Mensen van Mensink #28: Dyon

Mensen van Mensink: Dyon

Mensen van Mensink #28: Dyon

Dyon: ‘De tosti’s op zaterdag zijn afschuwelijk lekker, die móét je gewoon een keer eten’

De mensen van Mensink: wie zijn ze, waar zijn ze goed in en waarom doen ze wat ze doen? Vandaag: Dyon (19), al vijf jaar actief in de zaterdagploeg van Mensink en ondertussen stug zwevend op de arbeidsmarkt. Neemt hij de hamer ooit weer ter hand?

Door de week ziet Dyon bijna niemand. Als hij om twee uur ‘s nachts eindelijk naar bed gaat, ontwaken zijn broers en vrienden alweer bijna. En zodra hij uit zijn bed komt, hebben de anderen er al een halve werkdag opzitten. Heeft hij zich opgesloten in zijn kamer om te gamen?

Een leven op de weg

Nee! Dyon is chauffeur bij Tielbeke en gek op avonddiensten. Hij leeft een parallel bestaan op de weg. Soms rijdt hij zeshonderd kilometer per dag, meestal met luxe boodschappen achterin zijn bus. ‘Ik vind rijden gewoon leuk.’

Nog leuker dan rijden: de zaterdag bij Mensink.

Want zolang Dyon zweeft op de arbeidsmarkt – daarover zo meer – blijft hij lekker ‘knooien’ in de zaterdagploeg van Mensink. Al vijf jaar inmiddels. Werk kan hij het bijna niet noemen, het is eerder hobby. Als veertienjarig knulletje meldde hij zich voor het eerst. Inmiddels is hij een van de aanvoerders. ‘Omdat ik een rijbewijs heb, wie rijdt bepaalt.’

Shawarma, hamburgers of worstenbroodjes

Meestal krijgen ze een lijstje van Aron. En als er niet zoveel op staat, zien ze het werk zelf wel liggen: aanhangers leegpakken, hout zagen, de zaag schoonmaken, stempels invetten, steigermateriaal sorteren, bokken verplaatsen, aanhangers weer inpakken. En de bouw op natuurlijk: dakpannen leggen, opruimen, steigers op- of afbouwen, stempels weghalen.

‘Die dingen zijn gewoon té lekker’

Ondertussen worden de jongens in de watten gelegd door Marianne. Zo liggen er zakken met tosti’s klaar. Speciale tosti’s, vindt Dyon. ‘Die dingen zijn gewoon té lekker. Dat is afschuwelijk. Het zit hem in de kruiden die ze erop strooit. Die moet je gewoon een keer gegeten hebben.’ Na afloop is het shawarma, hamburgers of worstenbroodjes. Of ze gaan naar de snackbar en mogen dan bestellen wat ze willen. De basisregel: alles moet op.

Alleen op tijd komen

Dyon vindt: voor wie geen boterhammen wil smeren en het niet erg vindt om fysiek werk te doen, is de zaterdagploeg van Mensink de beste bijbaan die je kan hebben. ‘De ultieme combinatie van gezelligheid en aanpakken. Je hoeft alleen maar te zorgen dat je op tijd komt.’

De eerste paar keer was Dyon stram na een dag werken, maar na een paar keer voelde hij: dit lukt me wel. Met de inkomsten – ‘tien euro nog iets per uur geloof ik, ik weet het niet eens precies’ – kan hij zijn verzekeringen dekken. ‘Is toch lekker, zo houd ik weer meer over van mijn Tielbeke-loon.’

‘Mijn broer kon alles al’

Los van het geld leerde Dyon ook een hoop. Aanpakken bijvoorbeeld. En: het werk zien. Samenwerken. Afspraken nakomen. Hij ontwikkelde zich fysiek. Leerde jongens kennen. En hij ontdekte dat hij van de bouw niet zijn beroep wil maken. Dit in tegenstelling tot veel anderen uit de zaterdagploeg die wel doorstroomden.

Da’s jammer voor ons, maar wel een bruikbaar inzicht voor Dyon. Overigens was het wel de insteek dat Dyon zijn broer Bryan zou volgen de bouw in. Hij leerde ook veel van zijn broer, tijdens het beunhazen bijvoorbeeld. Dyon genoot ervan, maar het ging hem niet snel genoeg. ‘Ik ben ongeduldig, wil gaan. Mijn broer kon alles al, ik nog veel minder. Dat frustreerde me.’

Toen hij aan zijn broer vertelde dat hij iets anders ging doen, was er teleurstelling. Maar het besluit stond. Dyon stapte van de timmeropleiding over naar de opleiding assistent business services. ‘Zo kon ik in een half jaar mijn diploma halen. Dat is gelukt. Hoefde ik in ieder geval geen opleidingskosten terug te betalen.’

Van je hobby niet je werk maken

En nu werkt hij dus voor Tielbeke. Hij vindt het leuk, maar ziet het wel als iets tijdelijks. ‘Ik wil geen vrachtwagenchauffeur worden, ofzo.’ Wat hij over vijf jaar doet? Hij heeft geen idee. Als hij bij Mensink is, vragen ze: ‘Hoe zit het nou, Dyon? Kom je nog weer terug?’ Dan schuift Aron een contractje onder zijn neus. Maar Dyon wil niet tekenen.

