Mensen van Mensink #26: Jesper

Mensen van Mensink #26: Jesper

Jesper: ‘Ik werkte bij de Albert Heijn, vond ik geen zak an’

De mensen van Mensink: wie zijn ze, waar zijn ze goed in en waarom doen ze wat ze doen? Vandaag Jesper (17), leerling timmerman uit onze eigen kweekvijver: de zaterdagploeg. Hij werd op vijftienjarige leeftijd geronseld door een oud-collega.

Wie Jesper hoort vertellen kan niet anders dan concluderen: er is weinig mis met een overzichtelijk leven. Zeventien is ook geen leeftijd om te gaan prakkiseren over de vragen des levens. Waar zie je jezelf over tien jaar? Waar moet je nog aan werken? Wat trok je naar de bouw? Weet hij veel. Sommige dingen lopen gewoon zoals ze lopen, ze gaan zoals ze gaan.

Het wordt vanzelf wel wat

Jesper was vijftien jaar toen een buurman in Wijhe, een zekere Henk Hofstede, de ouders van Jesper aansprak. De zaterdagploeg bij Mensink, zei Henk, is dat niet wat voor jullie zoon? Jesper: ‘Hij had mijn ouders wat aangesmeerd. En nu zit ik hier.’ Prima, dacht Jesper. School vond hij toch ‘geen zak an.’ De hele dag zitten is niets voor hem. ‘Dat wordt niks.’

“Je komt van niks tot iets, dat is wel mooi”

Hij werkte nog bij de Albert Heijn toen, maar ook daarover zegt hij: ‘geen zak an’. Dan liever de zaterdagploeg van Mensink. De eerste keer ging hij op pad met Alex naar Heerde, er moesten oude pannen van het dak af worden gehaald. Jesper deed het met een lach op zijn gezicht. ‘Een beetje aanknooien de hele dag, het wordt vanzelf wel wat. Je komt van niks tot iets, dat is wel mooi.’ Met andere jongens uit de zaterdagploeg had hij meteen goed contact. Ze vormen inmiddels een soort vriendengroep.

Jesper, die wil wel

Van het een kwam het ander. Jesper maakte zijn vmbo af, liep tijdens de open dag rechtstreeks naar het kraampje van Bouwmensen, schreef zich in voor de BBL-opleiding niveau 2 en vroeg aan Tristan, die inmiddels het stokje had overgenomen van Gonard: ‘Kan ik bij jullie werken?’ Dat was goed. De zaterdagploeg was een zachte landing geweest. Bij Mensink hadden ze genoeg gezien: Jesper, die wil wel.

“Ik ga liever nog een dag werken, maar ik heb niet echt een keuze”

Inmiddels werkt hij vier dagen per week. Pardon, vijf, want op zaterdag meldt hij zich ook nog altijd. Die dagen zien er zo uit: hij staat vroeg op, meldt zich op de bouw bij voorman Bryan en steekt de rest van de dag zijn handen uit de mouwen. Bij thuiskomst staat het eten klaar. Met grote grijns: ‘Soms zit er een kwartiertje tussen.’ Na het eten hangt hij met een vast groepje vrienden in een omgebouwde schuur. Bank, bed, keuken, douche: alles erop en eraan. ‘Beetje zitten, wat eten, filmpjes kijken.’ In het weekend toeren ze soms een stukje op de scooter, in de zomer bezoeken ze alle tentfeesten in de buurt.

Zo’n beetje de bedoeling

Zijn kameraden in de omgebouwde schuur studeren sport en bewegen. Zij gaan vijf dagen per week naar school. Jesper: ‘Ik vind het hartstikke mooi, maar ik moet er zelf niet aan denken. Het lijkt me helemaal niks.’ Doe hem de bouw maar. Zijn favoriet dag van de week? Maandag, woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag. Dinsdag knaagt een beetje, want dinsdag is schooldag. ‘Ik ga liever nog een dag werken, maar heb niet echt een keuze. En soms is het best handig om de theorie te kennen.’ Laatst hadden ze het op school over dakwerk. ‘Toen heb ik een bult geleerd over hulpspanten. Daar kun je tijdelijk de gording in leggen, terwijl je hem ondermetselt.’

“Daarna vind ik het wel goed, dan ben ik twintig”

Nog één laatste poging. Hoe ziet je leven er over tien jaar uit, Jesper? ‘Dan ben ik timmerman.’ Bij Mensink? Als voorman? Met een eigen bus? ‘Joah, dat is wel zo’n beetje de bedoeling.’ In mei moet hij aftimmeren op school, als het goed is heeft hij dan zijn diploma binnen. Daarna wil hij nog twee jaar door met niveau 3. ‘Daarna vind ik het wel goed, dan ben ik twintig, ik ga liever gewoon aan het werk.’

Dit leer je zelfs niet bij het leger – hoe Eerhard zichzelf met technisch inzicht bevrijdde

Eerhard technisch inzicht vakmanschap bouw

Dit leer je zelfs niet bij het leger - hoe Eerhard zichzelf met technisch inzicht bevrijdde

Politie, gevangenis, leger, ze zeggen het allemaal: kom bij ons werken, dan heb je niet alleen een uitdagende baan, je doet skills op waar je de rest van je leven iets aan hebt. Hahahaha! De bouw jongens en meisjes, daar moeten jullie zijn. Luister maar naar dit verhaal van collega Eerhard. Met sleutelbos, schop, kit, bouwdroger en vooral technisch inzicht bevrijdde hij zichzelf uit een benarde, ijskoude situatie. Met hulp van de brandweer, dat wel.

Het is een doorsnee avond in de winter, een avond zoals vele andere. Eerhard heeft gewerkt op de bouw, de maaltijd is binnen, thuis aan tafel is het gezellig. Een blik op het horloge. ‘Shit,’ denkt hij, ‘is het al zo laat?’ De vergadering van het Oranjecomité in Wijhe staat op het punt van beginnen. Slechts paar honderd meter verderop, maar voor de zekerheid neemt hij de donkerblauwe Fiat 500.

‘Ik rol zo richting de afgrond’

Als hij een paar minuten later uitstapt op een parkeerplaats begint de auto te rollen. In de richting van een wetering. Handrem vergeten, denkt Eerhard, maar op dat moment slaat het openstaande portier hem tegen de grond. Het been van Eerhard belandt tussen het wiel en het spatbord. ‘Ik rol zo samen met die auto richting de afgrond.’ De auto, inmiddels al met de achterbak in het water, blijft gelukkig hangen in de beschoeiing. Eerhard ligt nog net op de kant met zijn voet nog steeds vast tussen het wiel. ‘Als de auto verder was doorgerold, was ik niet boven water gebleven. Dat geloof ik nooit. Het water was 0 graden.’

