Mensen van Mensink #14: Robin

Mensen van Mensink #14: Robin

Mensen van Mensink #14: Robin

Robin: ‘Marianne kwam voor me op’

De mensen van Mensink: wie zijn ze, waar zijn ze goed in en waarom doen ze wat ze doen? Vandaag: Robin te Wierik (28), technisch tekenaar en voormalig schoonzoon van de baas. ‘De eerste keer dat hij me meevroeg dacht ik: ben je gek!’

In tegenstelling tot veel andere jongens zat Robin eerder bij de Mensink’s aan het avondmaal, dan dat hij een biertje dronk in de kantine van het bouwbedrijf. De reden: een liefdesrelatie. Na de zoveelste zaterdagochtend uitslapen aan de Broeklanderdijk zei Gonard, de vader van Robin’s toenmalige vriendinnetje: ‘Zou je niet eens wat gaan doen, jongen? Ik kan wel wat handen gebruiken.’ Zo belandde hij – zonder bouwambitie – in de bouw. ‘Ik kende Mensink helemaal niet, er stonden nog oude schuren. Als ik aan een bouwbedrijf dacht, dacht ik aan Meijer.’

Een lekkere binnenkomer (maar niet heus)

Niet dat Robin een onhandige jongen is, integendeel, hij is buitenmens en studeerde Groen & Dier op Landstede in die tijd. Op zaterdag werkte hij bij een kwekerij in Mariënheem. Het werken daar hield op een zeker moment op, Mensink kwam ervoor in de plaats. Zijn eerste klus weet hij nog: cement van oude stenen afbikken. ‘Echt een lekkere binnenkomer.’

Ruim acht jaar later zegt hij: ‘De eerste keer dat Gonard me vroeg om te helpen dacht ik: ben je gek! Nu kan ik zeggen dat het goed is geweest voor mij. Ik heb een beetje kunnen ontdekken wat ik wil.’ Na Landstede begon Robin aan een timmeropleiding aan het Deltion College. ‘Als je wat wilt in de bouw, moet je naar school, kreeg ik te horen.’ Daarna leerde hij bij Bouwmensen in Deventer door voor assistent-uitvoerder. ‘De dierenwereld is een zachte, liefkozende wereld. De bouw past beter bij mij. Hopsakee, handen uit de mouwen en aanpakken die handel.’

‘Laat het maar zien’

Inmiddels werkt Robin als technisch tekenaar op kantoor. Geen keuze uit luxe, maar het gevolg van een hardnekkige schouderblessure. ‘Mijn zwakke plek, een ontwerpfout. Ik had regelmatig een arm uit de kom en moest geopereerd worden aan beide schouders. Er kwam een plek vrij op kantoor, ze vroegen of ik er wat voor voelde. Ik heb er een nachtje over geslapen, drie dagen later ben ik begonnen. Gonard zei: “Laat het maar zien.”’ Het vak leerde Robin al doende, daarbij geholpen door zijn werkervaring buiten. ‘Ja, dat scheelt een hoop. Ik weet hoe het eraan toegaat op de bouwplaats.’ Daarnaast volgde hij één jaar de Kader- en Ondernemersopleiding in de Bouw.

Als technisch tekenaar vormt Robin – samen met Rens, Jelle en Lars – de schakel tussen de ontwerpers en de bouwers. Ontwerpen werkt hij eerst in detail uit voor de vergunningaanvraag, daarbij rekening houdend met het bouwbesluit. ‘De gemeente kijkt vooral naar inhoud, materiaalgebruik en duurzaamheid.’ Vervolgens worden de ontwerpen technisch gereed gemaakt voor de werkvoorbereiders. ‘We zorgen ervoor dat een ontwerp uitvoerbaar wordt, dat de timmermannen ermee aan de slag kunnen. Dan heb je het bijvoorbeeld over de uitwerking van een hoekkeperuitslag.’

Praktische jongen

De rol als technisch tekenaar past hem goed. ‘Heel goed, zelfs. Het heeft alles met techniek te maken, maar ik mag ook meedenken over bijvoorbeeld de indeling van een woning. Het is gevarieerd.’ De bouwplaats mist hij soms. ‘Vooral in de zomer: korte broek, fijn muziekje, lekker hoor.’ Nog niet zo lang geleden sprong hij bij toen er nood aan de man was. ‘Tegen onze werkvoorbereider zei ik: “Als jij mijn werk afmaakt, help ik jou uit de brand.”’ Robin haalde zijn oude kloffie op en een uur later stond hij in het zand. Daarnaast verbouwde hij de oude woning die hij twee jaar geleden met zijn vriendin kocht. ‘Alles wat ik de afgelopen jaren bij Mensink heb geleerd, kon ik in de praktijk brengen.’

De schoonzoon van de baas is Robin al lang niet meer. Of die relatie hem heeft geholpen om bij Mensink aan het werk te komen? ‘Haha, nee hoor. Hoewel: Gonard’s vrouw, Marianne, kwam wel eens voor me op. Dan zei ze: “Doe eens aardig tegen die jongen.” Verder hielden we die zaken strikt gescheiden.’ En als hij Gonard’s dochter niet tegen was gekomen, acht jaar geleden? Robin: ‘Dan had ik hier waarschijnlijk niet gezeten.’

Mensen van Mensink #13: Udo

Mensen van Mensink #13; Udo

Mensen van Mensink #13: Udo

Udo: ‘Een huis is een steeds complexer product’

De mensen van Mensink: wie zijn ze, waar zijn ze goed in en waarom doen ze wat ze doen? Vandaag: Udo Zwijnenberg (48), werkvoorbereider. ‘Mijn werk is niet moeilijk, alleen veel. En dat maakt het moeilijk.’

Hoe was je vakantie, Udo?

