op rechts, type Dumfries. Tot hij vorig seizoen voelde: het is klaar. ‘Ik had er geen plezier meer in, was vaak geblesseerd. En ik had geen goede klik met de trainer.’

Het alternatief voor PEC: de bouw

Hij koos er zelf voor om te stoppen. ‘Zo kon ik tenminste gewoon aan mijn opleiding beginnen zonder tijd te verliezen.’ Op zijn avontuur bij PEC kijkt hij positief terug. Hij leerde er veel, vooral zelfstandig worden. ‘Vanaf de middelbare school fietste ik iedere ochtend naar het station in Raalte, dan met de trein naar station Zwolle en dan nog met de bus naar PEC. Ruim een uur heen, ruim een uur terug.’

‘Ruim een uur heen, ruim een uur terug’

De bouw was voor hem het logische alternatief voor PEC. In vakanties ging hij weleens mee met een timmerman uit Heeten. Kleine projecten, schuurtjes, iedere dag wat anders. ‘Dat vond ik heel leuk.’ Zijn drie jaar oudere broer timmert ook. ‘Aan de eettafel praten we niet echt over werk. Al liet hij weleens dingen zien die hij had gemaakt.’

Drie keer fout en dan nog drie keer

Dylano appte Gijs, kreeg het nummer van Aron, en mocht op gesprek komen bij Mensink. Na zijn vmbo-examens vorig jaar liep hij een paar weken mee. Toen hij na de zomer bij Bouwmensen begon, kon hij beginnen. Vier dagen per week. ‘Het is heel anders dan bij PEC, al ben ik nog steeds veel buiten. Een hele dag op kantoor is niets voor mij. Laat mij maar met mijn handen werken, dingen maken.’

Inmiddels heeft hij er bijna een jaar opzitten. ‘Ik heb niet stilgezeten en bijna elke dag wat anders gedaan. Niet alles is nieuw meer.’ Zijn leermeester is Bram. ‘Hij legt uit en laat zien wat we gaan doen. Dan ga ik aan de slag. Als het drie keer fout gaat, probeer ik het nog drie keer. Zo leer je het meest.’ Voor doelen is het nog te vroeg, Dylano wil vooral het vak zo snel mogelijk in de vingers krijgen.

Broer/teamgenoot bij Vosman

Voetballen doet Dylano ook nog steeds, nu bij Heeten. In het eerste. Met zijn zestien jaar is hij de jongste van het team. Hij speelt linksbuiten, vaak tegen bonkige verdedigers. ‘Goals maken en assists geven vind ik leuker dan ballen afpakken. Maar fysiek is het soms best wel lastig. De meeste tegenstanders zijn 25 en drie koppen groter. Voor de rest gaat het redelijk goed. Door mijn tijd bij PEC weet ik hoe ik tactisch uit de duels kan blijven. Een schouderduw ga ik toch niet winnen.’

‘Hij is de reden dat ik daar in ieder geval niet heen wilde’

Ambitie om hogerop te gaan in het amateurvoetbal heeft hij niet. ‘Ik vind het wel mooi zo. Mijn broer speelt ook in het eerste van Heeten. Hij is spits. Hij werkt bij Vosman trouwens, had ik dat al gezegd.’ Vosman? Dylano lacht. ‘Haha, ja. Hij is de reden dat ik daar in ieder geval niet heen wilde. Dan word je het broertje van.’ Nu is hij ‘Kleine Gijs’. ‘Oja, dat is ook zo. Maar dat maakt me niet uit, ik ben eraan gewend. En ik word liever naar iemand uit Heeten vernoemd dan naar iemand uit Herxen.’

Oranje is terug! Wij hebben onze eigen WK-hit gemaakt!

Mensink is oranje

Oranje is terug! Wij hebben onze eigen WK-hit gemaakt!

Bij Mensink houden we van aanpakken, samenwerken en een beetje plezier op z’n tijd. Daarom hebben we iets bijzonders gedaan in aanloop naar het WK voetbal: we hebben met onze eigen mensen een heus WK-nummer opgenomen.

Van de bouw naar de studio

Voor de opnames zijn collega’s in het geheim afgereisd naar de Hillroad Records Studio in Luttenberg. Daar hebben we samen gewerkt aan een nummer dat perfect past bij de WK-sfeer: vrolijk, meezingbaar en met een knipoog naar de bouwplaats op vrijdagmiddag.