“Je moet gewoon even het wiel vrijgraven en het wiel verwijderen”

Eerhard lacht. Dat eerst. Daarna prikt hij met zijn autosleutel in het ventiel van de band. Daarmee verlicht hij meteen de druk op de toenemende zwelling in zijn enkel. Kan ik nog meer doen? Nee, constateert Eerhard. Ik kom hier niet weg. Hij belt 112 en bestelt de brandweer. ‘Ik lig klem,’ zegt hij, ‘mijn auto ligt in het water.’ Nog geen twee minuten later stopt er een politieauto voor zijn neus. ‘Wat doen jullie hier dan?’ vraagt Eerhard.

‘Hebben jullie een schop?’

Daarna volgt ook een ambulance. ‘Wil je een deken?’ vragen ze. Eerhard schudt zijn hoofd. ‘Ik wil de brandweer. Hebben jullie toevallig een schop?’ De ambulancebroeders stellen voor om vast een infuus te prikken, voor het geval hij wegvalt. Eerhard: ‘Waar is dat nou weer voor nodig? Ik val niet weg. Als iemand me uit kan graven tenminste.’

Dan rijdt de brandweer de straat in. Als ze zijn banden willen lekprikken zegt Eerhard: ‘Stop! De banden zijn net nieuw. Je moet gewoon even met een schop het wiel vrijgraven en het wiel daarna verwijderen. Je mag de schop ook aan mij geven, dan doe ik het zelf.’ Het plan van Eerhard wordt goedgekeurd, even later bevrijdt de brandweer Eerhard.

‘Kom hem straks maar ophalen’

‘Waar moet die heen?’ vraagt de sleepdienst, terwijl ze naar zijn blauwe Fiat 500 wijzen. ‘Zet maar bij mij op de oprit,’ zegt Eerhard. Dat is geen optie. Eerhard belt met de verzekering en krijgt te horen dat de auto naar een garage moet. ‘Breng hem dan maar naar Holtkuile.’ Als hij die de volgende dag opbelt, krijgt hij te horen: ‘We hebben een gaatje in de achterbak geprikt, het water loopt er nu uit, kom hem straks maar ophalen.’ Thuis kit Eerhard de boel weer dicht. Een bouwdroger en de wasstraat doen de rest.

De vergadering van het Oranjecomité is – zij het met wat vertraging – doorgegaan, de Fiat 500 rijdt weer. Eerhard, die zich de volgende dag weer op de bouw meldde, heeft nergens last van. Behalve dan van een klein deukje in zijn ego. ‘De mensen van de brandweer in Wijhe ken ik natuurlijk. Het is toch lullig als jij degene bent die ze ‘s avonds aan het werk zet.’ Vroeger had Eerhard het hele gebeuren stil gehouden voor zijn vrouw, maar die belde hij al toen de brandweer nog onderweg was. ‘Anders had ze het wel van de buren gehoord. Weet je wat ze zei? “Ik ga wel om half tien naar bed, hoor. Ik blijf niet op voor deze flauwekul.”’

Eerhard technisch inzicht vakmanschap bouw

Ook in Tirana beslist de groep: ‘I’m sorry, Nico’

Groepsfoto Tirana 2026

Ook in Tirana beslist de groep: 'I'm sorry, Nico'

Na onder meer Slovenië, Portugal en Spanje vlogen we afgelopen weekend met het hele bedrijf naar Albanië voor ons jaarlijkse weekend weg. Daar deden we een nieuwe poging om onze eer hoog te houden. Een (zo eerlijk mogelijk) verslag van een weekend Tirana.

Ja, we hebben een reputatie. Mensink is méér dan een bouwbedrijf. Met een op elkaar ingespeeld team nemen we het stuur uit handen van opdrachtgevers. Maar dat bedoelen we nu niet, want we hebben nóg een reputatie, een die vooral in de buitenlanden aan ons kleeft. Vraag een willekeurige Portugees, Spanjaard of Sloveen naar Mensink en hij/zij/die begint meteen minzaam te lachen. We geven het gewoon toe: over de landsgrenzen is onze reputatie niet om door een ringetje te halen.

‘Wat als jij onze reis nou een organiseert?’

Is dat een probleem? Niet meteen. Als vandaag aan de andere kant van de lijn ‘¿Nos construirían la casa?’ klinkt, rijden we niet op stel en sprong naar Zuid-Spanje om daar een huis in elkaar te timmeren. Over de grens een reputatie hoog houden doe je als bouwbedrijf echt voor jezelf. Daarbij: het is ook weleens leuk om een reisverslag zonder censuur te delen. Gewoon, het eerlijke verhaal. Maar dan moet het wel kunnen. Daarom ook in 2026 een nieuwe poging, op onontgonnen terrein: Albanië.

Net zoals op de bouw is een goede voorbereiding het halve werk. Daar ontbrak het in andere jaren nog weleens aan. Maar zelfreflectief als we zijn leerden we van onze fouten. We lazen over de hippe wijk Blloku, verdiepten ons in het Nationaal Historisch Museum en oriënteerden ons op de muurschilderingen in de Et’hem Bey-moskee. Ian deed uiteindelijk een gouden zet. Hij pakte de telefoon en belde met de Albanese kano-instructeur Nico. Ian zei: ‘Het is januari, ik gok dat jij tijd hebt. Wat als jij onze reis nou eens organiseert?’ Er werd een bedrag overgemaakt en Nico ging aan de slag.

Mensink Tirana 2026

Best wat gewend qua luxe

Geld is iets geks. Met dezelfde euro krijg je op plek A X en op plek B Y. Omdat we Y (een halve liter bier voor twee piek, slapen in een viersterrenhotel, tafels vol met kwaliteitsvlees) prefereren boven X (een slap aftreksel van Y) kozen we voor Tirana. Nico had alles voor ons uitgezocht. Om te beginnen het weer: vijftien graden. En een bus om ons vanaf het vliegveld in Tirana naar ons luxueuze stulpje te brengen. Nu zijn we best wat gewend qua luxe, maar normaal geven wij de sleutels altijd af. Nu mochten we ze een keer in ontvangst nemen.