‘Goed! We zijn twee weken met de kinderen in Zuid-Frankrijk geweest. Misschien was het wel de laatste vakantie met z’n allen, de kinderen worden groot. Het lukt me tijdens vakanties over het algemeen goed om afstand te nemen van mijn werk. Dat wil ik ook, het helpt me om fris te blijven. Wat ik zoal doe? Wandelen, hardlopen, rustig aan doen.’

Udo werkt sinds 2015 bij Mensink. Als werkvoorbereider. Zijn loopbaan voor hij bij ons kwam: de LTS, de MTS, timmerman en assistent-uitvoerder bij een bouwbedrijf, toezichthouder bij de gemeente, werkvoorbereider bij een bouwbedrijf, werkvoorbereider bij een stallenbouwer.

Waar moest je aan wennen toen je bij Mensink kwam?

‘Ik was grote, gestructureerde projecten gewend met veel aansturing. Meestal liep er dan een projectleider of uitvoerder rond die zei: ‘Even opletten allemaal, zo gaan we het doen.’ Medewerkers bij Mensink genieten veel vrijheid, er zijn voormannen bij die heel veel zelf regelen. Die verschillende smaken en stijlen moest ik leren kennen. Pas na een jaar snapte ik een beetje wat er van mij gevraagd wordt.’

Mensink werkt daarnaast zonder uitvoerders. Wat vind je daarvan?

‘Voor de kleinere bouwen werkt het prima. Maar we zijn steeds vaker betrokken bij grotere projecten, met meerdere woningen of bedrijfsgebouwen. Denk aan de Harwoonie-woningen, The Green East of het Bosw8ers-project. Bij die projecten is het fijn als iemand het overzicht houdt. We experimenteren nu met voormannen die de rol van uitvoerder een paar keer per week op zich nemen. Dat werkt goed. Ik kan me voorstellen dat we daarmee verdergaan, want we hebben de ambitie om meer te doen met grootschalige projecten. We hebben voormannen in onze gelederen die zo’n rol als uitvoerder ambiëren. Ik zou er zelf ook iets in kunnen betekenen. Vroeger wilde ik altijd uitvoerder worden.’

Hoe is het werk van een werkvoorbereider veranderd in de afgelopen jaren?

‘We maken steeds meer gebruik van geprefabriceerde producten: binnenmuren, daken of dakdelen, gevelelementen, noem maar op. Dat vereist meer controlewerk van een werkvoorbereider, want alles moet precies passen. Daarnaast worden er steeds meer eisen gesteld aan een woning, bijvoorbeeld op het gebied van luchtdichtheid, waardoor de speelruimte steeds kleiner wordt. En we werken steeds vaker met verschillende materialen. Neem een buitengevel die bestaat uit hout-, stuc- én metselwerk. Dat moet allemaal netjes op elkaar aangesloten worden. Een huis is dus een steeds complexer product. Vanaf 1 januari treedt de Wet Kwaliteitsborging in werking, waarbij we de kwaliteit van ons werk moeten controleren en aantonen. Mijn werk is niet per se moeilijk, wel veel. En dat maakt het weer moeilijk.’

Waar streef je naar in je werk?

‘Hoe meer keuzes worden gemaakt in het ontwerptraject hoe fijner. Het creëert duidelijkheid. Alleen: de klant kan niet altijd alles in één keer overzien. En dus is ons werk een soort balanceeract, waarbij we opdrachtgevers proberen mee te nemen zonder dat ze afhaken. We staan voor flexibiliteit bij Mensink. Ergens op de website staat: ‘Kom je tijdens de bouw op andere ideeën? ‘Geen probleem!’ Dat is nog steeds zo, maar door het grotere aandeel geprefabriceerde materialen en de hogere eisen wordt de speelruimte kleiner. Hoe meer we op voorhand bespreken, hoe fijner en vlotter een timmerman aan de slag kan. Gelukkig is onze ontwerpafdeling erg goed in het visualiseren. Dat maakt het voor opdrachtgevers makkelijker om knopen door te hakken.’

Hoe ziet jouw werk er over tien jaar uit?

‘Het aandeel geprefabriceerde onderdelen zal verder toenemen, de technische en optische detaillering verfijnder. Daardoor zal de rol van de werkvoorbereider groter worden en de bouwtijd korter. Ik voorzie dat de werkvoorbereider nog meer een spin in het web wordt – de werkvoorbereider als cement tussen ontwerper, klant, onderaannemers, timmermannen, en fabrieken.’

En jouw persoonlijke ambitie?

‘Ik zou vaker grote projecten willen voorbereiden en begeleiden, waarbij ik ook deels de rol van uitvoerder kan vervullen, al dan niet samen met de voorman ter plaatse. Misschien komen we dan ook bij de conclusie: de bouw is volop in ontwikkeling en daarom nooit saai.’

Bericht aan alle werkgevers van Nederland

Bericht aan heel Nederland; hoe om te gaan met de nieuwe generatie

Bericht aan alle werkgevers van Nederland

Was het niet John F. Kennedy die zei: ‘Vraag je niet af wat het land voor jou kan doen, vraag je af wat jij voor het land kan doen.’ We zijn weer verdergegaan waar we waren gebleven, de bouwvak zit erop. Hup, aan de slag, handen uit de mouwen. De oudere generatie zet de knop zo weer om. De nieuwe generatie daarentegen…

Een tijdje geleden kreeg ik een vacature doorgestuurd van aannemersbedrijf Sietsema uit Uithuizen. Gezocht: ‘Timmerman/Timmervrouw’. Het bedrijf legt de rode loper uit voor nieuwe aanwas. Eerder weg omdat je naar een voetbalwedstrijd wilt? Een dagje eerder op vakantie omdat de aanbieding gunstig is? Onder werktijd je kind van schoolreis halen? Het is allemaal mogelijk bij Sietsema.

Ik kreeg jeuk van de advertentie, zoals ik de laatste tijd vaker jeuk krijg van vacatures.

