Oranje is terug! Wij hebben onze eigen WK-hit gemaakt!

Mensink is oranje

Oranje is terug! Wij hebben onze eigen WK-hit gemaakt!

Bij Mensink houden we van aanpakken, samenwerken en een beetje plezier op z’n tijd. Daarom hebben we iets bijzonders gedaan in aanloop naar het WK voetbal: we hebben met onze eigen mensen een heus WK-nummer opgenomen.

Van de bouw naar de studio

Voor de opnames zijn collega’s in het geheim afgereisd naar de Hillroad Records Studio in Luttenberg. Daar hebben we samen gewerkt aan een nummer dat perfect past bij de WK-sfeer: vrolijk, meezingbaar en met een knipoog naar de bouwplaats op vrijdagmiddag.

Oranje zit in ons DNA

Het nummer heeft een dubbele betekenis voor ons. Natuurlijk verwijst het naar het Nederlands elftal en het WK, maar ook naar onszelf. De kleur oranje is jarenlang een belangrijk onderdeel geweest van onze identiteit, en die hebben we recent weer vol trots teruggebracht in onze uitstraling. Deze actie voelde daarom als een logisch én leuk vervolg.

Directeur Tristan Mensink zegt daarover:
“Oranje hoort bij Mensink en dat mag iedereen weten. Natuurlijk hopen we dat het oranjefeest dit WK lang duurt. Wij zijn in ieder geval helemaal Team Oranje.”

Karaoke-kwaliteit? Of toch een hit?

Voorman Luuk Jonkman speelt een opvallende rol in het nummer. Hij staat binnen ons bedrijf al bekend om zijn karaoke-skills, en draaide zijn hand ook voor deze opname niet om.

“Ik vond het meteen een leuk idee”, lacht Luuk. “We hebben ontzettend veel schik gehad tijdens de opnames in Luttenberg. Natuurlijk neem je jezelf niet al te serieus, maar ik denk eerlijk gezegd dat we ons niet hoeven te schamen voor het eindresultaat.”

We nodigen iedereen uit om mee te luisteren, mee te zingen en vooral samen het WK in te luiden.

CREDITS
Lead vocal 1: Luuk Jonkman
Lead vocal 2: Michel Tigelaar
Zangkoor: Bram Boekholtz, Mees van Dragt, Milan Pot, Wout van Loon, Luuk Jonkman, Michel Tigelaar
Figuranten: Team Mensink Bouwbedrijf
Muziekproductie en -opname: Ruud Tijs / Hillroad Records
Concept en tekst: Job Hulsman
Casting: Aron Hofstede
Videografie: Martijn Teelen / MarteeMedia
Video-edit: editbysteven
Fotografie en media: Sietske van Lent, Natalie Beens / Buro Bold

Interview Gonard & Tristan Cobouw

Tristan en Gonard interview Cobouw

Volgende generatie aan het roer bij Mensink Bouwbedrijf: 'Het oude moet ruimte maken voor het nieuwe'

Geschreven door: Rob Hendriks
Publicatie via cobouw.nl
Foto: Koos Groenewold

Tristan Mensink zag het niet als zijn roeping om zijn vader Gonard Mensink op te volgen als algemeen directeur van Mensink Bouwbedrijf. Toch nam hij uiteindelijk het stokje over. “Ik ben in het veld de laatste man die het spel controleert en overziet, niet de spits die de goal maakt.”

Toen de 27-jarige Tristan nog op school zat, hielp hij tijdens de lange zomervakanties wel eens mee op de bouwplaats. Zijn vader stuurde hem met de timmerman op pad, om eenvoudig timmerwerk te doen. Met enige tegenzin gehoorzaamde Tristan, want eigenlijk wilde hij niet veel te maken hebben met het bouwbedrijf. “Het was zeker niet mijn toekomstdroom om Gonard op te volgen in het bedrijf”, blikt Tristan terug.

“Door de crisis heb ik gezien hoeveel tijd en energie het kostte om het bedrijf in stand te houden. Ook heb ik de verhalen gehoord over hoeveel verantwoordelijkheid mijn vader op jonge leeftijd nam. Eerst op de boerderij van zijn vader, later door het bouwbedrijf te starten. Daar heb ik me in die jaren bewust van gedistantieerd. Toen ik nog jong was, wilde ik gewoon jong zijn.” 

Boer worden

Vader Gonard (57) knikt. Toen hij zelf nog jong was, nam hij – zowel letterlijk als figuurlijk – veel hooi op de vork. Want hij groeide op als boerenzoon in een melkveebedrijf. Gonard wilde eigenlijk boer worden. Maar het boerenbedrijf van zijn vader leverde niet genoeg geld op voor twee gezinnen. “Mijn vader wilde sowieso geen plaats voor me maken op de boerderij. ‘Voor jou ga ik niet opzij’, kreeg ik te horen. Want twee stuurmannen op één schip: dat gaat zelden goed. Vaak loop je elkaar dan in de weg. Dus ging ik iets ernaast verzinnen, met de ambitie om de opbrengsten in het melkveebedrijf te investeren zodat dit zich verder kon ontwikkelen.”

Dat ‘iets ernaast’ werd een bouwbedrijf. Gonard schreef zich samen met zijn broer Eerhard in bij de Kamer van Koophandel. “We kochten stukjes grond. Daar bouwden we een huis op en dat verkochten we weer door. Het was een ontzettend leuke en gezellige tijd met vrienden onder elkaar.” Het bedrijf groeide en in 2004 voegde ontwerper Marten Jansen zich als mede-eigenaar bij de broers. Lange tijd gingen het bouw- en boerenbedrijf hand in hand aan de Broeklanderdijk in Raalte. Tot 2011, toen het laatste vee verdween.

Onverwachte wending

Ruim 30 jaar na de oprichting van Mensink Bouwbedrijf heeft zoon Tristan dan toch het stokje van Gonard overgenomen, hoewel hij dit vroeger onmogelijk had geacht. “Het leven kan soms een onverwachte wending nemen. Lange tijd wist ik niet wat ik wilde. Ik hield mijn studiekeuze om die reden vrij algemeen. Eerst heb ik een tijdje marketing en communicatie gedaan, daarna nog twee jaar bedrijfskunde. Die studies heb ik niet afgemaakt, want het onderwijssysteem paste niet bij mijn karakter. Ik geloof er niet in dat alle wijsheid in een schoolboekje staat. Ik ben altijd op zoek naar het ‘waarom’ en ‘hoezo’ en wilde daarover sparren met docenten. Klasgenoten begrepen dat niet altijd: zij zagen mij als iemand die altijd maar met de docent in discussie ging en zijn autoriteit ondermijnde, wat wel eens irritatie opwekte. Maar ik zocht een sparringpartner om een onderwerp vanuit verschillende invalshoeken te bespreken. Die vond ik zelden, er waren weinig docenten waarvan ik onder de indruk was. Dat is niet omdat ik het slimste jongetje van de klas was. In het onderwijssysteem kon ik mijn ei niet kwijt.” 