‘Tot die tijd blijf ik lekker rustig mijn ding doen’

Zoals het nu is, vindt hij het voorlopig goed. ‘Ze zeggen toch dat je van je hobby nooit je werk moet maken? Uiteindelijk ga ik weer een opleiding doen, denk ik. Tot die tijd blijf ik lekker rustig mijn ding doen, inclusief de zaterdag bij Mensink. Dat is echt genieten.’



Zoek je een bijbaan op zaterdag? De zaterdagploeg van Mensink heeft ruimte voor nieuwe medewerkers. Bekijk de vacature op gaeenswerken.nu.

Drie generaties, één bedrijf: hoe we traditie en verandering combineren

Tristan en Gonard

Drie generaties, één bedrijf: hoe we traditie en verandering combineren

‘De jeugd van tegenwoordig…’ zegt de een. ‘Oké boomer,’ zegt de ander. Onze jongste collega is 16, onze oudste 70. Hoeveel generaties zijn dat? Drie? Minimaal. En dan rekenen we Boertie (87) nog niet eens mee.

Laatst hadden we middelbare scholieren te gast. Ik dacht dat ik met mijn 28 jaar nog wel kon levelen met ze, maar helaas. De sneltrein die de tijd heet, dendert maar door. En ja, dat leidt intern weleens tot gesprekken.

De man die op zondag het vlees snijdt

Tussen jonge vaders en zestigplussers bijvoorbeeld. Een paar weken (betaalde) afwezigheid na de geboorte van een toekomstige vakman of -vrouw is de norm tegenwoordig. Vervolgens kiezen steeds meer vaders ervoor om een werkdag per week thuis te blijven.

Hoewel het ons voor uitdagingen stelt – capaciteit, overdracht, meer mensen per project – snap ik die vaders wel. Als zij moeten werken om de kinderopvang te betalen, kunnen ze net zo goed thuisblijven. Als bonus zien ze hun kinderen opgroeien en ze worden niet ‘de man die op zondag het vlees snijdt’.

Good times create weak men?

Maar ja, hoe leg je dat uit aan eerdere generaties? Twee dagen vrij na een geboorte was lange tijd de norm. Op dag één zaten de vaders aan het bed, op dag twee togen zij in pak naar het gemeentehuis om de geboorteaangifte te doen. Daarna zei de werkgever: ‘Hè hè, ben je daar eindelijk weer?’

Naoorlogse praktijken: hard times create strong men.

Vandaag de dag hebben we het goed. Want: strong men create good times. Met alle gevolgen van dien? Good times create weak men, is de volgende stap. Het is waar dat de niet lullen maar poetsen-cultuur echt wel een beetje minder wordt, ook in de bouw. Maar daar staat ook iets tegenover: digitale vaardigheden, openheid, flexibiliteit, innovatie, werkgeluk. Zaken die we óók nodig hebben om verder te komen.

‘En nu aan het werk!’

Iemand als Robin vraagt geen vrij om een huis voor zijn gezin in elkaar te timmeren, dat doet hij in de avonduren. Voor een werkgever is dat handig, want Robin hoeven we niet te vervangen. Maar niet iedereen doet en denkt zoals Robin. Mijn vader was iemand die de naoorlogse hard werken-cultuur in stand probeerde te houden. Hij sloeg weleens met zijn vuist op tafel: ‘Aan de slag!’ Hij wordt gemist door mensen zoals Robin.

“Van mij hoeven ze zo’n vuist niet te verwachten”

Van mij hoeven ze zo’n vuist niet te verwachten. Ik bewaak heus de ondergrens, maar leef ook in het besef dat het 2026 is. Ook al zou ik het willen, ik heb niet de illusie dat ik op kan tegen het krachtenveld van veranderende tijden. Golfbewegingen zijn overal, niet alleen in de economie. Nota bene Socrates klaagde er 400 v.Chr. al over dat jongeren respectloos en lui zouden zijn.

Mijn stelregel is dat ik collega’s wil helpen om het beste uit zichzelf te halen. Wat heeft het voor zin om een jonge vader over te halen om toch vijf dagen per week te gaan werken? Wat voor werkgever ben je dan? Met alle respect, als Gonard tot in lengte van dagen aan het roer was blijven staan, was het gaan schuren met de jonge garde. Niet voor niets besloot hij: het is tijd om het stokje door te geven.

Doorzettingsvermogen en vakmanschap

Omdat ik het niet doe, sloeg Robin laatst zelf met zijn vuisten op tafel tijdens zijn evaluatiegesprek. ‘Iedereen is hier gewoon om 7 uur!’ zei hij. Het is niet meer zoals vroeger en dat zat hem dwars. Ik was alleen maar blij met zijn hartenkreet. De zogenaamde ‘oude waarden’ – zoals doorzettingsvermogen en vakmanschap – willen we niet kwijt, maar overdragen op nieuwe generaties.

“Ik geloof dat we juist sterker worden door elkaars krachten te combineren”

Dat dit kan, bewijzen we al jaren. Met dank aan jongens als Robin. In Tirana, onder het genot van een biertje in de zon, sprak ik met hem. Samen concludeerden we: het kan allebei. We kunnen het goede behouden en tegelijkertijd oog hebben voor nieuwe en veranderende behoeftes.

Als we elkaar open en eerlijk blijven benaderen, ben ik niet bang voor weak men. Sterker nog: ik geloof dat we juist sterker worden door elkaars krachten te combineren. En mocht het ooit anders gaan, zorgen uitdagende tijden vanzelf weer voor sterke mensen.