Het valt me op dat bedrijven – in welke sector dan ook – steeds gekkere capriolen uithalen om mensen aan te trekken. Ik ben niet tegen flexibiliteit, integendeel. Maar niet voordat iemand zichzelf heeft bewezen. De volgorde is: verantwoordelijkheid nemen, vertrouwen krijgen. Alleen dan groeien talentvolle jongelui uit tot karakters, tot waardevolle krachten. Daar heb ik als werkgever wat aan, maar de werknemer zelf profiteert net zo goed. Niet alleen op de werkvloer, ook daarbuiten. Voor de hele maatschappij is het beter (voetbalclub, ouderraad op school, in de buurt, etc.).

Eigenlijk kunnen we het jongeren nauwelijks kwalijk nemen dat ze steeds vaker hun hand ophouden nog voor diensten bewezen zijn. Stagelopers worden met de auto gebracht door hun moeder, op social media zien ze filmpjes voorbij komen over ‘passief geld verdienen’ (‘Werk jij nog voor een baas? Je bent gek!’) en investeren in vastgoed. Ook een trend: jonge lui die te makkelijk en te veel geld krijgen van hun ouders. Tja… Dan begin je met een achterstand op de arbeidsmarkt.

In plaats van deze onrealistische toekomstbeelden te voeden (of ontkennen, ‘Het is de nieuwe tijd’) moeten wij, werkgevers van Nederland, in actie komen. Want goed werkgeverschap is ook: opvoeden, een waarheidsgetrouw beeld voorschotelen over wat het werkende leven inhoudt.

In de vakantie publiceerden we het verhaal van timmerman Robin Dollenkamp. Op dit moment bouwt hij een huis voor zijn gezin. Dat doet hij naast zijn werk. Op de vraag hoe hij dat volhoudt antwoordt Robin: ‘Het kost energie, dat is een feit. Maar het gééft ook energie. Mijn vrouw en ik hebben van te voren duidelijke afspraken gemaakt, want de kindjes vragen continue aandacht. Het klinkt stom, maar je moet je sociale leven tijdelijk aan de kant zetten, anders kom je er niet mee over. Dan wordt het een jarenproject en dat wil ik niet – ik wil tempo maken. Dat betekent: iedere avond aan de slag en ook op zaterdag en zondag.’

Over karakter gesproken. In een bijzin prijst hij de flexibiliteit bij Mensink. Niet nodig. Die flexibiliteit heeft hij, afgedwongen, verdiend. Jongens als Robin hoeven niet eens te vragen om een kind onder werktijd op te halen van schoolreisje. Dat regelen ze zelf wel. Die vrijheid hebben ze in de loop van de tijd gekregen en belangrijker: behouden – omdat ze er geen misbruik van maken. De banen zijn op zoek naar jou! lees ik overal. Maar wat hebben we eraan als medewerkers alleen komen halen? Wat heeft de medewerker daar aan? Hup, aan het werk!

Mensen van Mensink #12: Robin

Mensen van Mensink: Robin

Mensen van Mensink #12: Robin

Robin: ‘Het wordt een werkvakantie’

De mensen van Mensink: wie zijn ze, waar zijn ze goed in en waarom doen ze wat ze doen? Vandaag: Robin Dollenkamp (34). ‘Zonnepanelen, van het gas af, warmtepomp, goede isolatie: straks hebben we alles goed voor elkaar.’

Robin, de vakantie is begonnen. Wat ga jij doen?

Lacht: ‘Ik ga drie weken lang volle bak klussen aan ons nieuwe huis net buiten Raalte. Ik bouw een schuurwoning naast een bestaande woning die gesloopt zal worden als het huis af is. Het wordt dus een werkvakantie. Met tussendoor een paar daagies vrij. De kindjes moeten natuurlijk wel blijven weten wie papa is. Soms bekruipt me een schuldgevoel als ik zoveel aan het werk ben. Aan de andere kant: ik weet waarvoor we het doen.’

Je hebt in negentien jaar Mensink veel woningen voorbij zien komen. Had je precies in je hoofd wat het moest worden?

‘Dat had ik wel, ja: een T-vormige woning. Dat soort huizen vind ik prachtig, vanwege het speelse effect. Ik houd niet van rechttoe rechtaan. Maar helaas mag dat niet op dit kavel vanwege de naastliggende boerderij waaraan onze woning ondergeschikt moet zijn. Dan maar een schuurwoning, ook mooi. Mijn belangrijkste wens: een verscheidenheid aan gevelmaterialen, dus niet alleen steen of alleen hout. Mijn vrouw had natuurlijk ook haar wensen, die zijn nog veel duidelijker. Haha!’

Zie je het als een groot voordeel dat je als timmerman waarde kan creëren door een woning te bouwen?

‘Dat is interessant, zeker. Onze vorige twee woningen heb ik grondig verbouwd. Die hebben we goed kunnen verkopen, wat ons in staat stelt om nu deze woning te realiseren. Eigenlijk spraken we af: zodra we kinderen hebben stoppen we met grote bouwprojecten. Maar deze kans kwam voorbij. We keken elkaar aan en zeiden: “Laten we het toch maar doen.”’

Heb je altijd in je hoofd gehad: ooit timmer ik zelf een nieuw huis in het buitengebied?

‘Dat valt wel mee. Ik vind verbouwen namelijk leuker. We woonden ook in een heel mooie woning, al zeg ik het zelf. De grootste trigger is energiezuinigheid: zonnepanelen, van het gas af, warmtepomp, goede isolatie. Straks hebben we alles goed voor elkaar. Een lekker gevoel met het oog op de toekomst.’

Bij Mensink ben je hele dagen aan het bouwen, nu gaat je vrije tijd óók op aan bouwen. Hoe doe je dat?

‘Het kost energie, dat is een feit. Maar het gééft ook energie. Mijn vrouw en ik hebben van te voren duidelijke afspraken gemaakt, want de kindjes vragen continue aandacht. Het klinkt stom, maar je moet je sociale leven tijdelijk aan de kant zetten, anders kom je er niet mee over. Dan wordt het een jarenproject en dat wil ik niet – ik wil tempo maken. Dat betekent: iedere avond aan de slag en ook op zaterdag en zondag.’