Vader Gonard glimlacht. “Wij hebben met elkaar gemeen dat het onderwijs niet zo goed bij ons aansluit”, zegt hij met pretlichtjes in zijn ogen.

Een paar bonnetjes

Tijdens zijn studietijd ontdekt Tristan dat hij graag met cijfers werkt. Dit leidt ertoe dat hij alsnog het bouwbedrijf van zijn vader binnenrolde. Tristan: “Een collega op de administratie ging met zwangerschapsverlof. Naast mijn studie heb ik tijdelijk wat inkoopfacturen ingeboekt en de personeelsadministratie gedaan. Ik raakte nieuwsgierig: wie waren de mensen achter al die cijfers? Mijn interesse was gewekt door alle getallen die ik voorbij zag komen. Ik wilde meer weten over het bedrijf daaromheen en het hele verhaal horen. Zo is het bij mij ontstaan: met een paar bonnetjes.”

Al gauw zat Tristan ook met de opdrachtgever om tafel. “Als er iets met een factuur was, maakte ik contact, bezocht de mensen om met hen in gesprek te gaan. Als ze dan een heel verhaal hoorden hoe wij het werk gerealiseerd hadden, ontstond er begrip en was het probleem vaak snel opgelost. Dat was voor mij een omslagpunt. Ik zag dat het toch wel heel leuk is wat wij hier met zijn allen aan het doen zijn.”  

“Jongeren willen vaak alles anders. Als de ouderen dan op de rem gaan staan is dat niet goed voor een bedrijf” — Gonard Mensink

Tristan groeide in zijn rol en ging er geleidelijk aan steeds meer bij doen. De dag brak aan dat zijn vader een opvolger in hem zag. Gonard: “Tristan pakt dingen snel op. Ik zag dat ik een stap terug kon doen. Als de leerling uitgegroeid is en hij snapt het kunstje bijna, dan moet je hem bij de leermeester weghalen, anders wordt het een luie timmerman. Het oude moet ruimte maken voor het nieuwe. Jongeren willen vaak alles anders. Als de ouderen dan op de rem gaan staan is dat niet goed voor een bedrijf.” 

Uit beeld raken

Om zijn zoon de ruimte te geven, besloot Gonard stap voor stap naar de achtergrond te verdwijnen. Gonard: “Ik ben bewust meer op de bouwplaats gaan timmeren. Ik wilde mezelf losmaken van kantoor om uit beeld te raken.” Of het hem moeite kost om het bedrijf los te laten dat hij zelf heeft opgericht? Gonard wuift de vraag in eerste instantie luchtig weg. “Als je alle groeifases van een bedrijf hebt meegemaakt, leer je om dingen los te laten. Ik geloof niet dat me dat moeite kost.” Maar zijn zoon heeft daar toch wat twijfels bij: “Ik zie Gonard wel eens wat woorden inslikken als hij naar een situatie kijkt”, reageert hij. “Ik kan zijn gedachten niet lezen, maar er gebeurt duidelijk wat in zijn hoofd en dan loopt hij weg”, aldus Tristan. “Loslaten is een intensief proces”, erkent Gonard.

Gonard was een duizendpoot binnen het bedrijf die alle touwtjes strak in handen had. Van werkvoorbereiding tot personeelsplanning: hij deed het er allemaal ‘even bij’. Vaak ’s ochtends voor het werk, of in de avonduren. “Een ongezonde situatie”, vindt zoon Tristan. “De hele onderneming hing aan Gonard en dat maakt je als bedrijf kwetsbaar.” Het overdragen van al die werkzaamheden verliep niet altijd vlekkeloos. Gonard: “Ik zie alles, ik hoor alles en ik vind overal wat van. Ik ben daarom bewust op mijn handen gaan zitten. Met de kans dat het even mis kon gaan, maar dat moet je op zo’n moment laten gebeuren.” 

Handen vrij

Gonard is er de man niet naar om op zijn lauweren te gaan rusten nu hij de leiding van Mensink Bouwbedrijf aan zijn zoon heeft overgedragen. Zo’n dertig jaar na de oprichting van Mensink Bouwbedrijf is hij een nieuw bedrijf gestart. Hij is nu directeur van EQLO, een regisseur van een nieuw model voor circulair vastgoed. Een model dat het bouwproces omdraait: niet het ontwerp bepaalt de materialen, maar de materialen die vrijkomen uit bestaande gebouwen vormen het vertrekpunt van een plan. EQLO organiseert hierbij het volledige proces om hergebruik van bouwmaterialen technisch, financieel en juridisch uitvoerbaar te maken. Gonard noemt het een ‘verfrissende’ nieuwe stap. “Ik hield me veel met mensen bezig. Wat ik nu doe is veel meer op techniek gericht. Ik heb mijn handen vrij om met nieuwe ontwikkelingen aan de slag te gaan die belangrijk zijn voor de toekomst van de bouw.”

Zoon Tristan zal zich juist niet met techniek gaan bezighouden, nu hij de regie heeft. “Na de overdracht kwam een timmerman die al 25 jaar bij ons in dienst is me ineens vragen hoe hij zijn werk moest gaan doen. Dat verbaasde me. Onze mensen weten hoe de hazen lopen, wat er van hen wordt verwacht en wat hun bewegingsruimte is. Die is bij ons best groot. Maar ik duik niet in de techniek. Ik heb er niet voor geleerd, terwijl onze mensen hun vak verstaan.”

Meerdere smaken

Als voorbereiding op zijn nieuwe rol volgde Tristan een leiderschapstraject waarin hij ontdekte hoe hij Mensink Bouwbedrijf wil besturen. “Ik zal het anders doen dan Gonard, die een ‘hands on’-mentaliteit heeft. Zelf ben ik ondernemer vanuit rust en controle. Ik zie mezelf als de laatste man in het veld die het spel controleert en overziet. En niet de spits die de goal maakt. Een manager die faciliterend leider is. Er zijn meerdere smaken en allerlei mogelijkheden om zo’n rol in te vullen. Ik denk dat ik het juiste type ondernemer ben voor de fase waarin het bedrijf nu zit. En dat Gonard de juiste persoon was in de eerste fase, de opgroeifase. En dat we nu een andere ontwikkeling gaan doormaken van professionalisering en een efficiencyslag. Inmiddels ben ik niet meer het ‘zoontje van’ dat vroeger op de bouwplaats rondliep en waar de motivatie niet vanaf straalde. Door hard te werken, heb ik mijn omgeving de laatste jaren laten zien wat ik waard ben. Tijdens een personeelsuitje vertrouwde een timmerman me heel openhartig toe dat ik vorig jaar nog met 2-0 achterstond. ‘Maar wanneer ga je het nu eens overnemen? Die ouwe moet aan de kant, het is tijd voor iets nieuws’, vertelde hij met een biertje in de hand.”  