Oranje zit in ons DNA

Het nummer heeft een dubbele betekenis voor ons. Natuurlijk verwijst het naar het Nederlands elftal en het WK, maar ook naar onszelf. De kleur oranje is jarenlang een belangrijk onderdeel geweest van onze identiteit, en die hebben we recent weer vol trots teruggebracht in onze uitstraling. Deze actie voelde daarom als een logisch én leuk vervolg.

Directeur Tristan Mensink zegt daarover:
“Oranje hoort bij Mensink en dat mag iedereen weten. Natuurlijk hopen we dat het oranjefeest dit WK lang duurt. Wij zijn in ieder geval helemaal Team Oranje.”

Karaoke-kwaliteit? Of toch een hit?

Voorman Luuk Jonkman speelt een opvallende rol in het nummer. Hij staat binnen ons bedrijf al bekend om zijn karaoke-skills, en draaide zijn hand ook voor deze opname niet om.

“Ik vond het meteen een leuk idee”, lacht Luuk. “We hebben ontzettend veel schik gehad tijdens de opnames in Luttenberg. Natuurlijk neem je jezelf niet al te serieus, maar ik denk eerlijk gezegd dat we ons niet hoeven te schamen voor het eindresultaat.”

We nodigen iedereen uit om mee te luisteren, mee te zingen en vooral samen het WK in te luiden.

CREDITS
Lead vocal 1: Luuk Jonkman
Lead vocal 2: Michel Tigelaar
Zangkoor: Bram Boekholtz, Mees van Dragt, Milan Pot, Wout van Loon, Luuk Jonkman, Michel Tigelaar
Figuranten: Team Mensink Bouwbedrijf
Muziekproductie en -opname: Ruud Tijs / Hillroad Records
Concept en tekst: Job Hulsman
Casting: Aron Hofstede
Videografie: Martijn Teelen / MarteeMedia
Video-edit: editbysteven
Fotografie en media: Sietske van Lent, Natalie Beens / Buro Bold

Interview Gonard & Tristan Cobouw

Tristan en Gonard interview Cobouw

Volgende generatie aan het roer bij Mensink Bouwbedrijf: 'Het oude moet ruimte maken voor het nieuwe'

Geschreven door: Rob Hendriks
Publicatie via cobouw.nl
Foto: Koos Groenewold

Tristan Mensink zag het niet als zijn roeping om zijn vader Gonard Mensink op te volgen als algemeen directeur van Mensink Bouwbedrijf. Toch nam hij uiteindelijk het stokje over. “Ik ben in het veld de laatste man die het spel controleert en overziet, niet de spits die de goal maakt.”

Toen de 27-jarige Tristan nog op school zat, hielp hij tijdens de lange zomervakanties wel eens mee op de bouwplaats. Zijn vader stuurde hem met de timmerman op pad, om eenvoudig timmerwerk te doen. Met enige tegenzin gehoorzaamde Tristan, want eigenlijk wilde hij niet veel te maken hebben met het bouwbedrijf. “Het was zeker niet mijn toekomstdroom om Gonard op te volgen in het bedrijf”, blikt Tristan terug.

“Door de crisis heb ik gezien hoeveel tijd en energie het kostte om het bedrijf in stand te houden. Ook heb ik de verhalen gehoord over hoeveel verantwoordelijkheid mijn vader op jonge leeftijd nam. Eerst op de boerderij van zijn vader, later door het bouwbedrijf te starten. Daar heb ik me in die jaren bewust van gedistantieerd. Toen ik nog jong was, wilde ik gewoon jong zijn.” 

Boer worden

Vader Gonard (57) knikt. Toen hij zelf nog jong was, nam hij – zowel letterlijk als figuurlijk – veel hooi op de vork. Want hij groeide op als boerenzoon in een melkveebedrijf. Gonard wilde eigenlijk boer worden. Maar het boerenbedrijf van zijn vader leverde niet genoeg geld op voor twee gezinnen. “Mijn vader wilde sowieso geen plaats voor me maken op de boerderij. ‘Voor jou ga ik niet opzij’, kreeg ik te horen. Want twee stuurmannen op één schip: dat gaat zelden goed. Vaak loop je elkaar dan in de weg. Dus ging ik iets ernaast verzinnen, met de ambitie om de opbrengsten in het melkveebedrijf te investeren zodat dit zich verder kon ontwikkelen.”

Dat ‘iets ernaast’ werd een bouwbedrijf. Gonard schreef zich samen met zijn broer Eerhard in bij de Kamer van Koophandel. “We kochten stukjes grond. Daar bouwden we een huis op en dat verkochten we weer door. Het was een ontzettend leuke en gezellige tijd met vrienden onder elkaar.” Het bedrijf groeide en in 2004 voegde ontwerper Marten Jansen zich als mede-eigenaar bij de broers. Lange tijd gingen het bouw- en boerenbedrijf hand in hand aan de Broeklanderdijk in Raalte. Tot 2011, toen het laatste vee verdween.