De eerste activiteit: met een kabelbaantje naar boven, om vervolgens boven op de berg met een fantastisch uitzicht te eten en te drinken. En inderdaad: daar lag Blloku en daar zag je de Et’hem Bey-moskee. Het Nationaal Historisch Museum? Ook gezien. Na een fijne maaltijd in een volgende uitspanning belandden we ‘s avonds in een Ierse pub annex karaokebar. Nico wist best hoe hij ons blij kon maken. Zou hij onze reisverslagen van eerdere jaren soms hebben gelezen? Ergens was het te hopen, maar ergens toch vooral ook niet.

Versnaperingen wegen zwaarder

Op de zaterdag had Nico zich extra goed voorbereid. Tijdens een rondleiding wilde hij ons vertellen over de stad. Over hoe Tirana van een Ottomaanse nederzetting in 1920 uit was gegroeid tot de hoofdstad van Albanië. Over hoe het communistische regime – na een periode van Italiaanse invloed in de jaren ’20 en ’30 – Tirana had getransformeerd naar een stad met sobere architectuur en talrijke bunkers. En over hoe de stad sinds de jaren 2000 pas een snelle modernisering ondergaat.

Of Nico had te hoog ingezet, of de zon scheen te lekker. Of waren het opnieuw de zachte prijzen bij de kleine, maar rijkgevulde drankenkar op het grote plein? Hoe dan ook: slechts een enkeling luisterde en Nico raakte een beetje gefrustreerd. ‘What’s going on, Ian?’ vroeg hij. Ian: ‘The group decides, I’m sorry Nico.’ En zo was het. De groep bepaalde dat ook in Albanië de versnaperingen zwaarder wogen dan historisch besef. Tirana had de zon die in Nederland ontbrak. De geschiedschrijving kon thuis nog worden ingehaald.

Handelingssnelheid, zelfstandigheid en initiatief

In de skybar waren de porties opnieuw rijkelijk. Die avond stal Stefan in de karaokebar de show met een prachtige vertolking van Het Rode Licht van André Hazes. Met een studentendispuut uit Maastricht werden we vrienden. Grappig detail: ze gingen samen naar de kapper, getuige de twintig identieke koppen. Voor groepskorting? Aan het einde van de avond brak bij Jurgen nog even paniek uit, zijn jas was gestolen. Gijs had die jas meegenomen. Jurgen deed vervolgens hetzelfde met de jas van Chiel, er ontstond een jassentombola. Opnieuw bleek: bij Mensink kijken we naar elkaar om.

Andere kernkwaliteiten van ons zijn handelingssnelheid, zelfstandigheid en initiatief. Van fouten maken leer je immers. Dus toen bleek dat het personeel van de hotelbar al naar huis was, schakelden we midden in de nacht over op het principe van zelfservice. We wisten best hoe we een glaasje in moesten doen. Een luik van dertig bij dertig centimeter verschafte toegang tot de keuken, alwaar de vetpan op temperatuur werd gebracht. De nachtbeveiliger zag alles op zijn scherm gebeuren en stond niet veel later in de bar. ‘Ju nuk bëni asnjë përpjekje për të ruajtur reputacionin tuaj!’ schreeuwde hij, maar we verstonden niet wat hij zei. Een kleine steekpenning later was de liefde alweer hersteld.

Daan = reservist

Op de laatste dag lieten we ze knallen in een lokale schietclub. Daan bleek daarin het meest bedreven van allemaal en is inmiddels aangemeld als reservist. We dronken de bar leeg van de schietclub en laafden ons daarna in een volgend restaurant aan uitstekend eten. In een casino dreef een groep doorzetters – zo’n weekend is uiteindelijk ook een survival of the fittest – de prijs van de hele trip tot slot nog wat verder op.

En dat was dat. Hebben we onze naam in Albanië daarmee op een goede manier gevestigd? Die conclusie mag je zelf trekken. Feit is dat je het eerlijke verhaal las. Waar mogelijk dan.

Mensink Tirana 2026

Het eerste jaar na de overname: hoe geef ik mijn eigen draai aan Mensink?

Het logo van Mensink omringd door dennentakken.

Het eerste jaar na de overname: hoe geef ik mijn eigen draai aan Mensink?

Op de drempel van 2026 beleefde ik een van mijn meest productieve weken van 2025. Niet omdat ik in recordtempo mijn takenlijst afwerkte, maar juist omdat ik afstand nam. Een week lang werkte ik niet in Mensink, maar aan Mensink. In Rotterdam volgde ik de LeadGen Masterclass van BDO, een programma voor (toekomstige) leiders in familiebedrijven.

Wat zou mijn pa doen?

Begin dit jaar nam ik officieel het stokje over van Gonard, mijn vader. Hij bouwde Mensink de afgelopen dertig jaar, samen met Marten Jansen, op tot wat het vandaag is. Dat hele proces maakte ik van dichtbij mee. Ik werd kort na de oprichting geboren en collega’s die er nu nog werken, zaten vroeger al bij ons aan de keukentafel. Ik heb altijd met veel respect gekeken naar hoe mijn vader het bedrijf leidde: met toewijding, visie en hard werken.

Toen ik het stokje kreeg overgedragen, voelde het logisch om in zijn voetsporen te willen treden. In veel situaties vroeg ik me automatisch af: wat zou mijn pa doen? Niet alleen omdat zijn aanpak werkte, maar ook omdat ik zijn zoon ben. Dat maakte loskomen lastiger dan ik vooraf dacht. Dat loskomen wel nodig is, merkte ik maar weer eens tijdens de LeadGen Materclass. Want hoe graag ik Mensink ook in ere wil houden, ik geloof dat ik het op mijn eigen manier moet doen.

“Goed leiderschap betekent niet alles zelf kunnen of doen, dat is een belangrijke les die ik geleerd heb.”

De druk die ik mezelf oplegde loslaten

De week in Rotterdam bracht helderheid. Zo ontdekte ik dat ik, in tegenstelling tot mijn vader, meer manager dan ondernemer ben. Mijn kracht zit in rust bewaren, overzicht houden, processen verbeteren en daarmee stabiliteit creëren. Als een laatste man in een voetbalteam. Het zijn bruikbare kwaliteiten durf ik inmiddels te zeggen. Mensink is nog steeds een hechte club, maar inmiddels zetten we zo’n 15 miljoen euro per jaar om. Tientallen gezinnen zijn afhankelijk van wat we samen doen. In deze fase zijn structuur en voorspelbaarheid even belangrijk als ondernemerschap.