Mis je de handjes van de maat waarmee je overdag werkt?

‘Ik heb een kraan aangeschaft, dat scheelt een hoop gesjouw. Dat is nu mijn maat, zeg maar. Die kraan zorgt er ook voor dat ik het vol kan houden. Ik houd meer energie over. En bovenin hangt een grote lamp, dus als het donker wordt doe ik de kunstzon aan. Meestal werk ik tot een uur of tien. Overigens neem ik mijn maat wel eens mee van de bouw, bijvoorbeeld als er beton wordt gestort. Dat gebeurt altijd overdag. Hij neemt dan een paar uurtjes vrij en ik betaal hem. Mensink vindt dat prima. Mensen vragen weleens aan me: “Waarom werk je er na negentien jaar nog steeds?” Dit is een van de redenen: vrijheid.’

Wat zijn andere redenen waarom je nog steeds bij Mensink werkt?

‘De sfeer. En dat je kunt zeggen wat je vindt. Negen van de tien keer wordt er ook iets mee gedaan. Bovendien wordt er geluisterd naar wat we leuk vinden om te doen. In mijn geval zijn dat verbouwprojecten. Ik doe nu ongeveer één nieuwbouwproject per jaar, meer dan genoeg. In de crisistijd ben ik een periode uitgeleend. Toen heb ik gezien hoe het er bij andere bouwbedrijven aan toe gaat. Sindsdien waardeer ik nog meer wat we hebben bij Mensink. Het een is niet per se beter dan het andere, maar dit past bij mij: vrijheid krijgen en verantwoordelijkheid nemen.’

Hoe ver ben je nu met de bouw van je woning?

‘Ik wil in de vakantie met de kap beginnen, zodat na de vakantie het dak erop kan. En dan de bedden erin.’

Arjan (bijna 50): ‘Stonden ze daar ineens…’

Arjan 50 jaar

Arjan (bijna 50): ‘Stonden ze daar ineens…’

Arjan, alvast gefeliciteerd met je verjaardag. Bijna 50. Al aan het idee gewend?
‘Robin zei al: ‘De meeste varkens redden het niet.’ Ik heb er niets geen last van, nul komma nul. Mijn schoonvader is nu 81 en verkocht vorig jaar pas zijn crossmotor. Daar houd ik me aan vast.’

En toen had je de keet gisteravond ineens vol zitten. Genoten?
‘Ze kwamen me ophalen bij de slagwerkgroep, net toen we bezig waren met de repetitie van een nieuw nummer. Ik was bliksems aan het opletten. Stonden ze daar ineens… Prachtig hoor.’

Je hebt de meeste piepers inmiddels wel gegeten ;). Wat wil je nog doen voordat je dood gaat?
‘Ik heb niet echt een bucketlist. Ik heb een goed leven en daar geniet ik van. Het lijkt me leuk om met de band in 2026 naar het wereldmuziekconcours te gaan in Kerkrade. Met de slagwerkgroep is het net als met het werk: je strijdt samen ergens voor. Het gaat beide over de neuzen dezelfde kant op krijgen, samen met anderen mooie dingen maken en uiteindelijk een hoger niveau bereiken. Daar geniet ik alle dagen van.’

Omdat je nu een oude, wijze man bent, welke wijsheid wil je delen met jongelui bij Mensink?
‘Blijf jezelf. Ik denk dat heel veel mensen als gevolg van groepsdruk ander gedrag kunnen vertonen. Dat hoeft niet. Als je jezelf blijft ben je het mooiste mens. Bij Mensink stimuleren we elkaar daarin, en dat lukt heel behoorlijk wat mij betreft.’

Heb je vakantieplannen?
‘Met Trudie en mijn zoon en zijn vriendin gaan we naar het Gardameer. Mijn zoon wilde dat graag: prima. Het is een van onze laatste vakanties met de kinderen dus daar ga ik van genieten.’

Geniet ervan Arjan en fijne vakantie!

Mensen van Mensink #11: Stefan

Mensen van Mensink #10: Stefan

Mensen van Mensink #11: Stefan

De mensen van Mensink: wie zijn ze, waar zijn ze goed in en waarom doen ze wat ze doen? Vandaag: Stefan de Weerd (30). ‘Sleutelen aan de auto doe ik niet, ieder z’n vak.’

Waarom koos je voor het timmervak?

‘In mijn familie zijn bijna alle mannen vrachtwagenchauffeur: broer, ooms, opa, pa. Maar de vrachtwagen is niets voor mij. Ik ging wel eens mee natuurlijk, maar na een paar dagen was ik er altijd klaar mee. Het is veel stilzitten. Alleen ‘s avonds is het leuk, want dan eet je buiten de deur. Op het vmbo kwam ik in aanraking met timmeren, dat beviel beter. Wat ik er precies leuk aan vind? Bezig zijn, mooie dingen maken, samenwerken. Mijn vader en broer vonden het al lang goed, zij zeiden: ‘Dan kun je ons straks mooi helpen.’ Via Vondervoort en Valk ben ik bij Mensink terechtgekomen. Niels Middelkamp, een kameraad van mijn broer werkte hier en die vroeg me.’

Hoe oud was je toen?

‘Zeventien jaar. Ik was nog een leerling en deed de timmeropleiding. Van Niels, Michel en Jelmer heb ik het vak geleerd. Inmiddels weet ik: mooie, vrijstaande nieuwbouwwoningen vind ik het leukst om te maken. Het liefst niet te vierkant.’

En toen besloot je te vertrekken, twee jaar geleden nu. Waarom?