Onverwachte wending

Ruim 30 jaar na de oprichting van Mensink Bouwbedrijf heeft zoon Tristan dan toch het stokje van Gonard overgenomen, hoewel hij dit vroeger onmogelijk had geacht. “Het leven kan soms een onverwachte wending nemen. Lange tijd wist ik niet wat ik wilde. Ik hield mijn studiekeuze om die reden vrij algemeen. Eerst heb ik een tijdje marketing en communicatie gedaan, daarna nog twee jaar bedrijfskunde. Die studies heb ik niet afgemaakt, want het onderwijssysteem paste niet bij mijn karakter. Ik geloof er niet in dat alle wijsheid in een schoolboekje staat. Ik ben altijd op zoek naar het ‘waarom’ en ‘hoezo’ en wilde daarover sparren met docenten. Klasgenoten begrepen dat niet altijd: zij zagen mij als iemand die altijd maar met de docent in discussie ging en zijn autoriteit ondermijnde, wat wel eens irritatie opwekte. Maar ik zocht een sparringpartner om een onderwerp vanuit verschillende invalshoeken te bespreken. Die vond ik zelden, er waren weinig docenten waarvan ik onder de indruk was. Dat is niet omdat ik het slimste jongetje van de klas was. In het onderwijssysteem kon ik mijn ei niet kwijt.” 

Vader Gonard glimlacht. “Wij hebben met elkaar gemeen dat het onderwijs niet zo goed bij ons aansluit”, zegt hij met pretlichtjes in zijn ogen.

Een paar bonnetjes

Tijdens zijn studietijd ontdekt Tristan dat hij graag met cijfers werkt. Dit leidt ertoe dat hij alsnog het bouwbedrijf van zijn vader binnenrolde. Tristan: “Een collega op de administratie ging met zwangerschapsverlof. Naast mijn studie heb ik tijdelijk wat inkoopfacturen ingeboekt en de personeelsadministratie gedaan. Ik raakte nieuwsgierig: wie waren de mensen achter al die cijfers? Mijn interesse was gewekt door alle getallen die ik voorbij zag komen. Ik wilde meer weten over het bedrijf daaromheen en het hele verhaal horen. Zo is het bij mij ontstaan: met een paar bonnetjes.”

Al gauw zat Tristan ook met de opdrachtgever om tafel. “Als er iets met een factuur was, maakte ik contact, bezocht de mensen om met hen in gesprek te gaan. Als ze dan een heel verhaal hoorden hoe wij het werk gerealiseerd hadden, ontstond er begrip en was het probleem vaak snel opgelost. Dat was voor mij een omslagpunt. Ik zag dat het toch wel heel leuk is wat wij hier met zijn allen aan het doen zijn.”  

“Jongeren willen vaak alles anders. Als de ouderen dan op de rem gaan staan is dat niet goed voor een bedrijf” — Gonard Mensink

Tristan groeide in zijn rol en ging er geleidelijk aan steeds meer bij doen. De dag brak aan dat zijn vader een opvolger in hem zag. Gonard: “Tristan pakt dingen snel op. Ik zag dat ik een stap terug kon doen. Als de leerling uitgegroeid is en hij snapt het kunstje bijna, dan moet je hem bij de leermeester weghalen, anders wordt het een luie timmerman. Het oude moet ruimte maken voor het nieuwe. Jongeren willen vaak alles anders. Als de ouderen dan op de rem gaan staan is dat niet goed voor een bedrijf.” 

Uit beeld raken

Om zijn zoon de ruimte te geven, besloot Gonard stap voor stap naar de achtergrond te verdwijnen. Gonard: “Ik ben bewust meer op de bouwplaats gaan timmeren. Ik wilde mezelf losmaken van kantoor om uit beeld te raken.” Of het hem moeite kost om het bedrijf los te laten dat hij zelf heeft opgericht? Gonard wuift de vraag in eerste instantie luchtig weg. “Als je alle groeifases van een bedrijf hebt meegemaakt, leer je om dingen los te laten. Ik geloof niet dat me dat moeite kost.” Maar zijn zoon heeft daar toch wat twijfels bij: “Ik zie Gonard wel eens wat woorden inslikken als hij naar een situatie kijkt”, reageert hij. “Ik kan zijn gedachten niet lezen, maar er gebeurt duidelijk wat in zijn hoofd en dan loopt hij weg”, aldus Tristan. “Loslaten is een intensief proces”, erkent Gonard.

