Drie generaties, één bedrijf: hoe we traditie en verandering combineren

Tristan en Gonard

Drie generaties, één bedrijf: hoe we traditie en verandering combineren

‘De jeugd van tegenwoordig…’ zegt de een. ‘Oké boomer,’ zegt de ander. Onze jongste collega is 16, onze oudste 70. Hoeveel generaties zijn dat? Drie? Minimaal. En dan rekenen we Boertie (87) nog niet eens mee.

Laatst hadden we middelbare scholieren te gast. Ik dacht dat ik met mijn 28 jaar nog wel kon levelen met ze, maar helaas. De sneltrein die de tijd heet, dendert maar door. En ja, dat leidt intern weleens tot gesprekken.

De man die op zondag het vlees snijdt

Tussen jonge vaders en zestigplussers bijvoorbeeld. Een paar weken (betaalde) afwezigheid na de geboorte van een toekomstige vakman of -vrouw is de norm tegenwoordig. Vervolgens kiezen steeds meer vaders ervoor om een werkdag per week thuis te blijven.

Hoewel het ons voor uitdagingen stelt – capaciteit, overdracht, meer mensen per project – snap ik die vaders wel. Als zij moeten werken om de kinderopvang te betalen, kunnen ze net zo goed thuisblijven. Als bonus zien ze hun kinderen opgroeien en ze worden niet ‘de man die op zondag het vlees snijdt’.

Good times create weak men?

Maar ja, hoe leg je dat uit aan eerdere generaties? Twee dagen vrij na een geboorte was lange tijd de norm. Op dag één zaten de vaders aan het bed, op dag twee togen zij in pak naar het gemeentehuis om de geboorteaangifte te doen. Daarna zei de werkgever: ‘Hè hè, ben je daar eindelijk weer?’

Naoorlogse praktijken: hard times create strong men.

Vandaag de dag hebben we het goed. Want: strong men create good times. Met alle gevolgen van dien? Good times create weak men, is de volgende stap. Het is waar dat de niet lullen maar poetsen-cultuur echt wel een beetje minder wordt, ook in de bouw. Maar daar staat ook iets tegenover: digitale vaardigheden, openheid, flexibiliteit, innovatie, werkgeluk. Zaken die we óók nodig hebben om verder te komen.

‘En nu aan het werk!’

Iemand als Robin vraagt geen vrij om een huis voor zijn gezin in elkaar te timmeren, dat doet hij in de avonduren. Voor een werkgever is dat handig, want Robin hoeven we niet te vervangen. Maar niet iedereen doet en denkt zoals Robin. Mijn vader was iemand die de naoorlogse hard werken-cultuur in stand probeerde te houden. Hij sloeg weleens met zijn vuist op tafel: ‘Aan de slag!’ Hij wordt gemist door mensen zoals Robin.

“Van mij hoeven ze zo’n vuist niet te verwachten”

Van mij hoeven ze zo’n vuist niet te verwachten. Ik bewaak heus de ondergrens, maar leef ook in het besef dat het 2026 is. Ook al zou ik het willen, ik heb niet de illusie dat ik op kan tegen het krachtenveld van veranderende tijden. Golfbewegingen zijn overal, niet alleen in de economie. Nota bene Socrates klaagde er 400 v.Chr. al over dat jongeren respectloos en lui zouden zijn.

Mijn stelregel is dat ik collega’s wil helpen om het beste uit zichzelf te halen. Wat heeft het voor zin om een jonge vader over te halen om toch vijf dagen per week te gaan werken? Wat voor werkgever ben je dan? Met alle respect, als Gonard tot in lengte van dagen aan het roer was blijven staan, was het gaan schuren met de jonge garde. Niet voor niets besloot hij: het is tijd om het stokje door te geven.

Doorzettingsvermogen en vakmanschap

Omdat ik het niet doe, sloeg Robin laatst zelf met zijn vuisten op tafel tijdens zijn evaluatiegesprek. ‘Iedereen is hier gewoon om 7 uur!’ zei hij. Het is niet meer zoals vroeger en dat zat hem dwars. Ik was alleen maar blij met zijn hartenkreet. De zogenaamde ‘oude waarden’ – zoals doorzettingsvermogen en vakmanschap – willen we niet kwijt, maar overdragen op nieuwe generaties.

“Ik geloof dat we juist sterker worden door elkaars krachten te combineren”

Dat dit kan, bewijzen we al jaren. Met dank aan jongens als Robin. In Tirana, onder het genot van een biertje in de zon, sprak ik met hem. Samen concludeerden we: het kan allebei. We kunnen het goede behouden en tegelijkertijd oog hebben voor nieuwe en veranderende behoeftes.

Als we elkaar open en eerlijk blijven benaderen, ben ik niet bang voor weak men. Sterker nog: ik geloof dat we juist sterker worden door elkaars krachten te combineren. En mocht het ooit anders gaan, zorgen uitdagende tijden vanzelf weer voor sterke mensen.