Gonard lacht: “Dat is toch mooi. Precies wat ik bedoel: je moet ruimte maken voor de nieuwe generatie.” 

Welkom bij Mensink: vakman Abd uit Syrië versterkt ons team

Nieuwe collega Abd uit Syrië versterkt ons team

Welkom bij Mensink: vakman Abd uit Syrië versterkt ons team

Mensink heeft er een nieuwe collega bij. Onlangs is de Syrische Abdurrahman (33), roepnaam Abd, gestart binnen ons team. Met ruim tien jaar ervaring in de bouw brengt hij vakkennis en internationale ervaring mee.

Abd vertelt: ‘Mijn passie voor de bouw begon in Syrië, waar ik het vak heb geleerd en tien jaar werkzaam ben geweest in de bouw. Door de oorlog verhuisde ik naar Turkije, waar ik mijn ervaring verder heb uitgebreid bij meerdere bouwbedrijven. Sinds mijn komst naar Nederland heb ik verschillende werkzaamheden verricht en vrijwilligerswerk gedaan. Uiteindelijk kreeg ik de kans om aan de slag te gaan bij Mensink.’

De eerste weken bij Mensink zijn hem goed bevallen. ‘Mijn collega’s zijn vriendelijk, behulpzaam en staan altijd klaar om elkaar te ondersteunen. Daardoor voel ik mij hier thuis en ga ik iedere dag met plezier naar mijn werk.’

Ook bij Mensink is de kennismaking positief verlopen. Aron Hofstede: ‘Voor gemotiveerde vaklieden staan onze deuren altijd open. Vanaf het eerste gesprek hadden we een heel positieve indruk van Abd. Hij beschikt over praktijkervaring, spreekt de Nederlandse taal en heeft vooral veel motivatie om aan de slag te gaan. Dat zijn eigenschappen die we binnen ons bedrijf enorm waarderen. We kijken dan ook uit naar een mooie en langdurige samenwerking. Hij krijgt de tijd om de Nederlandse manier van werken zich eigen te maken.’

Mensink kwam met Abd in contact via Dynamisch Op Weg, onderdeel van Sallandse Wegenbouw. ‘We zijn blij dat we door Paulien Zandbelt op hem zijn gewezen. Het laat zien hoeveel waardevolle vakmensen er zijn die graag hun professionele carrière in Nederland willen voortzetten. We wensen Abd veel succes bij deze volgende stap en zijn trots dat hij nu onderdeel uitmaakt van ons team.’

Wij bedanken Paulien Zandbelt van Dynamisch Op Weg en Marcel van Geel van de gemeente Raalte voor de totstandkoming van deze mooie verbinding.

Mensen van Mensink #28: Dyon

Mensen van Mensink: Dyon

Mensen van Mensink #28: Dyon

Dyon: ‘De tosti’s op zaterdag zijn afschuwelijk lekker, die móét je gewoon een keer eten’

De mensen van Mensink: wie zijn ze, waar zijn ze goed in en waarom doen ze wat ze doen? Vandaag: Dyon (19), al vijf jaar actief in de zaterdagploeg van Mensink en ondertussen stug zwevend op de arbeidsmarkt. Neemt hij de hamer ooit weer ter hand?

Door de week ziet Dyon bijna niemand. Als hij om twee uur ‘s nachts eindelijk naar bed gaat, ontwaken zijn broers en vrienden alweer bijna. En zodra hij uit zijn bed komt, hebben de anderen er al een halve werkdag opzitten. Heeft hij zich opgesloten in zijn kamer om te gamen?

Een leven op de weg

Nee! Dyon is chauffeur bij Tielbeke en gek op avonddiensten. Hij leeft een parallel bestaan op de weg. Soms rijdt hij zeshonderd kilometer per dag, meestal met luxe boodschappen achterin zijn bus. ‘Ik vind rijden gewoon leuk.’

Nog leuker dan rijden: de zaterdag bij Mensink.

Want zolang Dyon zweeft op de arbeidsmarkt – daarover zo meer – blijft hij lekker ‘knooien’ in de zaterdagploeg van Mensink. Al vijf jaar inmiddels. Werk kan hij het bijna niet noemen, het is eerder hobby. Als veertienjarig knulletje meldde hij zich voor het eerst. Inmiddels is hij een van de aanvoerders. ‘Omdat ik een rijbewijs heb, wie rijdt bepaalt.’

Shawarma, hamburgers of worstenbroodjes

Meestal krijgen ze een lijstje van Aron. En als er niet zoveel op staat, zien ze het werk zelf wel liggen: aanhangers leegpakken, hout zagen, de zaag schoonmaken, stempels invetten, steigermateriaal sorteren, bokken verplaatsen, aanhangers weer inpakken. En de bouw op natuurlijk: dakpannen leggen, opruimen, steigers op- of afbouwen, stempels weghalen.

‘Die dingen zijn gewoon té lekker’

Ondertussen worden de jongens in de watten gelegd door Marianne. Zo liggen er zakken met tosti’s klaar. Speciale tosti’s, vindt Dyon. ‘Die dingen zijn gewoon té lekker. Dat is afschuwelijk. Het zit hem in de kruiden die ze erop strooit. Die moet je gewoon een keer gegeten hebben.’ Na afloop is het shawarma, hamburgers of worstenbroodjes. Of ze gaan naar de snackbar en mogen dan bestellen wat ze willen. De basisregel: alles moet op.

Alleen op tijd komen

Dyon vindt: voor wie geen boterhammen wil smeren en het niet erg vindt om fysiek werk te doen, is de zaterdagploeg van Mensink de beste bijbaan die je kan hebben. ‘De ultieme combinatie van gezelligheid en aanpakken. Je hoeft alleen maar te zorgen dat je op tijd komt.’

De eerste paar keer was Dyon stram na een dag werken, maar na een paar keer voelde hij: dit lukt me wel. Met de inkomsten – ‘tien euro nog iets per uur geloof ik, ik weet het niet eens precies’ – kan hij zijn verzekeringen dekken. ‘Is toch lekker, zo houd ik weer meer over van mijn Tielbeke-loon.’

‘Mijn broer kon alles al’

Los van het geld leerde Dyon ook een hoop. Aanpakken bijvoorbeeld. En: het werk zien. Samenwerken. Afspraken nakomen. Hij ontwikkelde zich fysiek. Leerde jongens kennen. En hij ontdekte dat hij van de bouw niet zijn beroep wil maken. Dit in tegenstelling tot veel anderen uit de zaterdagploeg die wel doorstroomden.