Gonard was een duizendpoot binnen het bedrijf die alle touwtjes strak in handen had. Van werkvoorbereiding tot personeelsplanning: hij deed het er allemaal ‘even bij’. Vaak ’s ochtends voor het werk, of in de avonduren. “Een ongezonde situatie”, vindt zoon Tristan. “De hele onderneming hing aan Gonard en dat maakt je als bedrijf kwetsbaar.” Het overdragen van al die werkzaamheden verliep niet altijd vlekkeloos. Gonard: “Ik zie alles, ik hoor alles en ik vind overal wat van. Ik ben daarom bewust op mijn handen gaan zitten. Met de kans dat het even mis kon gaan, maar dat moet je op zo’n moment laten gebeuren.” 

Handen vrij

Gonard is er de man niet naar om op zijn lauweren te gaan rusten nu hij de leiding van Mensink Bouwbedrijf aan zijn zoon heeft overgedragen. Zo’n dertig jaar na de oprichting van Mensink Bouwbedrijf is hij een nieuw bedrijf gestart. Hij is nu directeur van EQLO, een regisseur van een nieuw model voor circulair vastgoed. Een model dat het bouwproces omdraait: niet het ontwerp bepaalt de materialen, maar de materialen die vrijkomen uit bestaande gebouwen vormen het vertrekpunt van een plan. EQLO organiseert hierbij het volledige proces om hergebruik van bouwmaterialen technisch, financieel en juridisch uitvoerbaar te maken. Gonard noemt het een ‘verfrissende’ nieuwe stap. “Ik hield me veel met mensen bezig. Wat ik nu doe is veel meer op techniek gericht. Ik heb mijn handen vrij om met nieuwe ontwikkelingen aan de slag te gaan die belangrijk zijn voor de toekomst van de bouw.”

Zoon Tristan zal zich juist niet met techniek gaan bezighouden, nu hij de regie heeft. “Na de overdracht kwam een timmerman die al 25 jaar bij ons in dienst is me ineens vragen hoe hij zijn werk moest gaan doen. Dat verbaasde me. Onze mensen weten hoe de hazen lopen, wat er van hen wordt verwacht en wat hun bewegingsruimte is. Die is bij ons best groot. Maar ik duik niet in de techniek. Ik heb er niet voor geleerd, terwijl onze mensen hun vak verstaan.”

Meerdere smaken

Als voorbereiding op zijn nieuwe rol volgde Tristan een leiderschapstraject waarin hij ontdekte hoe hij Mensink Bouwbedrijf wil besturen. “Ik zal het anders doen dan Gonard, die een ‘hands on’-mentaliteit heeft. Zelf ben ik ondernemer vanuit rust en controle. Ik zie mezelf als de laatste man in het veld die het spel controleert en overziet. En niet de spits die de goal maakt. Een manager die faciliterend leider is. Er zijn meerdere smaken en allerlei mogelijkheden om zo’n rol in te vullen. Ik denk dat ik het juiste type ondernemer ben voor de fase waarin het bedrijf nu zit. En dat Gonard de juiste persoon was in de eerste fase, de opgroeifase. En dat we nu een andere ontwikkeling gaan doormaken van professionalisering en een efficiencyslag. Inmiddels ben ik niet meer het ‘zoontje van’ dat vroeger op de bouwplaats rondliep en waar de motivatie niet vanaf straalde. Door hard te werken, heb ik mijn omgeving de laatste jaren laten zien wat ik waard ben. Tijdens een personeelsuitje vertrouwde een timmerman me heel openhartig toe dat ik vorig jaar nog met 2-0 achterstond. ‘Maar wanneer ga je het nu eens overnemen? Die ouwe moet aan de kant, het is tijd voor iets nieuws’, vertelde hij met een biertje in de hand.”  

Gonard lacht: “Dat is toch mooi. Precies wat ik bedoel: je moet ruimte maken voor de nieuwe generatie.” 

Welkom bij Mensink: vakman Abd uit Syrië versterkt ons team

Nieuwe collega Abd uit Syrië versterkt ons team

Welkom bij Mensink: vakman Abd uit Syrië versterkt ons team

Mensink heeft er een nieuwe collega bij. Onlangs is de Syrische Abdurrahman (33), roepnaam Abd, gestart binnen ons team. Met ruim tien jaar ervaring in de bouw brengt hij vakkennis en internationale ervaring mee.

