Dit leer je zelfs niet bij het leger - hoe Eerhard zichzelf met technisch inzicht bevrijdde

Politie, gevangenis, leger, ze zeggen het allemaal: kom bij ons werken, dan heb je niet alleen een uitdagende baan, je doet skills op waar je de rest van je leven iets aan hebt. Hahahaha! De bouw jongens en meisjes, daar moeten jullie zijn. Luister maar naar dit verhaal van collega Eerhard. Met sleutelbos, schop, kit, bouwdroger en vooral technisch inzicht bevrijdde hij zichzelf uit een benarde, ijskoude situatie. Met hulp van de brandweer, dat wel.

Het is een doorsnee avond in de winter, een avond zoals vele andere. Eerhard heeft gewerkt op de bouw, de maaltijd is binnen, thuis aan tafel is het gezellig. Een blik op het horloge. ‘Shit,’ denkt hij, ‘is het al zo laat?’ De vergadering van het Oranjecomité in Wijhe staat op het punt van beginnen. Slechts paar honderd meter verderop, maar voor de zekerheid neemt hij de donkerblauwe Fiat 500.

‘Ik rol zo richting de afgrond’

Als hij een paar minuten later uitstapt op een parkeerplaats begint de auto te rollen. In de richting van een wetering. Handrem vergeten, denkt Eerhard, maar op dat moment slaat het openstaande portier hem tegen de grond. Het been van Eerhard belandt tussen het wiel en het spatbord. ‘Ik rol zo samen met die auto richting de afgrond.’ De auto, inmiddels al met de achterbak in het water, blijft gelukkig hangen in de beschoeiing. Eerhard ligt nog net op de kant met zijn voet nog steeds vast tussen het wiel. ‘Als de auto verder was doorgerold, was ik niet boven water gebleven. Dat geloof ik nooit. Het water was 0 graden.’

“Je moet gewoon even het wiel vrijgraven en het wiel verwijderen”

Eerhard lacht. Dat eerst. Daarna prikt hij met zijn autosleutel in het ventiel van de band. Daarmee verlicht hij meteen de druk op de toenemende zwelling in zijn enkel. Kan ik nog meer doen? Nee, constateert Eerhard. Ik kom hier niet weg. Hij belt 112 en bestelt de brandweer. ‘Ik lig klem,’ zegt hij, ‘mijn auto ligt in het water.’ Nog geen twee minuten later stopt er een politieauto voor zijn neus. ‘Wat doen jullie hier dan?’ vraagt Eerhard.

‘Hebben jullie een schop?’

Daarna volgt ook een ambulance. ‘Wil je een deken?’ vragen ze. Eerhard schudt zijn hoofd. ‘Ik wil de brandweer. Hebben jullie toevallig een schop?’ De ambulancebroeders stellen voor om vast een infuus te prikken, voor het geval hij wegvalt. Eerhard: ‘Waar is dat nou weer voor nodig? Ik val niet weg. Als iemand me uit kan graven tenminste.’

Dan rijdt de brandweer de straat in. Als ze zijn banden willen lekprikken zegt Eerhard: ‘Stop! De banden zijn net nieuw. Je moet gewoon even met een schop het wiel vrijgraven en het wiel daarna verwijderen. Je mag de schop ook aan mij geven, dan doe ik het zelf.’ Het plan van Eerhard wordt goedgekeurd, even later bevrijdt de brandweer Eerhard.

‘Kom hem straks maar ophalen’

‘Waar moet die heen?’ vraagt de sleepdienst, terwijl ze naar zijn blauwe Fiat 500 wijzen. ‘Zet maar bij mij op de oprit,’ zegt Eerhard. Dat is geen optie. Eerhard belt met de verzekering en krijgt te horen dat de auto naar een garage moet. ‘Breng hem dan maar naar Holtkuile.’ Als hij die de volgende dag opbelt, krijgt hij te horen: ‘We hebben een gaatje in de achterbak geprikt, het water loopt er nu uit, kom hem straks maar ophalen.’ Thuis kit Eerhard de boel weer dicht. Een bouwdroger en de wasstraat doen de rest.

De vergadering van het Oranjecomité is – zij het met wat vertraging – doorgegaan, de Fiat 500 rijdt weer. Eerhard, die zich de volgende dag weer op de bouw meldde, heeft nergens last van. Behalve dan van een klein deukje in zijn ego. ‘De mensen van de brandweer in Wijhe ken ik natuurlijk. Het is toch lullig als jij degene bent die ze ‘s avonds aan het werk zet.’ Vroeger had Eerhard het hele gebeuren stil gehouden voor zijn vrouw, maar die belde hij al toen de brandweer nog onderweg was. ‘Anders had ze het wel van de buren gehoord. Weet je wat ze zei? “Ik ga wel om half tien naar bed, hoor. Ik blijf niet op voor deze flauwekul.”’

Eerhard technisch inzicht vakmanschap bouw