‘Het was een drukke tijd, in de bouw en zeker ook bij Mensink. Om al het werk af te krijgen werden veel koppeltjes uit elkaar gehaald, ik was steeds vaker alleen aan het werk. Met de leerlingen die ik meekreeg was ik niet altijd blij. Geleidelijk verloor ik het plezier. Niet dat ik het slecht had, hoor, helemaal niet, maar het was… alleen. En toen kwam er iets voorbij, ik ben in gesprek gegaan en heb toegehapt. Ik kon samen met mijn buurman Jeffrey gaan werken. Dat leek me wel wat.’

Inmiddels werk je weer bij Mensink, net als Jeffrey trouwens. Wat is er gebeurd?

‘Bij het andere bouwbedrijf deden we vooral aanbouwtjes. Toen ik er drie had gezet was ik er al wel klaar mee. Het is veel van hetzelfde, weinig uitdaging. En er was intern gedoe. Al snel dacht ik: wegwezen hier. Ik heb ontslag genomen zonder dat ik nog iets nieuws had. Vervolgens besefte ik: ik heb het nooit slecht gehad bij Mensink. Integendeel, want ik had inmiddels gezien dat het ook heel anders kan. Ik appte Gonard en toen was het snel geregeld. Jeffrey was inmiddels naar een ander bedrijf vertrokken, maar het beviel hem niet daar. Dus ik zei: ‘Anders kom je ook hier werken.’ We zijn herenigd als koppel.’

Voelde het ergens als ‘verliezen’ om weer aan te kloppen nadat je zelf was vertrokken?

‘Nee hoor.’

Kijk je anders naar Mensink nu je een tijdje bent weggeweest?

‘Mmm, misschien een beetje. Ik ben hier ooit als jonge jongen gekomen, dus op een gegeven moment vind je alles normaal: de financiën, het pensioen, de feestjes, leuke collega’s, noem maar op. Je hoeft nergens achteraan, als je je uren maar inlevert. Achteraf had ik nooit weg moeten gaan, maar dat is achteraf. Als je nooit iets probeert, kom je er ook niet achter.’

Je bent 30, hebt nog een heel leven voor je. Wat zijn je dromen en ambities?

‘Ik ben tevreden nu. Zo lang dat gevoel er is denk ik niet na over iets anders. Het beunen zal wel iets minder worden in de toekomst, want ik word binnenkort vader.’

Waar besteed je graag tijd aan als je niet aan het werk bent?

‘Formule 1! Ik ben in Spanje geweest, Abu Dhabi, Dubai, België, de volgende race moeten we nog kiezen. Meestal gaan we een lang weekend, vier of vijf dagen. Wat ik er zo leuk aan vind? Vooral het geluid, dat is iets speciaals en in het echt nog veel indrukwekkender dan op televisie. Zelf heb ik overigens geen bijzondere auto. Ik had een sportieve BMW, maar die hebben we ingeruild voor een Ford Kuga. Gezinsauto, hè. Sleutelen doe ik niet, daar gaat mijn broer over, ik mag nergens aankomen. Ieder z’n vak.’

De verkoper versus de techneut

Gonard blog: verkoper versus techneut

De verkoper versus de techneut

‘Wat een aardige man,’ zei mijn vrouw op de terugweg in de auto. ‘Dat komt goed!’ In de blinkende showroom waren we te woord gestaan door, inderdaad, een vriendelijke knaap. Hij had onze visioenen met een paar behendige muisklikken tot leven gebracht en zei: ‘Wat jullie willen kan en ik ga het voor u regelen.’ Terwijl ik mijn ogen op de weg hield en iets onduidelijks mompelde dacht ik na over wat ik allemaal had gezien buiten de glimmende keukens en maatpakken om. Ik probeerde in te schatten: wie waren de medespelers van de verkoper? Verstaan zij elkaar?

Zelf word ik gezien als een techneut. Ik snap hoe dingen in elkaar steken, hoe materialen zich gedragen en moeten worden verwerkt. Als gevolg daarvan zie ik de hele dag door mogelijke problemen, mitsen, maren, beren en bezwaren. Dat is heel nuttig: een klein detail missen kan grote gevolgen hebben. Maar je moet mij geen huis laten verkopen, laat staan bedenken. Mensen zouden gillend bij me weglopen.

Bij Mensink werkten we jarenlang vanuit een varkensstal zonder varkens. De mestput was netjes afgedekt, er lag vloerbedekking op. De koffie was dubieus en aan de gevel trok de digitale klok met thermostaat de meeste aandacht. Slechts af en toe staken nieuwe klanten aarzelend hun kop om de deur: ben ik hier goed? Op de fundering van die varkensstal – je moet je afkomst niet verloochenen – bouwden we enkele jaren geleden een nieuw kantoor. De koffie is nu van echte bonen en we hebben een waardige entree met een gastentoilet. Terwijl ik me met een clubje druk maak over de techniek, bedenkt het clubje van Marten en Joeri de mooiste dingen. De twee werelden vloeien naadloos in elkaar over.

Je moet doen waar je goed in bent. Bovendien: in onze wereld, de wereld van bouwen en techniek, zijn zowel techneut als verkoper broodnodig. Zonder mijn clubje beneden geen deugdelijke huizen, zonder het clubje van Marten en Joeri boven geen huizen die de saaie, degelijke, grijze, veilige middenmoot (of zelfs dat niet) overstijgen. De vraag die er toe doet: hoe werken techneut en verkoper samen?

Eenmaal thuis stuiterde mijn vrouw enthousiast door onze oude keuken. Ze zag het helemaal voor zich. En hoe enthousiaster ze werd, hoe meer ik het perfecte plaatje begon te wantrouwen. Kon de aardige verkopende knaap zijn toezeggingen en beloftes waarmaken? Ik had niets gezien, geen woord gehoord wat mij dat vertrouwen gaf. En dus kochten we onze inmiddels geïnstalleerde keuken drie weken later bij een techneut die de keuken zelf heeft gemaakt. Zijn mitsen, maren, beren en bezwaren zorgden ervoor dat wij werden gedwongen beter na te denken over reeds gemaakte keuzes. Zo kwamen we langzaam in de buurt van de waarheid. Toen we bij de techneut wegliepen zei ik tegen mijn vrouw, die al was afgehaakt: ‘Dat komt goed.’ En het kwam goed. We genieten iedere dag van onze praktische, degelijke én fraaie keuken.