Abd vertelt: ‘Mijn passie voor de bouw begon in Syrië, waar ik het vak heb geleerd en tien jaar werkzaam ben geweest in de bouw. Door de oorlog verhuisde ik naar Turkije, waar ik mijn ervaring verder heb uitgebreid bij meerdere bouwbedrijven. Sinds mijn komst naar Nederland heb ik verschillende werkzaamheden verricht en vrijwilligerswerk gedaan. Uiteindelijk kreeg ik de kans om aan de slag te gaan bij Mensink.’

De eerste weken bij Mensink zijn hem goed bevallen. ‘Mijn collega’s zijn vriendelijk, behulpzaam en staan altijd klaar om elkaar te ondersteunen. Daardoor voel ik mij hier thuis en ga ik iedere dag met plezier naar mijn werk.’

Ook bij Mensink is de kennismaking positief verlopen. Aron Hofstede: ‘Voor gemotiveerde vaklieden staan onze deuren altijd open. Vanaf het eerste gesprek hadden we een heel positieve indruk van Abd. Hij beschikt over praktijkervaring, spreekt de Nederlandse taal en heeft vooral veel motivatie om aan de slag te gaan. Dat zijn eigenschappen die we binnen ons bedrijf enorm waarderen. We kijken dan ook uit naar een mooie en langdurige samenwerking. Hij krijgt de tijd om de Nederlandse manier van werken zich eigen te maken.’

Mensink kwam met Abd in contact via Dynamisch Op Weg, onderdeel van Sallandse Wegenbouw. ‘We zijn blij dat we door Paulien Zandbelt op hem zijn gewezen. Het laat zien hoeveel waardevolle vakmensen er zijn die graag hun professionele carrière in Nederland willen voortzetten. We wensen Abd veel succes bij deze volgende stap en zijn trots dat hij nu onderdeel uitmaakt van ons team.’

Wij bedanken Paulien Zandbelt van Dynamisch Op Weg en Marcel van Geel van de gemeente Raalte voor de totstandkoming van deze mooie verbinding.

Mensen van Mensink #28: Dyon

Mensen van Mensink: Dyon

Mensen van Mensink #28: Dyon

Dyon: ‘De tosti’s op zaterdag zijn afschuwelijk lekker, die móét je gewoon een keer eten’

De mensen van Mensink: wie zijn ze, waar zijn ze goed in en waarom doen ze wat ze doen? Vandaag: Dyon (19), al vijf jaar actief in de zaterdagploeg van Mensink en ondertussen stug zwevend op de arbeidsmarkt. Neemt hij de hamer ooit weer ter hand?

Door de week ziet Dyon bijna niemand. Als hij om twee uur ‘s nachts eindelijk naar bed gaat, ontwaken zijn broers en vrienden alweer bijna. En zodra hij uit zijn bed komt, hebben de anderen er al een halve werkdag opzitten. Heeft hij zich opgesloten in zijn kamer om te gamen?

Een leven op de weg

Nee! Dyon is chauffeur bij Tielbeke en gek op avonddiensten. Hij leeft een parallel bestaan op de weg. Soms rijdt hij zeshonderd kilometer per dag, meestal met luxe boodschappen achterin zijn bus. ‘Ik vind rijden gewoon leuk.’

Nog leuker dan rijden: de zaterdag bij Mensink.

Want zolang Dyon zweeft op de arbeidsmarkt – daarover zo meer – blijft hij lekker ‘knooien’ in de zaterdagploeg van Mensink. Al vijf jaar inmiddels. Werk kan hij het bijna niet noemen, het is eerder hobby. Als veertienjarig knulletje meldde hij zich voor het eerst. Inmiddels is hij een van de aanvoerders. ‘Omdat ik een rijbewijs heb, wie rijdt bepaalt.’

Shawarma, hamburgers of worstenbroodjes

Meestal krijgen ze een lijstje van Aron. En als er niet zoveel op staat, zien ze het werk zelf wel liggen: aanhangers leegpakken, hout zagen, de zaag schoonmaken, stempels invetten, steigermateriaal sorteren, bokken verplaatsen, aanhangers weer inpakken. En de bouw op natuurlijk: dakpannen leggen, opruimen, steigers op- of afbouwen, stempels weghalen.

‘Die dingen zijn gewoon té lekker’

Ondertussen worden de jongens in de watten gelegd door Marianne. Zo liggen er zakken met tosti’s klaar. Speciale tosti’s, vindt Dyon. ‘Die dingen zijn gewoon té lekker. Dat is afschuwelijk. Het zit hem in de kruiden die ze erop strooit. Die moet je gewoon een keer gegeten hebben.’ Na afloop is het shawarma, hamburgers of worstenbroodjes. Of ze gaan naar de snackbar en mogen dan bestellen wat ze willen. De basisregel: alles moet op.