Maar de grootste winst zat voor mij misschien wel in het loslaten van de druk die ik mezelf oplegde. Toen ik het stokje overnam, dacht ik dat ik meteen moest bewijzen dat ik het kon. Dat ik alles al moest weten en beheersen. De realiteit is dat ik 27 ben en dat mijn gereedschapskist nog volop in aanbouw is. En gelukkig: niemand is vertrokken sinds de overname. Alle kennis is in huis gebleven. Mijn vader ook, die kan ik nog altijd raadplegen. Bijvoorbeeld op het gebied van visie en ondernemerschap. Waarom zou ik dat niet doen? Ook dat was een belangrijke les: goed leiderschap betekent niet alles zelf kunnen of doen.

Een goede prestatie

2025 loopt ten einde: mijn eerste jaar als aanvoerder van deze club. Ik kijk er met een goed gevoel op terug. Het werk is doorgegaan, we hebben veel moois gebouwd, de groep is hecht gebleven en onderaan de streep is er wat geld verdiend. Dat is op zich al een goede prestatie in de roerige markt waarin we acteren. Misschien ben ik (nog) niet de beste directeur die ik kan zijn. Maar met de inzichten van het afgelopen jaar weet ik wel dat Mensink het meeste aan mij heeft als ik leid vanuit mijn eigen kwaliteiten.

Namens het hele Mensink-team wens ik iedereen fijne feestdagen en een goed nieuwjaar. Dat iedereen maar mag doen waar die goed in is 😉

Personeelstekort in de bouw? De oplossing komt uit onverwachte hoek

Personeelstekort in de bouw? De oplossing komt uit onverwachte hoek

Personeelstekort in de bouw? De oplossing komt uit onverwachte hoek

Begin 2021 schreef ik dat de bouw een imagoprobleem heeft. Een rolmodel, type Freek Vonk, zou welkom zijn. Maar zo’n type was er niet en zou er ook niet komen. Ik schreef toen: ‘Het is dus wachten tot de markt een correctie pleegt en de tarieven omhoog schieten, ook in de cao. Dat het gebeurt is een zekerheid, de vraag is alleen wanneer.’

Dat moment is nu.

Tijdens de zomervakantie scrolde ik wat rond op LinkedIn (je moet wat als onttroonde directeur, haha) en zag een opvallende combinatie: bergen vacatures in de techniek plus vorstelijke salarissen. Goede technici zijn wat waard geworden. Hoewel dat harde geld nieuwe aanwas zal opleveren, is het imagoprobleem nog niet meteen opgelost. Daar gaat meer tijd overheen. En dus werd er tijdens het Grote Techniek Debat weer uitvoerig gedebatteerd over de vraag: hoe interesseren we meer mensen voor techniek?

Problemen lossen zich vanzelf op

Tanja Loef-Hageman, directeur van installatiebedrijf Tibo-Veen, stelde voor om ‘niet-prioritaire’ opleidingen te ontmoedigen. Dat leidde tot een stuk op Cobouw: De Rockacademie kortwieken ten faveure van technieksector? Dat is voor veel partijen een brug te ver. ‘Partijen op links en in het midden zien veel meer in stimuleren – redelijk in lijn met de overheidskoers van de laatste jaren. “Vertel het positieve verhaal”, zoals Michelle Jagtenberg van D66 het vat.’

“Over een paar jaar is niemand meer geïnteresseerd in al dan niet ‘niet-prioritaire’ opleidingen.”

Ik was er niet bij, maar had waarschijnlijk gezegd: jongens, deze discussie kunnen we meteen staken. Zoals altijd lossen problemen zich vanzelf op – en deze keer gaat het snel. De onverwachte hulp komt uit de sector die ons de afgelopen jaren juist veel talentvolle vaklieden heeft doen missen: de IT.

Een rode loper voor de techniek

Al die slimme koppen hebben namelijk met al hun slimmigheid – heel slim – een slimme assistent ontworpen die ervoor zorgt dat veel banen overbodig zullen worden. En dus kunnen wij, de mensheid, onze handen weer gebruiken waarvoor ze bedoeld zijn: bouwen, maken, installeren. Een gigantische rode loper dus voor de techniek, die slimme assistent. Onbedoeld uitgerold door slimmeriken die dachten iedereen te slim af te zijn.

In mijn stuk van een paar jaar geleden deed ik een voorspelling die uitkwam. Dat ga ik nu weer proberen: over een paar jaar is niemand meer geïnteresseerd in al dan niet ‘niet-prioritaire’ opleidingen. Voor zover ze nog bestaan. Het enige wat wij vanaf nu hoeven te doen: toekijken hoe de slimme assistent ervoor gaat zorgen dat jongens en meisjes met aanleg voor techniek in de zeer nabije toekomst andere keuzes zullen maken. (Vaders en moeders, letten jullie ook op?) En doorgaan met bouwen natuurlijk, dat ook.

Mensen van Mensink #25: Marianne

Mensen van Mensink: Marianne

Mensen van Mensink #25: Marianne

Marianne: ‘Ik ben trots op mijn mannetjes’

De mensen van Mensink: wie zijn ze, waar zijn ze goed in en waarom doen ze wat ze doen? Vandaag Marianne (59), vrouw van Gonard, moeder van Tristan, medewerker van Mensink. Zij zorgt ervoor dat het de mensen van Mensink aan niets ontbreekt.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: zonder Marianne was dit bouwbedrijf er nooit geweest. Dat zit zo. Marianne en Gonard ontmoetten elkaar halverwege de jaren tachtig bij Kappers in Hoonhorst. Ze vonden elkaar leuk, van het een kwam het ander en al snel – ‘zo ging dat toen’ – besloten Marianne en Gonard te trouwen. Ze gingen samenwonen op het het boerenerf van Gonards ouders aan de Broeklanderdijk. Met zijn ouders vormde Gonard een maatschap en de hulp van Marianne was welkom.

Marianne: ‘Ik had hier nog nauwelijks een stap gezet en ik zat al op de trekker. Ik vond het heel leuk. Later zei Gonard: “Wil je niet leren insemineren?” Dat vond ik een goed idee, toen heb ik een cursus gedaan.’