Mensen van Mensink #10: Alex

Mensen van Mensink #10: Alex

De mensen van Mensink: wie zijn ze, waar zijn ze goed in en waarom doen ze wat ze doen? Vandaag: Alex van der Burg (32). ‘Iets moois maken van oud spul dat schots en scheef staat, dat vind ik leuk om te doen.’ 

Alex groeide op aan de rand van Berkel en Rodenrijs, onder de rook van Zoetermeer, in de Randstad dus. ‘Het laatste beetje buitengebied dat er nog was’, blikt hij terug. Vanuit zijn ouderlijk huis keek hij uit over de weilanden. In de verte zag hij het huis van zijn opa. Toen Alex elf was verhuisde het gezin naar het oosten, naar Broekland. Zijn vader kon hier werk krijgen.

Hoe vond je het dat jullie naar deze kant van het land verhuisden?

‘Mooi! Hoewel wij in het westen in het groen woonden, zagen we hoe alles om ons heen werd volgebouwd. De uitgestrektheid van deze omgeving past veel beter bij mij. Ik ben een buitenjongen. Net als mijn vader, die opgroeide op de boerderij. Of we zijn verdreven uit de Randstad? Zo zou je dat best kunnen zeggen, ja.

Welke opleiding heb je hier gevolgd?

‘Ik heb speciaal onderwijs gedaan, want ik ben zwaar dyslectisch. Ik kan amper lezen en schrijven. Mensen kunnen zich dat niet voorstellen, ik weet niet beter. In de loop van de tijd is het allemaal wel iets beter geworden, je kunt het tot op zeker hoogte ontwikkelen. Maar studeren is voor mij iets anders dan voor de meesten. Om die reden ben ik al op jonge leeftijd aan het werk gegaan, bij Pan-Oston in Raalte werkte ik tien jaar als poedercoater. Prima werk in een mooi bedrijf dat snel groeide. Maar wel eentonig en altijd binnen.’

Hoe ben je vervolgens in de bouw beland?

‘Ik heb timmeren en knooien altijd leuk gevonden, als tiener hielp ik mijn vader al met het opknappen van een oude boerderij tussen Broekland en Wijhe. Later kochten mijn vrouw en ik zelf een kluswoning in Wijhe, die ik helemaal van top tot teen onder handen heb genomen. Ik vond het heerlijk: lekker in de buitenlucht, afwisselend werk. Maar ja, een timmeropleiding ging ‘m niet worden voor mij. Bovendien praten we over 2013, het was crisis. Een paar jaar later zag ik een vacature bij Asbest Service Salland. In de tekst stond dat ze asbestsaneerders zochten die een gesaneerd dak ook kunnen vervangen door iets nieuws. Dat is mooi, dacht ik, als het meezit ben ik toch een of twee dagen per week aan het timmeren. Ik wist ook dat het bedrijf verbonden was aan Menisnk. Al na een paar weken werd ik meegestuurd de bouw op. Robin Dollenkamp, een ervaren timmerman bij Mensink, kwam handen tekort. Na een paar dagen had Gonard genoeg gezien en ben ik bij Mensink in dienst gekomen. Terwijl ik net al mijn asbestpapieren had gehaald, haha!’

Precies waar je op hoopte!

‘Eigenlijk wel, ja. Maar dat het al zo snel zou gebeuren had ik niet verwacht.’

Wat is het verschil tussen ‘knooien’ aan je eigen huis en timmeren voor een bouwbedrijf?

‘Er zijn verschillen, zeker weten. De afgelopen jaren heb ik het vak geleerd, eerst van Robin, later van Patrick. Dan heb je het over maatvoering, plannen, vooruitdenken, tekeningen lezen, noem maar op. Bij Mensink gaat alles er professioneel aan toe. Na zes jaar leer ik nog iedere dag bij, maar ik mis geen timmeropleiding. Ik heb mijn kennis in de praktijk opgedaan.’

In hoeverre vormt je dyslexie een belemmering als timmerman?

‘Lezen en schrijven is onderdeel van mijn werk, maar gelukkig werken we in teamverband. Ik ben inmiddels voorman en werk samen met Jaël en Wout. Het lezen en schrijven laat ik hen mooi doen. Dat is handig voor mij en leerzaam voor hen!’

Jij doet vooral verbouwprojecten. Waarom?

‘Iets moois maken van oud spul dat schots en scheef staat, dat vind ik leuk om te doen. Bij verbouw weet je nooit wat je tegen gaat komen. Het is meer improviseren.’

Tot slot, wat zijn je persoonlijke ambities en doelen?

‘Ik ben blij met mijn werk en ga voorlopig lekker zo door. Bovendien heb ik net een oude boerderijwoning gekocht aan de Raalterweg. Die ga ik helemaal opknappen, alleen de buitenmuren blijven staan. Daar ben ik dus wel even zoet mee. Ik dacht: als mijn vader het kan, kan ik het ook. Van mijn vrouw mag het nog één keer.’

10 tips na de oplevering van een nieuwe woning

' Een te snelle opwarming verhoogt het risico op scheuren in de muren en vloeren.'

Na maanden voorbereiden en bouwen is het grote moment dan eindelijk daar: de oplevering van je nieuwe huis. De sleutels worden overhandigd, mondhoeken krullen omhoog en natuurlijk zijn er volop nieuwsgierige familie en vrienden. Je woning is af. Een mooi moment. Het grote genieten kan bijna beginnen. Maar eerst: schoonmaken, schilderen en verhuizen. In deze blog vertelt werkvoorbereider Arjan Schutte waar je rekening mee moet houden in de eerste weken na de oplevering van je huis.

