Buiten wordt een feestterrein opgebouwd. Jorn, Michiel en Joeri van de feestcommissie sjouwen met hekken die nieuwsgierige ogen vanmiddag en vanavond op afstand moeten houden. Binnen die hekken: een zandstrand, loungebanken van pallets, watertanks gevuld met lampjes die dienst zullen doen als statafels, vlaggetjes, twee hot tubs en een plateau gemaakt van steigerbuizen, waar de broer van een medewerker aan knopjes zal draaien. Het bouwvakfeest begint over een paar uur en dit is het eerste wat ik hoor of zie over de invulling. ‘Kijk aan,’ mompel ik onwennig. ‘Goed bezig.’

Straks, als de vakantie is afgelopen, is het precies een jaar geleden dat ik naar de bouwplaats vluchtte. Mijn hoofd functioneerde niet meer helder en mijn handen trilden als ik een muis vasthield. Het mocht wel wat minder, dat vond mijn vrouw ook. Bovendien was ik buiten harder nodig dan binnen – althans, dat dacht ik. Ik sloeg met ‘Team Brent’ aan het timmeren – eindelijk weer naar buiten! – en gaf de jongens en meisjes op kantoor alle ruimte. 

In mijn blogs berichtte ik over de voortgang. In februari: ‘Er zit een zwarte substantie op mijn handen en ik krijg het er niet af. Ik ben weer bouwvakker.’ Terloops liet ik ook mijn licht schijnen over de huidige beslommeringen in de bouw: personeelstekorten, oplopend verzuim, prijsstijgingen en toegenomen levertijden veroorzaken pijn. ‘Ik vrees dat het pas beter wordt in de bouw wanneer iedereen de pijn voelt,’ zei ik, daarmee refererend aan mijn Oekraïense buurman die ik hard zie werken omdat hij een bestaan wil opbouwen. 

Maar er waren ook periodes waarin ik niets van me liet horen. April en mei waren het slimst. ‘Laat me maar even met rust,’ seinde ik de mensen om me heen in. In die maanden zat ik weer meerdere dagen per week op kantoor om puin te ruimen en teugels aan te halen, met de handen in het haar. Dat zit zo: 

Ik ben iemand die makkelijk loslaat. Een paar weken geleden nog meldden zich twee Oekraïners aan de poort. Ze wilden werken in de bouw. ‘Prima,’ zei ik. ‘Kom maar mee.’ Al na een paar dagen klonk het: ‘Maar je geeft helemaal geen aanwijzingen.’ Het is waar. Ik ben van de school ‘al doende leert men.’ Probeer, denk zelf na en vooral: dóé. 

Tegen de jongens en meisjes op kantoor had ik iets soortgelijks gezegd. ‘Hier zijn de lijsten, dit zijn de mappen: veel succes. Maak er wat van.’ Maar wat ‘buiten’ prima gaat, werkt ‘binnen’ niet. De reden: er zat van alles in mijn hoofd en dat had ik meegenomen naar buiten. Ik wist over de knelpunten, patronen. Over wie en wat en zus en zo. Ik had de televisie en de afstandsbediening afgegeven, maar de doos met de handleiding lag al lang bij het oud papier. Een excelsheet zonder context zijn maar woorden en getallen tussen een paar lijnen. 

‘Dit gaat zo niet,’ zeiden meerdere mensen op een zeker moment tegen me. En ze hadden gelijk. Het is mijn taak om de nieuwe leiders van Mensink tijd én richting te geven zodat ze in hun nieuwe rol kunnen groeien. Zoiets gaat niet vanzelf. Een handboek zal ik niet snel maken. Vraag mij waarom ik doe wat ik doe en ik zal zeggen dat ik doe wat ik doe. Maar ik kan wel pijnpunten signaleren of ingrijpen als ik zie dat iets spaak dreigt te lopen. Ook de vraag ‘Hoe zou jij dat doen?’ kan ik beantwoorden. Inmiddels zijn er meer overlegmomenten, waarin ik beetje bij beetje mijn kennis en ervaring overdraag. Wat helpt is dat ik er weer energie voor heb, mijn vitamine D-gehalte is op pijl. 

Zaterdagnacht vertrek ik met mijn vrouw naar Oostenrijk. Vakantie. ‘Ruimen ze de zooi ook weer op als het feest is afgelopen?’ vraagt ze als ze een blik op het feestterrein werpt. Haar bezorgdheid is terecht. Voorheen was ik het die op zaterdagen tot tien uur ‘s avonds de glasscherven tussen de stenen vandaan peuterde. Om een paar uur later vermoeid in de auto te stappen. Maar de feestcommissie heeft het me beloofd: ik hoef er niets aan te doen, alleen maar te komen. Zo dadelijk berg ik mijn troffel op, trek wat leuks aan en ga bier drinken met de jongens. Morgen slaap ik mijn roes uit en dan kan het maar zo zijn dat ik morgen rond middernacht uitgerust achter het stuur plaatsneem. Ineens weet ik het zeker: dit komt goed.

Recommended Posts

No comment yet, add your voice below!


Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.