Da’s jammer voor ons, maar wel een bruikbaar inzicht voor Dyon. Overigens was het wel de insteek dat Dyon zijn broer Bryan zou volgen de bouw in. Hij leerde ook veel van zijn broer, tijdens het beunhazen bijvoorbeeld. Dyon genoot ervan, maar het ging hem niet snel genoeg. ‘Ik ben ongeduldig, wil gaan. Mijn broer kon alles al, ik nog veel minder. Dat frustreerde me.’

Toen hij aan zijn broer vertelde dat hij iets anders ging doen, was er teleurstelling. Maar het besluit stond. Dyon stapte van de timmeropleiding over naar de opleiding assistent business services. ‘Zo kon ik in een half jaar mijn diploma halen. Dat is gelukt. Hoefde ik in ieder geval geen opleidingskosten terug te betalen.’

Van je hobby niet je werk maken

En nu werkt hij dus voor Tielbeke. Hij vindt het leuk, maar ziet het wel als iets tijdelijks. ‘Ik wil geen vrachtwagenchauffeur worden, ofzo.’ Wat hij over vijf jaar doet? Hij heeft geen idee. Als hij bij Mensink is, vragen ze: ‘Hoe zit het nou, Dyon? Kom je nog weer terug?’ Dan schuift Aron een contractje onder zijn neus. Maar Dyon wil niet tekenen.

‘Tot die tijd blijf ik lekker rustig mijn ding doen’

Zoals het nu is, vindt hij het voorlopig goed. ‘Ze zeggen toch dat je van je hobby nooit je werk moet maken? Uiteindelijk ga ik weer een opleiding doen, denk ik. Tot die tijd blijf ik lekker rustig mijn ding doen, inclusief de zaterdag bij Mensink. Dat is echt genieten.’



Zoek je een bijbaan op zaterdag? De zaterdagploeg van Mensink heeft ruimte voor nieuwe medewerkers. Bekijk de vacature op gaeenswerken.nu.

Drie generaties, één bedrijf: hoe we traditie en verandering combineren

Tristan en Gonard

Drie generaties, één bedrijf: hoe we traditie en verandering combineren

‘De jeugd van tegenwoordig…’ zegt de een. ‘Oké boomer,’ zegt de ander. Onze jongste collega is 16, onze oudste 70. Hoeveel generaties zijn dat? Drie? Minimaal. En dan rekenen we Boertie (87) nog niet eens mee.

Laatst hadden we middelbare scholieren te gast. Ik dacht dat ik met mijn 28 jaar nog wel kon levelen met ze, maar helaas. De sneltrein die de tijd heet, dendert maar door. En ja, dat leidt intern weleens tot gesprekken.

De man die op zondag het vlees snijdt

Tussen jonge vaders en zestigplussers bijvoorbeeld. Een paar weken (betaalde) afwezigheid na de geboorte van een toekomstige vakman of -vrouw is de norm tegenwoordig. Vervolgens kiezen steeds meer vaders ervoor om een werkdag per week thuis te blijven.

Hoewel het ons voor uitdagingen stelt – capaciteit, overdracht, meer mensen per project – snap ik die vaders wel. Als zij moeten werken om de kinderopvang te betalen, kunnen ze net zo goed thuisblijven. Als bonus zien ze hun kinderen opgroeien en ze worden niet ‘de man die op zondag het vlees snijdt’.

Good times create weak men?

Maar ja, hoe leg je dat uit aan eerdere generaties? Twee dagen vrij na een geboorte was lange tijd de norm. Op dag één zaten de vaders aan het bed, op dag twee togen zij in pak naar het gemeentehuis om de geboorteaangifte te doen. Daarna zei de werkgever: ‘Hè hè, ben je daar eindelijk weer?’

Naoorlogse praktijken: hard times create strong men.

Vandaag de dag hebben we het goed. Want: strong men create good times. Met alle gevolgen van dien? Good times create weak men, is de volgende stap. Het is waar dat de niet lullen maar poetsen-cultuur echt wel een beetje minder wordt, ook in de bouw. Maar daar staat ook iets tegenover: digitale vaardigheden, openheid, flexibiliteit, innovatie, werkgeluk. Zaken die we óók nodig hebben om verder te komen.

‘En nu aan het werk!’

Iemand als Robin vraagt geen vrij om een huis voor zijn gezin in elkaar te timmeren, dat doet hij in de avonduren. Voor een werkgever is dat handig, want Robin hoeven we niet te vervangen. Maar niet iedereen doet en denkt zoals Robin. Mijn vader was iemand die de naoorlogse hard werken-cultuur in stand probeerde te houden. Hij sloeg weleens met zijn vuist op tafel: ‘Aan de slag!’ Hij wordt gemist door mensen zoals Robin.

“Van mij hoeven ze zo’n vuist niet te verwachten”

Van mij hoeven ze zo’n vuist niet te verwachten. Ik bewaak heus de ondergrens, maar leef ook in het besef dat het 2026 is. Ook al zou ik het willen, ik heb niet de illusie dat ik op kan tegen het krachtenveld van veranderende tijden. Golfbewegingen zijn overal, niet alleen in de economie. Nota bene Socrates klaagde er 400 v.Chr. al over dat jongeren respectloos en lui zouden zijn.

Mijn stelregel is dat ik collega’s wil helpen om het beste uit zichzelf te halen. Wat heeft het voor zin om een jonge vader over te halen om toch vijf dagen per week te gaan werken? Wat voor werkgever ben je dan? Met alle respect, als Gonard tot in lengte van dagen aan het roer was blijven staan, was het gaan schuren met de jonge garde. Niet voor niets besloot hij: het is tijd om het stokje door te geven.

Doorzettingsvermogen en vakmanschap

Omdat ik het niet doe, sloeg Robin laatst zelf met zijn vuisten op tafel tijdens zijn evaluatiegesprek. ‘Iedereen is hier gewoon om 7 uur!’ zei hij. Het is niet meer zoals vroeger en dat zat hem dwars. Ik was alleen maar blij met zijn hartenkreet. De zogenaamde ‘oude waarden’ – zoals doorzettingsvermogen en vakmanschap – willen we niet kwijt, maar overdragen op nieuwe generaties.

“Ik geloof dat we juist sterker worden door elkaars krachten te combineren”

Dat dit kan, bewijzen we al jaren. Met dank aan jongens als Robin. In Tirana, onder het genot van een biertje in de zon, sprak ik met hem. Samen concludeerden we: het kan allebei. We kunnen het goede behouden en tegelijkertijd oog hebben voor nieuwe en veranderende behoeftes.