Een plusje achter Gonards naam

Marianne is geboren in Salland, op Fortmond, maar verhuisde al op jonge leeftijd naar het terrein van steenfabriek De Rijswaard aan de Maas in Brabant. Daar werkte haar vader. In het zuiden had ze alle vrijheid. ‘We hadden alle ruimte, zelfs een eigen strand aan de rivier. Het was dus een plusje achter Gonards naam dat hij van de boerderij kwam. Ik zag het vrije leven op de boerderij wel zitten.’

Alleen, en dat verhaal is inmiddels bekend: de boerderij bracht te weinig op voor twee gezinnen. Omdat Marianne en Gonard beiden van het boerenleven hielden, stelde Gonard voor om naar Friesland te gaan en daar een boerderij te beginnen. Of om te emigreren naar Canada. Marianne: ‘We zijn zelfs een keer naar een informatieavond geweest. Maar ik zag het niet zitten. Ik zei: “Dan zoek je maar een ander.” Ik was nog niet zo lang terug in Salland en pas net gesetteld. Nou ja, toen is Gonard met die bouwactiviteiten begonnen. Omdat er natuurlijk wel geld in het laatje moest. We wilden ook kinderen.’

Mensen van Mensink: Marianne
Links Steenfabriek de Rijswaard, de plek waar Marianne is opgegroeid - jaren '60

De bouw verdiende beter

Er volgde een winstwaarschuwing. Gonard zei tegen Marianne: ik ben wel een streber, ik wil iets bereiken. Dat vond Marianne goed. Terugkijkend zegt ze: ‘Ik had altijd vertrouwen in de stappen die hij zette. Vond het ook prettig om samen te zijn met iemand die hard werkte en ergens voor ging.’ Lange tijd bestonden het boerenbedrijf en het bouwbedrijf naast elkaar. Tot het niet meer ging. De bouw werd groter, de varkensschuur was nodig voor andere doeleinden. Kantoorruimte bijvoorbeeld. En een kantine.

Marianne: ‘De bouw verdiende beter. Ik vond het wel jammer, maar de bouw had ook iets. In de beginjaren waren we met een klein clubje. Op vrijdag zaten we bij ons thuis aan de keukentafel met een pan soep. Stappen deden we met z’n allen, inclusief de vrouwen van bijvoorbeeld Michel en Jurgen. Daar heb ik nog steeds goed contact mee.’

Gezonde twist

Omdat ze in huize Mensink ook wel eens nieuwe meubels wilden, werkte Marianne tussen de bedrijven door in verschillende fabrieken. ‘Geld in het laatje brengen, hè? Maar naarmate de kinderen ouder werden, werd het steeds lastiger te combineren. Ik moest uiteindelijk werktijd inleveren, want ten aanzien van de kinderen kwam het meeste op mij neer. Gonard had er geen tijd voor, die was ‘s avonds weg. Naar klanten en dat soort dingen. Ik snapte het wel. Het was de opbouwtijd. Hard werken.’

Hun kinderen zijn inmiddels groot en dus is er meer tijd. Tegenwoordig staat Marianne op de loonlijst bij Mensink. Ze onderhoudt en verzorgt het kantoor, houdt de tuin bij, doet de inkopen. ‘De jongens hebben natuurlijk wel koeken, slaatjes en koffie nodig. En ik zorg dat er fruit op tafel staat. Aan jonge vaders vraag ik hoe het met de kinderen gaat, dat doen mannen onderling niet echt.’

Op zaterdag maakt ze tosti’s voor de jongerenploeg. En warm eten. ‘Dan staat er na afloop een tafel gedekt. Ik zorg dan ook voor een gezonde twist. Daar wilden ze eerst niet aan, maar het komt wel. Ik vind het mooi om de ontwikkeling van jonge aanwas te volgen.’

Mensen van Mensink: Marianne

Zoontje van de baas

Als medewerker van Mensink is Marianne in dienst bij haar eigen zoon, die het stokje in 2024 overnam van Gonard. ‘Ik ben trots op mijn mannetjes. Veel medewerkers hebben Tristan als kleine jongen meegemaakt. En nu heeft hij samen met Joeri de leiding. Ik vind het bijzonder. Ik geef het je te doen als zoontje van de baas. Als kind had hij een sterke eigen wil. Ik dacht: dat kan hem ver brengen, maar dat dit eruit zou komen had ik niet verwacht.’

En Gonard? ‘Ik heb eigenlijk een heel ontspannen man nu. We kunnen onze gesprekken afmaken zonder dat de telefoon gaat. Heerlijk! In het verleden boekte ik nog weleens een vakantie op een plek zonder bereik. Dat is niet meer nodig. Het voelt alsof we nu de vruchten kunnen plukken. Dat heb ik ook altijd voor ogen gehouden. Maar ik vind het wel knap van mezelf dat ik heb volgehouden.’

Leuren om een aansluiting: zonde van de energie

Netcongestie

Leuren om een aansluiting: zonde van de energie

De zomervakantie staat weer voor de deur en dus groeien de zenuwen bij opdrachtgevers van wie we de woningen net wel/net niet voor de bouwvak op kunnen leveren. Onze bouwvak duurt maar drie weken denk ik altijd, het is een pauze van niets. Daarbij: ook de meeste keukenbouwers en vloerenleggers leggen het werk neer. Anderzijds begrijp ik ze wel. Hoe fijn is het om sleutels in ontvangst te nemen zo vlak voor de vakantie?

Militaire afstemming

In de ideale wereld komen we al onze afspraken na. Helaas bestaat die wereld niet in de aannemerij. Wij nemen de werken aan, maar in de uitvoering staan we alles behalve alleen. Een greep uit de partijen waarmee we samenwerken: installateurs, stucadoors, schilders, tegelzetters, dakdekkers, loodgieters, glaszetters, grondwerkers, prefab-leveranciers, gevelspecialisten. Zo’n samenwerking vraagt om duidelijke communicatie en militaire afstemming. Maar dan nog blijft het kwetsbaar.

Wat tegenwoordig de meeste roet in het eten gooit: netaansluitingen. Iedereen heeft de term netcongestie inmiddels wel een keer horen vallen. Met andere woorden: het stroomnet zit vol. Wie een aansluiting wil, kan zich achteraan in de rij voegen. Stil zitten en wachten levert vaak niets op. Dus klom onze werkvoorbereider Arjan in de telefoon om een aansluiting te regelen voor een bouwproject in Mariënheem. Arjan belde en belde en sprak met Marloes, Samir, Wim, Ronald, Bianca, Peter, Niels, Erik en Mark – zonder resultaat.

