Mensen van Mensink #26: Jesper

Jesper: ‘Ik werkte bij de Albert Heijn, vond ik geen zak an’

De mensen van Mensink: wie zijn ze, waar zijn ze goed in en waarom doen ze wat ze doen? Vandaag Jesper (17), leerling timmerman uit onze eigen kweekvijver: de zaterdagploeg. Hij werd op vijftienjarige leeftijd geronseld door een oud-collega.

Wie Jesper hoort vertellen kan niet anders dan concluderen: er is weinig mis met een overzichtelijk leven. Zeventien is ook geen leeftijd om te gaan prakkiseren over de vragen des levens. Waar zie je jezelf over tien jaar? Waar moet je nog aan werken? Wat trok je naar de bouw? Weet hij veel. Sommige dingen lopen gewoon zoals ze lopen, ze gaan zoals ze gaan.

Het wordt vanzelf wel wat

Jesper was vijftien jaar toen een buurman in Wijhe, een zekere Henk Hofstede, de ouders van Jesper aansprak. De zaterdagploeg bij Mensink, zei Henk, is dat niet wat voor jullie zoon? Jesper: ‘Hij had mijn ouders wat aangesmeerd. En nu zit ik hier.’ Prima, dacht Jesper. School vond hij toch ‘geen zak an.’ De hele dag zitten is niets voor hem. ‘Dat wordt niks.’

“Je komt van niks tot iets, dat is wel mooi”

Hij werkte nog bij de Albert Heijn toen, maar ook daarover zegt hij: ‘geen zak an’. Dan liever de zaterdagploeg van Mensink. De eerste keer ging hij op pad met Alex naar Heerde, er moesten oude pannen van het dak af worden gehaald. Jesper deed het met een lach op zijn gezicht. ‘Een beetje aanknooien de hele dag, het wordt vanzelf wel wat. Je komt van niks tot iets, dat is wel mooi.’ Met andere jongens uit de zaterdagploeg had hij meteen goed contact. Ze vormen inmiddels een soort vriendengroep.

Jesper, die wil wel

Van het een kwam het ander. Jesper maakte zijn vmbo af, liep tijdens de open dag rechtstreeks naar het kraampje van Bouwmensen, schreef zich in voor de BBL-opleiding niveau 2 en vroeg aan Tristan, die inmiddels het stokje had overgenomen van Gonard: ‘Kan ik bij jullie werken?’ Dat was goed. De zaterdagploeg was een zachte landing geweest. Bij Mensink hadden ze genoeg gezien: Jesper, die wil wel.

“Ik ga liever nog een dag werken, maar ik heb niet echt een keuze”

Inmiddels werkt hij vier dagen per week. Pardon, vijf, want op zaterdag meldt hij zich ook nog altijd. Die dagen zien er zo uit: hij staat vroeg op, meldt zich op de bouw bij voorman Bryan en steekt de rest van de dag zijn handen uit de mouwen. Bij thuiskomst staat het eten klaar. Met grote grijns: ‘Soms zit er een kwartiertje tussen.’ Na het eten hangt hij met een vast groepje vrienden in een omgebouwde schuur. Bank, bed, keuken, douche: alles erop en eraan. ‘Beetje zitten, wat eten, filmpjes kijken.’ In het weekend toeren ze soms een stukje op de scooter, in de zomer bezoeken ze alle tentfeesten in de buurt.

Zo’n beetje de bedoeling

Zijn kameraden in de omgebouwde schuur studeren sport en bewegen. Zij gaan vijf dagen per week naar school. Jesper: ‘Ik vind het hartstikke mooi, maar ik moet er zelf niet aan denken. Het lijkt me helemaal niks.’ Doe hem de bouw maar. Zijn favoriet dag van de week? Maandag, woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag. Dinsdag knaagt een beetje, want dinsdag is schooldag. ‘Ik ga liever nog een dag werken, maar heb niet echt een keuze. En soms is het best handig om de theorie te kennen.’ Laatst hadden ze het op school over dakwerk. ‘Toen heb ik een bult geleerd over hulpspanten. Daar kun je tijdelijk de gording in leggen, terwijl je hem ondermetselt.’

“Daarna vind ik het wel goed, dan ben ik twintig”

Nog één laatste poging. Hoe ziet je leven er over tien jaar uit, Jesper? ‘Dan ben ik timmerman.’ Bij Mensink? Als voorman? Met een eigen bus? ‘Joah, dat is wel zo’n beetje de bedoeling.’ In mei moet hij aftimmeren op school, als het goed is heeft hij dan zijn diploma binnen. Daarna wil hij nog twee jaar door met niveau 3. ‘Daarna vind ik het wel goed, dan ben ik twintig, ik ga liever gewoon aan het werk.’