Alleen op tijd komen

Dyon vindt: voor wie geen boterhammen wil smeren en het niet erg vindt om fysiek werk te doen, is de zaterdagploeg van Mensink de beste bijbaan die je kan hebben. ‘De ultieme combinatie van gezelligheid en aanpakken. Je hoeft alleen maar te zorgen dat je op tijd komt.’

De eerste paar keer was Dyon stram na een dag werken, maar na een paar keer voelde hij: dit lukt me wel. Met de inkomsten – ‘tien euro nog iets per uur geloof ik, ik weet het niet eens precies’ – kan hij zijn verzekeringen dekken. ‘Is toch lekker, zo houd ik weer meer over van mijn Tielbeke-loon.’

‘Mijn broer kon alles al’

Los van het geld leerde Dyon ook een hoop. Aanpakken bijvoorbeeld. En: het werk zien. Samenwerken. Afspraken nakomen. Hij ontwikkelde zich fysiek. Leerde jongens kennen. En hij ontdekte dat hij van de bouw niet zijn beroep wil maken. Dit in tegenstelling tot veel anderen uit de zaterdagploeg die wel doorstroomden.

Da’s jammer voor ons, maar wel een bruikbaar inzicht voor Dyon. Overigens was het wel de insteek dat Dyon zijn broer Bryan zou volgen de bouw in. Hij leerde ook veel van zijn broer, tijdens het beunhazen bijvoorbeeld. Dyon genoot ervan, maar het ging hem niet snel genoeg. ‘Ik ben ongeduldig, wil gaan. Mijn broer kon alles al, ik nog veel minder. Dat frustreerde me.’

Toen hij aan zijn broer vertelde dat hij iets anders ging doen, was er teleurstelling. Maar het besluit stond. Dyon stapte van de timmeropleiding over naar de opleiding assistent business services. ‘Zo kon ik in een half jaar mijn diploma halen. Dat is gelukt. Hoefde ik in ieder geval geen opleidingskosten terug te betalen.’

Van je hobby niet je werk maken

En nu werkt hij dus voor Tielbeke. Hij vindt het leuk, maar ziet het wel als iets tijdelijks. ‘Ik wil geen vrachtwagenchauffeur worden, ofzo.’ Wat hij over vijf jaar doet? Hij heeft geen idee. Als hij bij Mensink is, vragen ze: ‘Hoe zit het nou, Dyon? Kom je nog weer terug?’ Dan schuift Aron een contractje onder zijn neus. Maar Dyon wil niet tekenen.

‘Tot die tijd blijf ik lekker rustig mijn ding doen’

Zoals het nu is, vindt hij het voorlopig goed. ‘Ze zeggen toch dat je van je hobby nooit je werk moet maken? Uiteindelijk ga ik weer een opleiding doen, denk ik. Tot die tijd blijf ik lekker rustig mijn ding doen, inclusief de zaterdag bij Mensink. Dat is echt genieten.’



Zoek je een bijbaan op zaterdag? De zaterdagploeg van Mensink heeft ruimte voor nieuwe medewerkers. Bekijk de vacature op gaeenswerken.nu.

Drie generaties, één bedrijf: hoe we traditie en verandering combineren

Tristan en Gonard

Drie generaties, één bedrijf: hoe we traditie en verandering combineren

‘De jeugd van tegenwoordig…’ zegt de een. ‘Oké boomer,’ zegt de ander. Onze jongste collega is 16, onze oudste 70. Hoeveel generaties zijn dat? Drie? Minimaal. En dan rekenen we Boertie (87) nog niet eens mee.

Laatst hadden we middelbare scholieren te gast. Ik dacht dat ik met mijn 28 jaar nog wel kon levelen met ze, maar helaas. De sneltrein die de tijd heet, dendert maar door. En ja, dat leidt intern weleens tot gesprekken.

De man die op zondag het vlees snijdt

Tussen jonge vaders en zestigplussers bijvoorbeeld. Een paar weken (betaalde) afwezigheid na de geboorte van een toekomstige vakman of -vrouw is de norm tegenwoordig. Vervolgens kiezen steeds meer vaders ervoor om een werkdag per week thuis te blijven.