1. Welkom in een huis vol bouwvocht

Geloof het of niet, maar in een nieuwbouwhuis zit vier- tot vijfduizend liter vocht. Dat zijn dertig badkuipen vol. Beton, cement en gips zijn de boosdoeners – materialen die aangemaakt worden met veel water. Daarnaast staat je huis tijdens de (ruw)bouw bloot aan allerlei weersinvloeden. Het kan best een tijd duren voordat het vocht uit je huis is. Meestal is het oppervlak na een paar weken droog – in de wintermaanden duurt het iets langer – maar in de muren zit dan nog steeds veel vocht. Een beetje afhankelijk van het huis en de gebruikte materialen kan het een jaar duren voordat al het vocht uit de woning is verdwenen.

2. Even wachten met inrichten en schilderen

Ondanks het bouwvocht dat nog lang in de woning zit, hoef je geen jaar te wachten met het inrichten van je woning. Wel adviseren we om een paar weken te wachten alvorens de schilder binnen aan slag te laten. In de winterperiode adviseren we om drie tot vijf weken te wachten. In de zomerperiode kan het vaak sneller. Vraag altijd aan de schilder of hij (heel soms is het een zij) de muren droog genoeg vindt. Geduld is hier een schone zaak. Beter en weekje langer wachten dan verf die na verloop van tijd loslaat.

3. Gebruik een bouwdroger (en volg het advies op)

Veel mensen maken gebruik van een bouwdroger om het bouwvocht uit de woning te krijgen. Ons advies is altijd om hier voorzicht mee te zijn. Een te snelle opwarming verhoogt het risico op scheuren in de muren en vloeren. Ook hier weer: wees geduldig. Bij de oplevering van een woning adviseren we altijd over hoe de bouwdroger te gebruiken. Ons advies is in dit geval om die raad op te volgen, want het gebruik van een bouwdroger luistert best nauw. We hebben inmiddels al zoveel woningen gedroogd, dat we inmiddels weten wat werkt (en niet werkt).

4. Ventileer er op los

We adviseren om ramen en ventilatieroosters na de oplevering regelmatig tegen elkaar open te zetten. De goede luchtcirculatie die daardoor op gang komt, helpt bij het drogen van de muren, vloeren en plafonds. In enkele gevallen, zoals bij erg vochtig weer, is het niet raadzaam om roosters en ramen open te zetten. Bij twijfel kun je contact met ons opnemen. Bij de oplevering adviseren we hier ook over. Sommige mensen willen liever geen ramen en roosters openzetten, omdat ze denken dat er dan meer gestookt moet worden. Dit is een misverstand. Om een vochtige woning op te warmen is namelijk veel meer energie nodig. Om energie te besparen is het slim om de woning goed te ventileren (bij voorkeur een constante, matige luchtstroom).

5. Houd binnendeuren open

Omdat muren, vloeren en plafonds tijdens het droogproces ‘werken’, raden we aan om binnendeuren (45 graden) open te laten staan in de eerste weken. Door het vocht uit de muren, vloeren en plafonds kan een deur namelijk kromtrekken.

6. Vloerverwarming: volg het opstookprotocol

Zodra de vloerverwarming is aangelegd en de afwerkvloer is aangebracht, is het belangrijk dat de twee lagen aan elkaar ‘wennen’. Het is net een relatie, direct te hart van stapel lopen is meestal vragen om problemen. Te snelle temperatuurverschillen kunnen zorgen voor scheuren in de vloer. Om dit proces goed te doorlopen levert de installateur van de vloerverwarming altijd een opstookprotocol aan. Het is belangrijk om die protocol goed te volgen. Wij raden aan om het protocol twee keer te doorlopen.

7. Tegelvloeren: laat de tegellijm uitharden

Tegelvloeren zijn in het geval van vloerverwarming een geval apart. Na het leggen van een tegelvloer als afdekvloer voor vloerverwarming, mag de vloerverwarming de eerste zes weken niet aan. De reden: de tegellijm moet eerst uitharden. In het geval van een tegelvloer in de woonkamer raden we aan om eerst het opstookprotocol te volgen en dan pas de tegelvloer te (laten) leggen. Ook in dit geval moet de tegellijm na het leggen van de vloer zes weken drogen. In deze periode kan de vloerverwarming zes weken niet gebruikt worden. Na zes weken kan de vloerverwarming rustig worden opgestookt. Take it slow.

8. Zet de mechanische ventilatie in verhoogde stand

Veel nieuwbouwhuizen zijn tegenwoordig voorzien van mechanische balansventilatie (mechanisch afzuigsysteem). Zo’n installatie zorgt ervoor dat frisse lucht wordt aangevoerd, zonder dat er warmte verloren gaat. Tijdens de bouw komt er veel bouwstof in het systeem. Dit is onoverkomelijk. Ons advies is om de mechanische ventilatie in een verhoogde stand te zetten zo lang u nog niet in het huis woont. Mocht je echter na oplevering zelf in de woning werkzaamheden uitvoeren, adviseren wij om de ventilatie alleen aan te zetten wanneer je niet in de woning bezig bent. Wanneer je eenmaal in het huis woont en geen stof meer veroorzaakt, kan je de ventilatie op de hoogste stand instellen. Dit versnelt het drogingsproces (vergelijkbaar met ramen en roosters open zetten). Het is dan raadzaam om na afronding van alle werkzaamheden een grondige schoonmaak van het systeem uit te voeren. Op die manier kan het systeem optimaal functioneren en geniet je van een gezonde en schone luchtkwaliteit in uw nieuwe woning.

9. Geef muren de ruimte (om te drogen)

We raden aan om meubilair in het eerste jaar minimaal tien centimeter van de kant af te zetten. Zo zorg je ervoor dat alle stukken muur goed kunnen drogen.