‘Wanneer komt de aansluiting?’

De kern van het probleem? Een structureel tekort aan personeel bij de aannemer van de netbeheerder, onduidelijke communicatie, en een planning die meermaals werd doorgeschoven. Week 5 werd week 14, toen week 18, en uiteindelijk week 21. En zelfs toen was het nog spannend of het allemaal zou lukken. Dankzij vasthoudendheid lukte het. Eind mei werd de woning na 10 maanden aangesloten. Het hele bouwproces leunde al die tijd op een aggregaat.

In Lettele begon het geleur ook al vóór de eerste steen. Tijdens het allereerste gesprek met de opdrachtgever kwam het onderwerp al op tafel: ‘Wanneer komt de aansluiting?’ Een terechte vraag. Maar hier wringt de schoen: je kunt pas een aanvraag doen als er een getekende woning ligt. Zodra alles rond was, hebben we de aanvraag ingediend. Alles leek goed te gaan: er kwam een schouwer langs, alles werd goedgekeurd, en we kregen groen licht. En toen werd het stil. Hoe leg je aan opdrachtgevers uit dat je een huis kunt bouwen in een half jaar, maar dat het aansluiten van een kabel of leiding maanden langer duurt?

Rechttrekken wat krom is

We zijn het gewend: onderweg gaan er dingen mis. Dat hoort bij bouwen. Je schakelt snel, lost op, denkt mee. Maar in de basis wil je kunnen vertrouwen op vaste processen. Want elke keer dat we moeten afwijken van de standaard, ontstaat er verwarring, onbegrip en frustratie. Niet alleen bij ons, ook bij opdrachtgevers, onderaannemers en leveranciers. Iedereen is dan druk bezig om recht te trekken wat krom is. Zonde van de energie!

Inmiddels maken we gebruik van prefab meterkasten. Dit helpt ons om het traject beheersbaarder te maken en verrassingen bij oplevering te voorkomen. We doen wat we kunnen. En precies daar zit wat mij betreft ook de crux: het mkb is flexibel, zoekt altijd naar oplossingen. Maar de netbeheerder is geen mkb-bedrijf.

Het is mogelijk

In Lettele, bij het project ‘Buiten Delen’, delen verschillende huishoudens een getransformeerd (voormalig) boeren erf. Om zelf de broek op te houden en niet afhankelijk te zijn van het net wilden ze een gezamenlijke accu kopen. Die accu wilden ze opladen met de stroom die een naastgelegen boer opwekt via zonnepanelen. Het antwoord van de netbeheerder: we staan het niet toe.

Aan uitdagingen geen gebrek in de bouw, die nemen alleen maar toe. Toch is het mogelijk: sleutels overhandigen voor de bouwvak als dat zo is afgesproken. Maar dan moet iedereen meedoen.

Mensen van Mensink #24: Arjan

Mensen van Mensink Arjan

Mensen van Mensink #24: Arjan

Arjan: ‘We bouwen elke woning twee keer’

De mensen van Mensink: wie zijn ze, waar zijn ze goed in en waarom doen ze wat ze doen? Vandaag werkvoorbereider Arjan (51), die het werken vanuit de oude varkensschuren nog meemaakte. ‘De komende jaren worden net zo spannend als de jaren die achter me liggen.’

‘Ze kunnen de taart zo langzamerhand wel een keer gaan bakken,’ zegt Arjan op de vraag hoe lang hij nu bij Mensink werkt. Zijn koperen jubileum staat voor de deur: twaalfeneenhalf jaar dienstverband. Welke foto’s er op die taart moeten komen? Hij lacht. Of beter gezegd: hij lacht weg. Arjan staat liever niet in de belangstelling. Hij hoeft niet op de foto, leidt de aandacht graag af van zichzelf en is – zo zal hij dit gesprek meermaals benadrukken – een teamplayer. Hij praat steevast in ‘we’ in plaats ‘ik’.

‘Dat doe je met je eigen vrouw toch ook?’

Hij is ook zo’n type dat graag de druk van de ketel haalt als het even spannend wordt. Met een flauw grapje bijvoorbeeld. Even ontspannen. Arjan: ‘Daarna kun je weer door. Ik vind: je moet niet wijs willen overkomen, dan word je niet serieus genomen. Met een grapje tijdens een serieus gesprek geef je de ander het gevoel: ik wil je helpen. We bespreken hier alles. Waarom ook niet? Dat doe je met je eigen vrouw toch ook?’

Vraag hem naar zijn hoogtepunten van twaalfenhalf jaar werken bij Mensink en hij zegt: ‘Als tijdens kwartaaloverleggen foto’s langskomen van de huizen die we hebben gemaakt, denk ik: ik zit nog altijd bij het goede bedrijf.’ Dat zit hem in het plaatje, zegt hij, de ontwerpers die in staat zijn om een klantwens te vertalen naar een ontwerp dat verrast. ‘Het gaat me puur om hoe het eruit ziet, en hoe de klant de woning vervolgens ervaart. Wij breien er wel een woning van.’

Puur voor de leuk

Arjan is werkvoorbereider. De schakel tussen de papieren werkelijkheid en de bouwplaats. Hij organiseert, praat met klanten en maakt vooral heel veel mooie plaatjes concreet. ‘Elke woning bouwen we twee keer. Een keer op de computer en een keer in het echt.’ Als de woning (voor de tweede keer) af is, gaat hij vaak kijken. ‘Dit weekend reden we van Zwolle terug naar huis in Lemelerveld, dan ga ik even met mijn gezin over Heino. Even kijken, voor de leuk. “Waar gaan we nu weer naartoe?”, zegt Trudie dan.’

Als hij voor zo’n woning staat maakt hij foto’s. Voor zijn eigen fotoboek op zijn telefoon. Zodat hij toekomstige klanten iets kan laten zien. Kijk, hier hebben we dat zo gedaan en daar zus. Hij pakt zijn telefoon erbij en laat een foto zien. ‘Dit binnendeurkozijntje staat wat mij betreft net iets te strak in de hoek. Het is prachtig getimmerd, maar er komt te veel hout bij elkaar. Het zijn van die details, die zie je alleen in het echt. Iets om de volgende keer op te letten.’

Doorstampen, gas geven!