Als we elkaar open en eerlijk blijven benaderen, ben ik niet bang voor weak men. Sterker nog: ik geloof dat we juist sterker worden door elkaars krachten te combineren. En mocht het ooit anders gaan, zorgen uitdagende tijden vanzelf weer voor sterke mensen.

Mensen van Mensink #27: Tonnie

Mensen van Mensink: Tonnie

Mensen van Mensink #27: Tonnie

Tonnie: ‘Om twaalf uur ’s middags stuurden jongens van Mensink me naar huis’

De mensen van Mensink: wie zijn ze, waar zijn ze goed in en waarom doen ze wat ze doen? Vandaag Tonnie (64), bij Mensink bezig aan zijn tweede jeugd nadat hij een tijdje in de ziektewet liep. Voor opleverpuntjes rijdt hij overal en nergens naartoe, met in zijn thermoskan een liter koffie.

‘Tropical Tonnie!’ noemen collega’s bij Mensink hem. Of gewoon: ‘Tropical!’ Waarom? Dat weet hij ook niet precies: ‘Dat is gewoon mijn naam.’ Maar na een half uur tegenover hem denk je: het past wel. Al is hij, afgezien van drie reisjes met Mensink (Mallorca, Lissabon en Tirana), nooit buiten Nederland geweest.

‘Hoe heet die muiter nou?’

Toen we hem vroegen voor deze rubriek, was zijn eerste reactie: ‘Jullie willen me toch niet met pensioen hebben, hè?’ 64 is hij. ‘Als het goed is kan ik er met 65 uit, maar dat wil ik niet. Ik ga die jongens nog een beetje langer plagen. Het bevalt me best hier.’

Sowieso is Tonnie blij dat hij nog werkt. Drie jaar geleden sloot hij een periode van acht jaar in de ziektewet af. Hernia’s in zijn nek hadden hem dwarsgezeten. Op een dag zat hij op zijn knieën te werken en kon hij niet meer omhoog komen.

Thuis wachtte hij af. Een tijd lang deed hij helemaal niets, maar dat hielp niet. ‘Stond ik alsnog op de kop in bed van de pijn.’ Er kwamen spuiten, er volgde een operatie, allemaal zonder resultaat. Toen besloot hij: dan ga ik weer wat doen. In zijn eigen schuur maakte hij kozijnen en deuren in opdracht van een aannemer.

De hernia ging er niet sneller van over, maar van stilzitten werd het ook niet beter. En zo is het eigenlijk nog steeds. De pijn is er continu, maar hij doet net of het niet bestaat. ‘Iedere ochtend en iedere avond neem ik paracetamol en… hoe heet die andere muiter nou? Van die capsules met witte poeier erin. Op recept.’

‘Als het journaal begint zit ik nog in de schuur’

Na een periode van acht jaar klopte Tonnie drie jaar geleden bij Mensink aan. Gonard zei: ‘Bij Harwoonie kunnen we je wel gebruiken.’ Tonnie: ‘Toen heb ik daar de boel op de kast gejaagd. Mooi werk.’ Inmiddels ontfermt hij zich bij Mensink over de zogeheten opleverpuntjes. Hij rijdt overal en nergens naartoe, met in zijn thermoskan een liter koffie.

En als hij ’s middags thuiskomt, knooit hij lekker verder op het erf waar zijn opa ooit boerde en waar hij nu met zijn ouders woont. ‘Mijn ouders zorgden voor mijn opa toen hij hier nog woonde, ik nu voor mijn ouders.’

In de schuur werkt Tonnie aan zijn eigen projectjes. ‘Soms ga ik naar de kringloop, dan haal ik een oude massieve kast op en dan maak ik die weer mooi. Als ik een tafel wil, maak ik hem zelf. Er is altijd wat te doen.’

De krant leest hij niet, voor het journaal is hij te laat binnen. ‘Dan zit ik nog in de schuur. Als ik om kwart over acht binnenkom drink ik nog een bakkie koffie, om half tien ga ik slapen. Alleen voor een mooie oorlogsfilm wil ik nog weleens gaan zitten.’

‘Aron had gezegd: hou hem in de gaten’

Nee, rustig aan doen is er niet bij voor Tonnie. Hij staat om vijf uur op en is om zes uur als eerste bij Mensink. Als de rest tegen zevenen arriveert, is hij al vertrokken.

Vorig jaar nog duvelde hij van een ladder af: ruggenwervel gebroken. ‘Ik moest zeven weken rust houden. Toen de foto’s goed waren kreeg ik groen licht om wat te doen, vier uurtjes in eerste instantie. Kwamen jongens van Mensink om twaalf uur ’s middags naar me toe om me naar huis te sturen. ‘Hou hem in de gaten,’ had Aron gezegd.’

‘Ik heb het altijd zo gedaan,’ zegt Tonnie. Sinds zijn zestiende is het zijn ritme: zes dagen per week werken. ‘Op de lagere school kon ik niets leren, ik moest een klas overdoen. Ik zei: ‘Dat doe ik niet, ik ga naar de LTS.’ Dat lukte wel, lekker timmeren. Ik was thuis ook altijd met hout bezig.’ Hij ging de bouw in en werkt daar nu ruim veertig jaar.

Alleen op zondag houdt hij zich in. ‘Dan zit ik lekker lui in de stoel, of ik loop een keer op mijn dooie gemak naar de schuur. Ik meet wat op, teken wat uit. Bij mooi weer pak ik de vishengel, dan zit ik om vijf uur ’s ochtends aan het water. Om negen uur heb ik het net wel zo vol, dan ga ik weer naar huis. Maar eerst de vissen terugzetten.’

Waar blijven die ronkende plannen nou?

Tristan en Gonard

Waar blijven die ronkende plannen nou?

‘Zo Tristan, zeg het maar, wat gaan we de komende jaren doen?’ Dat is de vraag die ik het vaakst heb gekregen sinds ik begin vorig jaar samen met Joeri het stokje overnam van mijn vader. Een begrijpelijke vraag. Een nieuwe generatie betekent meestal verandering. Nieuwe ideeën. Een andere koers.

“We lijken op elkaar: eigenwijs, nieuwsgierig”

Maar eerlijk gezegd begon het voor mij niet met een groot plan. Het begon met druk voelen. Met twijfelen. Met nadenken over wat mijn rol eigenlijk is. Daar deelde ik eerder al het een en ander over.

Bouwer in pure zin des woords

Afgelopen week werden mijn vader en ik geïnterviewd door Cobouw. We spraken over overeenkomsten en verschillen. We lijken op elkaar: eigenwijs, nieuwsgierig, altijd willen begrijpen hoe iets écht zit. Maar we hebben andere kwaliteiten. Mijn vader is een bouwer in de meest pure zin van het woord: ondernemer, visionair, kansen zien en erop af gaan. Dat was precies wat het bedrijf nodig had in de eerste dertig jaar.