10. Wees zuinig met water tijdens de schoonmaak

Een woning wordt altijd bezemschoon opgeleverd. U moet dus zelf aan de slag om het huis echt schoon te maken. Advies is om in het eerste jaar niet te gulzig te zijn met water. De uitdaging is immers om al dat vocht uit de woning te krijgen. Een emmer water leegsoppen op de vloer vertraagd dit proces aanzienlijk. Verwijder zand en cementresten het liefst met een droge borstel of een (bouw)stofzuiger. Het advies is om het glas in de ramen wél met flink veel water schoon te maken. Het glas is in het begin namelijk nog zacht. Schoonmaken met weinig water verhoogt de kans op krassen.

Heb je nog vragen naar aanleiding van deze tips en trics? Neem gerust contact met ons op. We adviseren je graag over een soepel en probleemloos eerste jaar na de oplevering. De moraal van dit verhaal is: wees geduldig, besteed voldoende aandacht aan het drogen en wees zuinig met water tijdens het schoonmaken.

Mensen van Mensink #9: Taras

Mensen van Mensink #9: Taras

De mensen van Mensink: wie zijn ze, waar zijn ze goed in en waarom doen ze wat ze doen? Vandaag: Taras (47). ‘In Nederland word je als gelijke behandeld in plaats van als slaaf of minderwaardig.’

Voor dit interview hebben we gebruikgemaakt van een tolk.

Waar kom je vandaan en hoe groeide je op?

‘Ik heb het grootste gedeelte van mijn leven in Lviv gewoond, in het westen van Oekraïne, op ongeveer tachtig kilometer van de grens met Polen. Als kind was ik heel sportief, ik voetbalde en kanoëde hele dagen. Mijn vader is overleden toen ik vier maanden oud was. Mijn moeder moest daardoor hard werken om zichzelf en haar kinderen te onderhouden. Ze werkte in een fabriek waar tegels, wasbakken, wc-potten en dergelijke worden geproduceerd.’

Wat wilde je worden als kind?

‘Taxichauffeur! Want ik vind auto’s interessant. Maar toen ik mijn rijbewijs haalde was ik nog geen achttien, ik mocht dus nog niet rijden. Toen ben ik naar het bouwcollege gegaan. Waarom? Die school was vlakbij ons huis en je moet toch iets kiezen! Als kind had ik al begrepen dat je hard moet werken als je iets wilt bereiken in het leven. Ik hoefde maar naar mijn moeder te kijken om dat te beseffen.’

Wat voor werk heb je gedaan na je opleiding?

‘Ik heb altijd binnenshuis gewerkt: kleine verbouwingen, ruimtes aftimmeren, dat soort dingen. De laatste jaren in Oekraïne had ik een eigen bedrijf met een paar man personeel. Tot ik op een dag een bericht kreeg van vrienden die in Nederland werkten. Dat was nog voor de oorlog begon. Ze zeiden: ‘Er is een plek waar je goed verdient en ook kan wonen. Kom je ook?’ Dat was in Den Haag. Het salaris klonk zeer interessant, dus ben ik gegaan, terwijl mijn vrouw en twee kinderen achterbleven in Oekraïne. Het idee was: ik werk een tijdje in Nederland en dan ga ik terug.’

En toen brak de oorlog uit.

‘Inderdaad. Een nachtmerrie. Ik zei meteen tegen mijn vrouw: ‘Jullie moeten hierheen komen.’ Dat wilde ze in eerste instantie niet, maar we hebben het wel geregeld. Met vrienden in Nederland legden we geld bij elkaar om een sterke terreinauto te kopen voor het Oekrainse leger. Die wagen bracht ik naar de grens, mijn vrouw en kinderen gingen mee naar Nederland.’

Waar moest je aan wennen toen je in Nederland in de bouw ging werken?

‘Het werk is vergelijkbaar, ik ken de bouw. Hoewel het werken in Nederland specialistischer is. Ik ben gewend om alles te doen: van timmeren en metselen tot betegelen. Ik heb in Oekraïne gewerkt, maar ook in Tsjechië, Polen en Zwitserland. Typerend voor Nederland is dat je als gelijke wordt behandeld in plaats van als slaaf of minderwaardig.’

Hoe ben je bij Mensink terechtgekomen?

‘In Den Haag werd ik getipt over tinyhouses voor vluchtelingen in de buurt van Raalte. Ik besloot ons aan te melden en we kregen een woning. Eenmaal hier ontdekte ik dat er om de hoek bij ons nieuwe huis een bouwbedrijf zat. Gonard ontving me met open armen en ik kon meteen aan het werk. Dat was vorig jaar zomer.’

Hoe is het contact met je Nederlandse collega’s?

‘Prima. Werkinhoudelijk verstaan we elkaar. Slechts af en toe gebruiken we Engels of een vertaalapp. Binnenkort komen er wat Oekraïense timmermannen bij bij Mensink. Die zal ik wegwijs maken en inwerken. Mijn zoon gaat in Heino naar school en kan inmiddels goed Nederlands. Van hem leer ik veel. Als ik iets niet begrijp kan hij me helpen.’

Hoe vind je het leven dat je leidt in Nederland?

‘Super. Ik kan lopend naar mijn werk, mijn kinderen gaan naar school, mijn vrouw werkt bij TCR als schoonmaakster. Als ik niet aan het werk ben help ik mijn kinderen met huiswerk of ik ga vissen in een vijver hier vlakbij. Voor nu is mijn leven goed, al weet ik niet hoe onze toekomst eruit ziet. Of Oekraïne de oorlog gaat winnen is geen vraag: de oorlog zal eindigen zoals deze ook is begonnen. Daarna moeten we bepalen of we teruggaan of niet.’

Je bent timmerman, zie je in de toekomst een rol voor jezelf weggelegd bij het heropbouwen van je land?

‘Ik bouw dit jaar honderd huizen en in 2024 tweehonderd. Als ik daarmee klaar ben, ga ik daarover nadenken.’