Zijn vak is veranderd, zegt hij. Toen hij bij Mensink kwam was geen enkel detail uitgewerkt op de computer. Er was een 3D-model met een plattegrondtekening en dat was dat. Geen details op tekening, zoals hoe een muur is opgebouwd of hoe diep de fundering is. ‘Veel werd ter plekke op de bouw bedacht. Tegenwoordig hangt het hele gebouw van details aan elkaar. Op de bouw weten ze precies wat ze moeten doen.’ Het maakt van hem als werkvoorbereider een duizendpoot.

Hij vond het toen leuk, hij vindt het nu leuk. De transparantie naar klanten toe is altijd gebleven en juist dat past bij hem. Niet moeilijk doen, maar doorstampen, gas geven. Arjan: ‘Bij Mensink werken we met een open begroting. Dat is niets meer dan een bak met getalletjes. Het gaat erom dat we de koers blijven varen. Een boot die een beetje van links naar rechts gaat op het water maakt geen drol uit. Aan de ene kant geef je wat meer uit, aan de andere kant bespaar je weer wat. Als we maar op onze bestemming komen. Vuur onder de kolen en gas geven!’

Nieuwe generatie

Toch nog een keer proberen: welke bijdrage heeft hij geleverd de afgelopen jaren? ‘Ben je gek! Ik ga mezelf hier niet op de borst kloppen.’ We vragen het je, Arjan, dan mag je gewoon antwoord geven! ‘Ik ben onderdeel van het team.’ Hé, het is geen voetbalinterview! ‘Oké, misschien heb ik mijn kennis en kunde meegenomen vanaf mijn vorige werkgevers en leermeesters. En een beetje structuur misschien. Er is veel gebeurd in de afgelopen twaalfeneenhalf jaar. Als je ziet wat er allemaal in de computer gestampt is, dat is echt heel veel. Eigenlijk staan we daar te weinig bij stil.’

Over de recente directiewisseling zegt hij: ‘Tristan is ook van de structuren, die wil hij verder verbeteren. Dat kan ik alleen maar toejuichen. Maar het is niet vanzelfsprekend dat een bedrijf dat overgaat op de nieuwe generatie soepel door blijft lopen. Het is iets wat we samen moeten doen. Daar hebben we iedereen in de organisatie voor nodig. Iedereen. Niemand staat boven een ander.’

Touwtje trekken

Hij verwacht dat de komende jaren net zo spannend worden als de jaren die achter hem liggen. ‘Er wordt steeds meer digitaal bedacht en gemaakt. De bouw moet het meer en meer hebben van geprefabriceerde onderdelen. Daarnaast richten we ons bij Mensink in toenemende mate op het totale project, inclusief interieur. De spilfunctie van een werkvoorbereider groeit. Dat vind ik het ook het leuke. Laat mij maar aan die touwtjes trekken.’

Mijn nieuwe avontuur: bouwen met wat er al is

Gonard circulair bouwen

Mijn nieuwe avontuur: bouwen met wat er al is

Om nog even terug te komen op mijn vorige blog: het bouwbedrijf loslaten is nog verrekte lastig. Het zal de aard van het beestje zijn. Ik weet dat ik ‘nee’ moet zeggen, maar zeg nog te vaak ‘ja’. En omdat mijn invloed afneemt is, wordt het nog lastiger om die ‘ja’ ook waar te maken. Behoorlijk uitdagend voor een ongeduldige aannemer die het gewend is om dingen voor elkaar te krijgen. Helemaal weggaan is misschien het beste, maar dat voelt nog niet goed. Ik wil er nog graag zijn voor Tristan en Joeri.

Wat helpt in het proces van afstand nemen: andere dingen gaan doen.

Daarom ben ik steeds vaker te vinden bij Lagemaat. U weet wel, de sloopaannemer uit Heerde. Het bedrijf ontwikkelde zich in de afgelopen jaren van een traditioneel sloopbedrijf tot een koploper in het circulair demonteren en re-monteren van gebouwen. Op de website aannemervak.nl legt Lagemaat-directeur Gerd-Jan Jongeman de werkwijze uit. Voorafgaand aan de sloop van een gebouw, wordt een scan gemaakt. Daarbij wordt in kaart gebracht welke materialen er vrijkomen, die materialen worden geclassificeerd aan de hand van het 13R-model. (R1 betekent refuse, R5, repair, R8 recycle, R13 reuse. Hoe hoger op de ladder, hoe beter.) De in kaart gebrachte gebouwdelen en materialen worden vervolgens aangeboden bij ontwikkelaars, architecten en bouwers om in te zetten bij de bouw van nieuwe objecten.

Een oneindige cyclus

Ik word er blij van. In mijn ogen is circulair bouwen namelijk dé oplossing voor een hoop uitdagingen waar onze sector vandaag de dag mee te maken heeft. Om er een paar te noemen: milieueisen, stikstofbeperkingen, grondstoffenschaarste en toenemende bouwkosten.

Daarnaast – ook niet onbelangrijk – vind ik het interessante materie. Ik heb mijn karretje dus aangehaakt. De belofte staat alvast: ‘Samen creëren we een oneindige cyclus waarin materialen worden hergebruikt en innovatieve oplossingen ervoor zorgen dat gebouwen opnieuw tot leven komen.’ Vanuit mijn ervaring bij Mensink heb ik binnen de samenwerking de aannemerspet op. Gerd-Jan ontfermt zich over de (te hergebruiken) materialen, Marten Jansen over het ontwerp.

Flexibiliteit

De afgelopen maanden hebben we twee circulaire bouwwerken opgeleverd, een kantoorpand en een ontmoetingsruimte voor bewoners van een appartementencomplex. Vooropgesteld: het is fantastisch om te zien dat het kan om te bouwen met materialen die voorheen als afgedankt werden bestempeld. Uitdagingen zijn er ook. Als bouwer ben ik gewend om spullen vandaag te bestellen en ze morgen op de bouw geleverd te krijgen. Bij materialen die ‘geoogst’ zijn uit gesloopte gebouwen kom je soms aan het zoeken, hoe goed alles ook is opgeslagen en gedocumenteerd. Een simpel voorbeeld in het geval van geoogste kozijnen: rubbers van glaslatten. Navraag leerde dat die rubbers laag scoorden op de R-ladder, deze konden niet worden hergebruikt, hooguit gerecycled. Nieuwe rubbers bestellen dus. Geen sinecure, want daar zijn onderaannemers niet op ingesteld.