Hoewel het ons voor uitdagingen stelt – capaciteit, overdracht, meer mensen per project – snap ik die vaders wel. Als zij moeten werken om de kinderopvang te betalen, kunnen ze net zo goed thuisblijven. Als bonus zien ze hun kinderen opgroeien en ze worden niet ‘de man die op zondag het vlees snijdt’.

Good times create weak men?

Maar ja, hoe leg je dat uit aan eerdere generaties? Twee dagen vrij na een geboorte was lange tijd de norm. Op dag één zaten de vaders aan het bed, op dag twee togen zij in pak naar het gemeentehuis om de geboorteaangifte te doen. Daarna zei de werkgever: ‘Hè hè, ben je daar eindelijk weer?’

Naoorlogse praktijken: hard times create strong men.

Vandaag de dag hebben we het goed. Want: strong men create good times. Met alle gevolgen van dien? Good times create weak men, is de volgende stap. Het is waar dat de niet lullen maar poetsen-cultuur echt wel een beetje minder wordt, ook in de bouw. Maar daar staat ook iets tegenover: digitale vaardigheden, openheid, flexibiliteit, innovatie, werkgeluk. Zaken die we óók nodig hebben om verder te komen.

‘En nu aan het werk!’

Iemand als Robin vraagt geen vrij om een huis voor zijn gezin in elkaar te timmeren, dat doet hij in de avonduren. Voor een werkgever is dat handig, want Robin hoeven we niet te vervangen. Maar niet iedereen doet en denkt zoals Robin. Mijn vader was iemand die de naoorlogse hard werken-cultuur in stand probeerde te houden. Hij sloeg weleens met zijn vuist op tafel: ‘Aan de slag!’ Hij wordt gemist door mensen zoals Robin.

“Van mij hoeven ze zo’n vuist niet te verwachten”

Van mij hoeven ze zo’n vuist niet te verwachten. Ik bewaak heus de ondergrens, maar leef ook in het besef dat het 2026 is. Ook al zou ik het willen, ik heb niet de illusie dat ik op kan tegen het krachtenveld van veranderende tijden. Golfbewegingen zijn overal, niet alleen in de economie. Nota bene Socrates klaagde er 400 v.Chr. al over dat jongeren respectloos en lui zouden zijn.

Mijn stelregel is dat ik collega’s wil helpen om het beste uit zichzelf te halen. Wat heeft het voor zin om een jonge vader over te halen om toch vijf dagen per week te gaan werken? Wat voor werkgever ben je dan? Met alle respect, als Gonard tot in lengte van dagen aan het roer was blijven staan, was het gaan schuren met de jonge garde. Niet voor niets besloot hij: het is tijd om het stokje door te geven.

Doorzettingsvermogen en vakmanschap

Omdat ik het niet doe, sloeg Robin laatst zelf met zijn vuisten op tafel tijdens zijn evaluatiegesprek. ‘Iedereen is hier gewoon om 7 uur!’ zei hij. Het is niet meer zoals vroeger en dat zat hem dwars. Ik was alleen maar blij met zijn hartenkreet. De zogenaamde ‘oude waarden’ – zoals doorzettingsvermogen en vakmanschap – willen we niet kwijt, maar overdragen op nieuwe generaties.

“Ik geloof dat we juist sterker worden door elkaars krachten te combineren”

Dat dit kan, bewijzen we al jaren. Met dank aan jongens als Robin. In Tirana, onder het genot van een biertje in de zon, sprak ik met hem. Samen concludeerden we: het kan allebei. We kunnen het goede behouden en tegelijkertijd oog hebben voor nieuwe en veranderende behoeftes.

Als we elkaar open en eerlijk blijven benaderen, ben ik niet bang voor weak men. Sterker nog: ik geloof dat we juist sterker worden door elkaars krachten te combineren. En mocht het ooit anders gaan, zorgen uitdagende tijden vanzelf weer voor sterke mensen.

Mensen van Mensink #27: Tonnie

Mensen van Mensink: Tonnie

Mensen van Mensink #27: Tonnie

Tonnie: ‘Om twaalf uur ’s middags stuurden jongens van Mensink me naar huis’

De mensen van Mensink: wie zijn ze, waar zijn ze goed in en waarom doen ze wat ze doen? Vandaag Tonnie (64), bij Mensink bezig aan zijn tweede jeugd nadat hij een tijdje in de ziektewet liep. Voor opleverpuntjes rijdt hij overal en nergens naartoe, met in zijn thermoskan een liter koffie.

‘Tropical Tonnie!’ noemen collega’s bij Mensink hem. Of gewoon: ‘Tropical!’ Waarom? Dat weet hij ook niet precies: ‘Dat is gewoon mijn naam.’ Maar na een half uur tegenover hem denk je: het past wel. Al is hij, afgezien van drie reisjes met Mensink (Mallorca, Lissabon en Tirana), nooit buiten Nederland geweest.