“Hij wist ook wel dat er geen ronkend antwoord zou volgen”

Ik ben meer de verbeteraar. Ik kijk naar processen, naar structuur, naar hoe iets slimmer of efficiënter kan. Niet omdat het anders moet om het anders, maar omdat groei zonder beheersing uiteindelijk tegen je werkt. Elke fase vraagt om ander leiderschap.

Niet alles tegelijk

Ook de journalist vroeg – uiteraard – naar mijn visie en plannen. Hij had zijn vraag nog niet gesteld of mijn vader begon al in zijn handen te wrijven. Daarna stak hij zijn duim op: ‘Goede vraag!’ Hij ging er eens voor zitten, omdat hij ook wel wist dat er geen ronkend antwoord zou volgen. Ik ben me er heus van bewust dat verandering en innovatie nodig zijn om gezond te blijven. Alleen: de meest recente verandering ben ik zelf. Niet alles tegelijk.

“Mensink is in de kern een verzameling vakmensen”

En daarom zei ik: ik voel weinig behoefte om het roer drastisch om te gooien. We blijven doen waar we goed in zijn, en proberen dat nu eerst beter en efficiënter te doen. Mensink is in de kern een verzameling vakmensen, en die mensen zitten allemaal nog op hun plek (behalve één: mijn vader).

Niet te hoog van de toren blazen

Wat ik een interessantere vraag vond: wat wil je bewaren uit de tijd dat je vader het bedrijf leidde? Ik antwoordde: kwaliteit leveren, niet te hoog van de toren blazen en zo vraag creëren naar onze dienst. Voor mij is dat de kern van wat Mensink is. We doen wat we beloven en presenteren onszelf niet beter dan we zijn. Het werk komt niet naar ons toe doordat we het hardst roepen, maar doordat we doen wat we beloven.

Dat wil ik bewaren.

Tegelijkertijd zie ik mijn verantwoordelijkheid. We werken inmiddels met zo’n zeventig mensen. Dan kun je niet meer alles op gevoel doen. Dan moet je processen vastleggen. Mensen opleiden. Verantwoordelijkheden duidelijk maken. Faalkosten terugdringen. Zorgen dat we niet alleen hard, maar ook slim werken. Er is geen andere weg dan de weg vooruit.

Niet mee opgezadeld

In familiebedrijven wringt het nogal eens tussen generaties, leerde ik tijdens een masterclass van BDO. De eerste generatie denkt: waarom veranderen wat al dertig jaar werkt? De tweede denkt: als we het niet anders organiseren, lopen we vast.

Het mooie is: als de eerste generatie dat al denkt, word ik er niet mee opgezadeld. Wat het gesprek met Cobouw opnieuw bevestigde: mijn vader vond het niet makkelijk om zich los te werken uit de organisatie, maar nu hij weg is, kost het hem geen moeite om Joeri en mij onze gang te laten gaan. Ondertussen blijft hij beschikbaar voor advies.

“Mijn taak is niet om opnieuw te beginnen”

Dat is een prettige basis. Zo kan ik me naar eigen inzicht en op mijn eigen tempo richten op de toekomst van Mensink. Voorlopige conclusie daarbij: mijn taak is niet om opnieuw te beginnen, maar om verder te bouwen op wat er staat – met meer structuur, zonder het karakter te verliezen. Zodat we de beste leerplek blijven voor timmertalent in de regio en bekend blijven staan als het bedrijf dat afspraken altijd nakomt. Als dat geen ronkend plan is 😉

Mensen van Mensink #26: Jesper

Mensen van Mensink #26: Jesper

Jesper: ‘Ik werkte bij de Albert Heijn, vond ik geen zak an’

De mensen van Mensink: wie zijn ze, waar zijn ze goed in en waarom doen ze wat ze doen? Vandaag Jesper (17), leerling timmerman uit onze eigen kweekvijver: de zaterdagploeg. Hij werd op vijftienjarige leeftijd geronseld door een oud-collega.

Wie Jesper hoort vertellen kan niet anders dan concluderen: er is weinig mis met een overzichtelijk leven. Zeventien is ook geen leeftijd om te gaan prakkiseren over de vragen des levens. Waar zie je jezelf over tien jaar? Waar moet je nog aan werken? Wat trok je naar de bouw? Weet hij veel. Sommige dingen lopen gewoon zoals ze lopen, ze gaan zoals ze gaan.

Het wordt vanzelf wel wat

Jesper was vijftien jaar toen een buurman in Wijhe, een zekere Henk Hofstede, de ouders van Jesper aansprak. De zaterdagploeg bij Mensink, zei Henk, is dat niet wat voor jullie zoon? Jesper: ‘Hij had mijn ouders wat aangesmeerd. En nu zit ik hier.’ Prima, dacht Jesper. School vond hij toch ‘geen zak an.’ De hele dag zitten is niets voor hem. ‘Dat wordt niks.’

“Je komt van niks tot iets, dat is wel mooi”

Hij werkte nog bij de Albert Heijn toen, maar ook daarover zegt hij: ‘geen zak an’. Dan liever de zaterdagploeg van Mensink. De eerste keer ging hij op pad met Alex naar Heerde, er moesten oude pannen van het dak af worden gehaald. Jesper deed het met een lach op zijn gezicht. ‘Een beetje aanknooien de hele dag, het wordt vanzelf wel wat. Je komt van niks tot iets, dat is wel mooi.’ Met andere jongens uit de zaterdagploeg had hij meteen goed contact. Ze vormen inmiddels een soort vriendengroep.

Jesper, die wil wel

Van het een kwam het ander. Jesper maakte zijn vmbo af, liep tijdens de open dag rechtstreeks naar het kraampje van Bouwmensen, schreef zich in voor de BBL-opleiding niveau 2 en vroeg aan Tristan, die inmiddels het stokje had overgenomen van Gonard: ‘Kan ik bij jullie werken?’ Dat was goed. De zaterdagploeg was een zachte landing geweest. Bij Mensink hadden ze genoeg gezien: Jesper, die wil wel.

“Ik ga liever nog een dag werken, maar ik heb niet echt een keuze”

Inmiddels werkt hij vier dagen per week. Pardon, vijf, want op zaterdag meldt hij zich ook nog altijd. Die dagen zien er zo uit: hij staat vroeg op, meldt zich op de bouw bij voorman Bryan en steekt de rest van de dag zijn handen uit de mouwen. Bij thuiskomst staat het eten klaar. Met grote grijns: ‘Soms zit er een kwartiertje tussen.’ Na het eten hangt hij met een vast groepje vrienden in een omgebouwde schuur. Bank, bed, keuken, douche: alles erop en eraan. ‘Beetje zitten, wat eten, filmpjes kijken.’ In het weekend toeren ze soms een stukje op de scooter, in de zomer bezoeken ze alle tentfeesten in de buurt.