Vaak zien we pas hoe iets uitpakt als de geoogste materialen op hun nieuwe bestemming zijn aangekomen en ingepast worden in een nieuw bouwwerk. In het geval van kanaalplaatvloeren twijfelden aan de constructie toen ze al op de plek lagen. De pauzeknop werd ingedrukt en project lag even stil. Er moest onderzoek komen, berekeningen worden gedaan. Een goede relatie met onderaannemers is dan essentieel. Ook van de opdrachtgever vroegen we flexibiliteit. Toen bleek dat de binnenwanden die we wilden toepassen pas geoogst werden na de geplande opleverdatum, moesten wij en dus ook zij schakelen. Het zijn zomaar drie voorbeelden.

Circulair bouwen Gonard

Ik zeg het hardop

Circulair bouwen is een ontdekkingstocht. Het vraagt behoorlijk wat aanpassingsvermogen van iedereen die erbij betrokken is — van opdrachtgever tot bouwer en iedereen daartussenin. Niks gaat vanzelf, en bijna niks loopt volgens het boekje. Maar juist dat maakt het interessant. Er schuilt zoveel waarde in bestaande gebouwen, waarde waar we tot nu toe vaak aan voorbij gingen. Het is geweldig om te zien wat er te halen valt door met een andere blik te kijken naar afgeserveerde gebouwen. We staan nog maar aan het begin en er zal nog een hoop leergeld moeten worden betaald. Maar ik geloof er oprecht in en zeg het daarom hardop: dit is de toekomst van bouwen.

Mensen van Mensink #23: Wout

Mensen van Mensink Wout

Mensen van Mensink #23: Wout

Wout: ‘Na een dag school ben ik gesloopt, van dit werk krijg ik juist energie’

De mensen van Mensink: wie zijn ze, waar zijn ze goed in en waarom doen ze wat ze doen? Vandaag Wout (21), die ooit het plan had om niveau 4 af te maken vóór hij de bouw op ging. Dat liep anders.

Twee jaar werkt Wout nu bij Mensink, en hij is eenentwintig. Dat klinkt misschien normaal, maar naar bouwmaatstaven is het laat. Dat zit zo: na zijn middelbare school deed hij eerst mbo niveau 4, een BOL-opleiding tot uitvoerder. Dat betekende vijf dagen naar school. Godzijdank waren er stageperiodes. Hij stak zijn licht op bij Obdeijn, Hemeltjen en Mensink. ‘Alle drie totaal andere bedrijven. Bij Mensink voelde ik me thuis, al werd me ook duidelijk gemaakt dat ik eerst moest laten zien wat ik kon.’

Het mooiste wat er is

Gonard stuurde hem de bouwplaats op. Tot opluchting van Wout. ‘Echt wel. Zo’n hele dag achter de laptop, dat is niets voor mij. Na een hele dag op school ben ik helemaal gesloopt, van dit werk krijg ik juist energie. Lekker bouwen, lekker buiten.’ Zijn plan was: ik maak niveau 4 af en dan ga ik de bouwplaats op. Wás, want het liep anders. Terug naar school zag hij niet zitten.

In Zwolle ging hij om tafel met zijn leraar en zei: bouwen is het mooiste wat er is. Vrijwillig deed hij een stap omlaag, naar niveau 2. Al kun je erover discussiëren of de term ‘omlaag’ wel past is in een tijd waarin ‘slim’ werk door computers wordt overgenomen en handige handen steeds gewilder worden. Als Wout vertelt over de stap die hij zette, begint hij spontaan te lachen. ‘Bouwen is fantastisch. Lekker bezig zijn iedere dag, iets maken met de handen. Ik vind het prachtig.’

Nu of nooit

Hij had het kunnen weten, want als kind was hij al zo. Altijd aan het knooien: helpen op de boerderij van een kameraad, carnavalswagens bouwen. Dus toen hij tegen zijn ouders vertelde dat hij verder wilde gaan op niveau 2 zeiden ze: je moet doen waar je gelukkig van wordt. Wout: ‘Ze hebben me altijd gesteund, daar heb ik wel geluk mee.’

Voorlopig wil hij lekker werken, ervaring op doen. Maar toch ook blijven leren. Inmiddels is hij bezig met de timmeropleiding niveau drie. ‘Dat gaat hartstikke mooi. Ik hoop voor de bouwvak klaar te zijn. Ik denk ook wel dat dat gaat lukken.’ Wat hij hierna gaat doen aan opleiding weet hij nog niet, maar hij gaat door. ‘Ik denk iets in de avond, zodat ik vijf dagen kan blijven werken. Het is nu of nooit. Als je eenmaal stopt, ga je niet zo snel meer terug de boeken in.’

Een ervaringsvak

Hij wil zorgen dat hij iets achter hand heeft, voor het geval het lichaam later niet meer wil. ‘Je weet niet hoe je er voor staat over dertig jaar.’ Wat hij precies achter de hand wil hebben weet hij niet. Ja, iets in de bouw. Maar verder: geen idee. Calculator? Zou kunnen. Zijn vader werkte als financieel boekhouder in de bouw. Geen verkeerd beroep, vindt Wout. ‘Maar iets anders kan ook, ik heb me er nog niet in verdiept. Ik zie het wel.’

Eerst maar eens volwaardig timmerman worden. ‘Luuk, met wie ik nu samenwerk, is verder dan ik. Het denkwerk gaat bij hem sneller.’ Al zou Wout zich alleen redden als het echt nodig is. ‘Ja, dat denk ik wel. Met een hoop bellen naar kantoor, dat wel. Ik ben iemand die liever een keer vaker vraagt dan dat ik zo maar iets ga doen. Uiteindelijk is elke woning weer nieuw, maar hoe meer ervaring je hebt, hoe sneller je de puzzel legt. ‘Bouwen is een ervaringsvak.’

Wout Mensen van Mensink

Knap getimmerde veranda

Om nog meer ervaring op te doen is hij nu ook iedere zaterdag bezig – en vaak ook nog ‘s avonds na werk. ‘Nu kan het nog. Ik woon nog thuis, in hotel Van Loon. Als ik zeg dat ik vanavond nog weg moet, staat het eten straks klaar als ik thuis ben. Ongelooflijk eigenlijk.’ Zijn ouders krijgen er wel een knap getimmerde veranda voor terug. ‘Dat wel. Daar ga ik ze natuurlijk niet voor laten betalen. Ik vind het mooi om aan ze te laten zien wat ik nu kan en doe.’