‘Hoe heet die muiter nou?’

Toen we hem vroegen voor deze rubriek, was zijn eerste reactie: ‘Jullie willen me toch niet met pensioen hebben, hè?’ 64 is hij. ‘Als het goed is kan ik er met 65 uit, maar dat wil ik niet. Ik ga die jongens nog een beetje langer plagen. Het bevalt me best hier.’

Sowieso is Tonnie blij dat hij nog werkt. Drie jaar geleden sloot hij een periode van acht jaar in de ziektewet af. Hernia’s in zijn nek hadden hem dwarsgezeten. Op een dag zat hij op zijn knieën te werken en kon hij niet meer omhoog komen.

Thuis wachtte hij af. Een tijd lang deed hij helemaal niets, maar dat hielp niet. ‘Stond ik alsnog op de kop in bed van de pijn.’ Er kwamen spuiten, er volgde een operatie, allemaal zonder resultaat. Toen besloot hij: dan ga ik weer wat doen. In zijn eigen schuur maakte hij kozijnen en deuren in opdracht van een aannemer.

De hernia ging er niet sneller van over, maar van stilzitten werd het ook niet beter. En zo is het eigenlijk nog steeds. De pijn is er continu, maar hij doet net of het niet bestaat. ‘Iedere ochtend en iedere avond neem ik paracetamol en… hoe heet die andere muiter nou? Van die capsules met witte poeier erin. Op recept.’

‘Als het journaal begint zit ik nog in de schuur’

Na een periode van acht jaar klopte Tonnie drie jaar geleden bij Mensink aan. Gonard zei: ‘Bij Harwoonie kunnen we je wel gebruiken.’ Tonnie: ‘Toen heb ik daar de boel op de kast gejaagd. Mooi werk.’ Inmiddels ontfermt hij zich bij Mensink over de zogeheten opleverpuntjes. Hij rijdt overal en nergens naartoe, met in zijn thermoskan een liter koffie.

En als hij ’s middags thuiskomt, knooit hij lekker verder op het erf waar zijn opa ooit boerde en waar hij nu met zijn ouders woont. ‘Mijn ouders zorgden voor mijn opa toen hij hier nog woonde, ik nu voor mijn ouders.’

In de schuur werkt Tonnie aan zijn eigen projectjes. ‘Soms ga ik naar de kringloop, dan haal ik een oude massieve kast op en dan maak ik die weer mooi. Als ik een tafel wil, maak ik hem zelf. Er is altijd wat te doen.’

De krant leest hij niet, voor het journaal is hij te laat binnen. ‘Dan zit ik nog in de schuur. Als ik om kwart over acht binnenkom drink ik nog een bakkie koffie, om half tien ga ik slapen. Alleen voor een mooie oorlogsfilm wil ik nog weleens gaan zitten.’

‘Aron had gezegd: hou hem in de gaten’

Nee, rustig aan doen is er niet bij voor Tonnie. Hij staat om vijf uur op en is om zes uur als eerste bij Mensink. Als de rest tegen zevenen arriveert, is hij al vertrokken.

Vorig jaar nog duvelde hij van een ladder af: ruggenwervel gebroken. ‘Ik moest zeven weken rust houden. Toen de foto’s goed waren kreeg ik groen licht om wat te doen, vier uurtjes in eerste instantie. Kwamen jongens van Mensink om twaalf uur ’s middags naar me toe om me naar huis te sturen. ‘Hou hem in de gaten,’ had Aron gezegd.’

‘Ik heb het altijd zo gedaan,’ zegt Tonnie. Sinds zijn zestiende is het zijn ritme: zes dagen per week werken. ‘Op de lagere school kon ik niets leren, ik moest een klas overdoen. Ik zei: ‘Dat doe ik niet, ik ga naar de LTS.’ Dat lukte wel, lekker timmeren. Ik was thuis ook altijd met hout bezig.’ Hij ging de bouw in en werkt daar nu ruim veertig jaar.

Alleen op zondag houdt hij zich in. ‘Dan zit ik lekker lui in de stoel, of ik loop een keer op mijn dooie gemak naar de schuur. Ik meet wat op, teken wat uit. Bij mooi weer pak ik de vishengel, dan zit ik om vijf uur ’s ochtends aan het water. Om negen uur heb ik het net wel zo vol, dan ga ik weer naar huis. Maar eerst de vissen terugzetten.’