Zo’n beetje de bedoeling

Zijn kameraden in de omgebouwde schuur studeren sport en bewegen. Zij gaan vijf dagen per week naar school. Jesper: ‘Ik vind het hartstikke mooi, maar ik moet er zelf niet aan denken. Het lijkt me helemaal niks.’ Doe hem de bouw maar. Zijn favoriet dag van de week? Maandag, woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag. Dinsdag knaagt een beetje, want dinsdag is schooldag. ‘Ik ga liever nog een dag werken, maar heb niet echt een keuze. En soms is het best handig om de theorie te kennen.’ Laatst hadden ze het op school over dakwerk. ‘Toen heb ik een bult geleerd over hulpspanten. Daar kun je tijdelijk de gording in leggen, terwijl je hem ondermetselt.’

“Daarna vind ik het wel goed, dan ben ik twintig”

Nog één laatste poging. Hoe ziet je leven er over tien jaar uit, Jesper? ‘Dan ben ik timmerman.’ Bij Mensink? Als voorman? Met een eigen bus? ‘Joah, dat is wel zo’n beetje de bedoeling.’ In mei moet hij aftimmeren op school, als het goed is heeft hij dan zijn diploma binnen. Daarna wil hij nog twee jaar door met niveau 3. ‘Daarna vind ik het wel goed, dan ben ik twintig, ik ga liever gewoon aan het werk.’

Dit leer je zelfs niet bij het leger – hoe Eerhard zichzelf met technisch inzicht bevrijdde

Eerhard technisch inzicht vakmanschap bouw

Dit leer je zelfs niet bij het leger - hoe Eerhard zichzelf met technisch inzicht bevrijdde

Politie, gevangenis, leger, ze zeggen het allemaal: kom bij ons werken, dan heb je niet alleen een uitdagende baan, je doet skills op waar je de rest van je leven iets aan hebt. Hahahaha! De bouw jongens en meisjes, daar moeten jullie zijn. Luister maar naar dit verhaal van collega Eerhard. Met sleutelbos, schop, kit, bouwdroger en vooral technisch inzicht bevrijdde hij zichzelf uit een benarde, ijskoude situatie. Met hulp van de brandweer, dat wel.

Het is een doorsnee avond in de winter, een avond zoals vele andere. Eerhard heeft gewerkt op de bouw, de maaltijd is binnen, thuis aan tafel is het gezellig. Een blik op het horloge. ‘Shit,’ denkt hij, ‘is het al zo laat?’ De vergadering van het Oranjecomité in Wijhe staat op het punt van beginnen. Slechts paar honderd meter verderop, maar voor de zekerheid neemt hij de donkerblauwe Fiat 500.

‘Ik rol zo richting de afgrond’

Als hij een paar minuten later uitstapt op een parkeerplaats begint de auto te rollen. In de richting van een wetering. Handrem vergeten, denkt Eerhard, maar op dat moment slaat het openstaande portier hem tegen de grond. Het been van Eerhard belandt tussen het wiel en het spatbord. ‘Ik rol zo samen met die auto richting de afgrond.’ De auto, inmiddels al met de achterbak in het water, blijft gelukkig hangen in de beschoeiing. Eerhard ligt nog net op de kant met zijn voet nog steeds vast tussen het wiel. ‘Als de auto verder was doorgerold, was ik niet boven water gebleven. Dat geloof ik nooit. Het water was 0 graden.’

“Je moet gewoon even het wiel vrijgraven en het wiel verwijderen”

Eerhard lacht. Dat eerst. Daarna prikt hij met zijn autosleutel in het ventiel van de band. Daarmee verlicht hij meteen de druk op de toenemende zwelling in zijn enkel. Kan ik nog meer doen? Nee, constateert Eerhard. Ik kom hier niet weg. Hij belt 112 en bestelt de brandweer. ‘Ik lig klem,’ zegt hij, ‘mijn auto ligt in het water.’ Nog geen twee minuten later stopt er een politieauto voor zijn neus. ‘Wat doen jullie hier dan?’ vraagt Eerhard.

‘Hebben jullie een schop?’

Daarna volgt ook een ambulance. ‘Wil je een deken?’ vragen ze. Eerhard schudt zijn hoofd. ‘Ik wil de brandweer. Hebben jullie toevallig een schop?’ De ambulancebroeders stellen voor om vast een infuus te prikken, voor het geval hij wegvalt. Eerhard: ‘Waar is dat nou weer voor nodig? Ik val niet weg. Als iemand me uit kan graven tenminste.’

Dan rijdt de brandweer de straat in. Als ze zijn banden willen lekprikken zegt Eerhard: ‘Stop! De banden zijn net nieuw. Je moet gewoon even met een schop het wiel vrijgraven en het wiel daarna verwijderen. Je mag de schop ook aan mij geven, dan doe ik het zelf.’ Het plan van Eerhard wordt goedgekeurd, even later bevrijdt de brandweer Eerhard.

‘Kom hem straks maar ophalen’

‘Waar moet die heen?’ vraagt de sleepdienst, terwijl ze naar zijn blauwe Fiat 500 wijzen. ‘Zet maar bij mij op de oprit,’ zegt Eerhard. Dat is geen optie. Eerhard belt met de verzekering en krijgt te horen dat de auto naar een garage moet. ‘Breng hem dan maar naar Holtkuile.’ Als hij die de volgende dag opbelt, krijgt hij te horen: ‘We hebben een gaatje in de achterbak geprikt, het water loopt er nu uit, kom hem straks maar ophalen.’ Thuis kit Eerhard de boel weer dicht. Een bouwdroger en de wasstraat doen de rest.

De vergadering van het Oranjecomité is – zij het met wat vertraging – doorgegaan, de Fiat 500 rijdt weer. Eerhard, die zich de volgende dag weer op de bouw meldde, heeft nergens last van. Behalve dan van een klein deukje in zijn ego. ‘De mensen van de brandweer in Wijhe ken ik natuurlijk. Het is toch lullig als jij degene bent die ze ‘s avonds aan het werk zet.’ Vroeger had Eerhard het hele gebeuren stil gehouden voor zijn vrouw, maar die belde hij al toen de brandweer nog onderweg was. ‘Anders had ze het wel van de buren gehoord. Weet je wat ze zei? “Ik ga wel om half tien naar bed, hoor. Ik blijf niet op voor deze flauwekul.”’

Eerhard technisch inzicht vakmanschap bouw

Ook in Tirana beslist de groep: ‘I’m sorry, Nico’

Groepsfoto Tirana 2026

Ook in Tirana beslist de groep: 'I'm sorry, Nico'

Na onder meer Slovenië, Portugal en Spanje vlogen we afgelopen weekend met het hele bedrijf naar Albanië voor ons jaarlijkse weekend weg. Daar deden we een nieuwe poging om onze eer hoog te houden. Een (zo eerlijk mogelijk) verslag van een weekend Tirana.

Ja, we hebben een reputatie. Mensink is méér dan een bouwbedrijf. Met een op elkaar ingespeeld team nemen we het stuur uit handen van opdrachtgevers. Maar dat bedoelen we nu niet, want we hebben nóg een reputatie, een die vooral in de buitenlanden aan ons kleeft. Vraag een willekeurige Portugees, Spanjaard of Sloveen naar Mensink en hij/zij/die begint meteen minzaam te lachen. We geven het gewoon toe: over de landsgrenzen is onze reputatie niet om door een ringetje te halen.

‘Wat als jij onze reis nou een organiseert?’

Is dat een probleem? Niet meteen. Als vandaag aan de andere kant van de lijn ‘¿Nos construirían la casa?’ klinkt, rijden we niet op stel en sprong naar Zuid-Spanje om daar een huis in elkaar te timmeren. Over de grens een reputatie hoog houden doe je als bouwbedrijf echt voor jezelf. Daarbij: het is ook weleens leuk om een reisverslag zonder censuur te delen. Gewoon, het eerlijke verhaal. Maar dan moet het wel kunnen. Daarom ook in 2026 een nieuwe poging, op onontgonnen terrein: Albanië.

Net zoals op de bouw is een goede voorbereiding het halve werk. Daar ontbrak het in andere jaren nog weleens aan. Maar zelfreflectief als we zijn leerden we van onze fouten. We lazen over de hippe wijk Blloku, verdiepten ons in het Nationaal Historisch Museum en oriënteerden ons op de muurschilderingen in de Et’hem Bey-moskee. Ian deed uiteindelijk een gouden zet. Hij pakte de telefoon en belde met de Albanese kano-instructeur Nico. Ian zei: ‘Het is januari, ik gok dat jij tijd hebt. Wat als jij onze reis nou eens organiseert?’ Er werd een bedrag overgemaakt en Nico ging aan de slag.

Mensink Tirana 2026

Best wat gewend qua luxe

Geld is iets geks. Met dezelfde euro krijg je op plek A X en op plek B Y. Omdat we Y (een halve liter bier voor twee piek, slapen in een viersterrenhotel, tafels vol met kwaliteitsvlees) prefereren boven X (een slap aftreksel van Y) kozen we voor Tirana. Nico had alles voor ons uitgezocht. Om te beginnen het weer: vijftien graden. En een bus om ons vanaf het vliegveld in Tirana naar ons luxueuze stulpje te brengen. Nu zijn we best wat gewend qua luxe, maar normaal geven wij de sleutels altijd af. Nu mochten we ze een keer in ontvangst nemen.

De eerste activiteit: met een kabelbaantje naar boven, om vervolgens boven op de berg met een fantastisch uitzicht te eten en te drinken. En inderdaad: daar lag Blloku en daar zag je de Et’hem Bey-moskee. Het Nationaal Historisch Museum? Ook gezien. Na een fijne maaltijd in een volgende uitspanning belandden we ‘s avonds in een Ierse pub annex karaokebar. Nico wist best hoe hij ons blij kon maken. Zou hij onze reisverslagen van eerdere jaren soms hebben gelezen? Ergens was het te hopen, maar ergens toch vooral ook niet.

Versnaperingen wegen zwaarder

Op de zaterdag had Nico zich extra goed voorbereid. Tijdens een rondleiding wilde hij ons vertellen over de stad. Over hoe Tirana van een Ottomaanse nederzetting in 1920 uit was gegroeid tot de hoofdstad van Albanië. Over hoe het communistische regime – na een periode van Italiaanse invloed in de jaren ’20 en ’30 – Tirana had getransformeerd naar een stad met sobere architectuur en talrijke bunkers. En over hoe de stad sinds de jaren 2000 pas een snelle modernisering ondergaat.

Of Nico had te hoog ingezet, of de zon scheen te lekker. Of waren het opnieuw de zachte prijzen bij de kleine, maar rijkgevulde drankenkar op het grote plein? Hoe dan ook: slechts een enkeling luisterde en Nico raakte een beetje gefrustreerd. ‘What’s going on, Ian?’ vroeg hij. Ian: ‘The group decides, I’m sorry Nico.’ En zo was het. De groep bepaalde dat ook in Albanië de versnaperingen zwaarder wogen dan historisch besef. Tirana had de zon die in Nederland ontbrak. De geschiedschrijving kon thuis nog worden ingehaald.

Handelingssnelheid, zelfstandigheid en initiatief

In de skybar waren de porties opnieuw rijkelijk. Die avond stal Stefan in de karaokebar de show met een prachtige vertolking van Het Rode Licht van André Hazes. Met een studentendispuut uit Maastricht werden we vrienden. Grappig detail: ze gingen samen naar de kapper, getuige de twintig identieke koppen. Voor groepskorting? Aan het einde van de avond brak bij Jurgen nog even paniek uit, zijn jas was gestolen. Gijs had die jas meegenomen. Jurgen deed vervolgens hetzelfde met de jas van Chiel, er ontstond een jassentombola. Opnieuw bleek: bij Mensink kijken we naar elkaar om.

Andere kernkwaliteiten van ons zijn handelingssnelheid, zelfstandigheid en initiatief. Van fouten maken leer je immers. Dus toen bleek dat het personeel van de hotelbar al naar huis was, schakelden we midden in de nacht over op het principe van zelfservice. We wisten best hoe we een glaasje in moesten doen. Een luik van dertig bij dertig centimeter verschafte toegang tot de keuken, alwaar de vetpan op temperatuur werd gebracht. De nachtbeveiliger zag alles op zijn scherm gebeuren en stond niet veel later in de bar. ‘Ju nuk bëni asnjë përpjekje për të ruajtur reputacionin tuaj!’ schreeuwde hij, maar we verstonden niet wat hij zei. Een kleine steekpenning later was de liefde alweer hersteld.

Daan = reservist

Op de laatste dag lieten we ze knallen in een lokale schietclub. Daan bleek daarin het meest bedreven van allemaal en is inmiddels aangemeld als reservist. We dronken de bar leeg van de schietclub en laafden ons daarna in een volgend restaurant aan uitstekend eten. In een casino dreef een groep doorzetters – zo’n weekend is uiteindelijk ook een survival of the fittest – de prijs van de hele trip tot slot nog wat verder op.

En dat was dat. Hebben we onze naam in Albanië daarmee op een goede manier gevestigd? Die conclusie mag je zelf trekken. Feit is dat je het eerlijke verhaal las. Waar mogelijk dan.

Mensink Tirana 2026